Diverse vragen en zorgen kwamen in de Wijdemeerse raadzaal al voorbij over het Stadsfonds Hilversum, waarmee ook ondernemers in het huidige Wijdemeren na de gemeentelijke fusie te maken krijgen. Dát ze ermee te maken krijgen staat wel vast en dat er daarom een opslag op de OZB voor niet-woningen komt ook.

Om bij het vraagstuk te helpen hebben burgemeester en wethouders van Wijdemeren juridisch advies ingewonnen bij adviesbureau Blaauwberg in Leiden, dat zichzelf hét adviesbureau over ondernemersfondsen noemt. Uit dat advies valt op te maken dat ook ondernemers in de nu nog Wijdemeerse dorpen straks ongetwijfeld te maken krijgen met het Stadsfonds Hilversum en de rond 10 procent opslag op de onroerende zaakbelasting (OZB) voor niet-woningen die nu al in het huidige Hilversum wordt geheven.
Fonds bevalt goed
Om te beginnen bevalt het nu tien jaar oude Stadsfonds in het huidige Hilversum goed. Ondernemers betalen er wat extra belasting voor, maar krijgen daar (vaak per ‘stadsfondsgebied’) dingen voor terug die ze op prijs stellen. Overigens stort ook de gemeente Hilversum jaarlijks wat geld in het fonds. Omdat het in het huidige Hilversum goed bevalt, kan worden uitgesloten dat het Stadsfonds verdwijnt als de Wijdemeerse dorpen bij Hilversum worden gevoegd.
Uitzonderingen niet toegestaan
Kan dan misschien die OZB-opslag ten bate van het Stadsfonds voor Wijdemeerse ondernemers straks worden geschrapt of verlaagd? Het antwoord is: nee. Bureau Blaauwberg wijst erop dat gemeentelijk belastingrecht ‘in hoge mate gelijkheidsrecht’ is. Je kunt niet in de ene wijk of het ene dorp wel en het andere geen OZB heffen of in het ene deel van een gemeente een hoger tarief hanteren dan in een ander deel. Blaauwberg meldt dat enkele gemeenten dat wel hebben geprobeerd, maar door de rechter zijn teruggefloten.
Wel wijst het bureau erop dat het Stadsfonds zou kunnen besluiten een of meer bedrijven te compenseren. Waar het bureau daarvan voorbeelden aantrof, waren het echter incidenten, ‘geen systeem’, en ging het om kleine bedragen. Ook waarschuwt het bureau dat de rechter onmiddellijk zal ingrijpen zodra de gemeente zich met zoiets bemoeit. Ook hier dus niet of nauwelijks manoeuvreerruimte.
Overgangsregeling mag ook niet
Ook werpt het adviesbureau de vraag op of er misschien tijdelijk iets te verhapstukken valt, bijvoorbeeld in de vorm van een overgangsregeling. Ook hier in het antwoord: nee. Gelijkheid is het adagium en tijdelijkheid van een daarvan afwijkende regeling doet daaraan niets af, aldus Blaauwberg.
Wel suggereert het adviesbureau dat ondernemers in wat nu nog Wijdemeren is, zouden kunnen opteren voor een of meer eigen trekkingsrechten. Maar ja, dat is logisch. Zoals er in het huidige Hilversum voor het Stadsfonds dertien ‘fondsgebieden’ zijn, zo zou pakweg elke nu nog Wijdemeerse kern straks een apart fondsgebied kunnen zijn. En voor het overige suggereert Blaauwberg dat het goed zou zijn als de gemeentebesturen en het Stadsfonds ’de ondernemerscollectieven in Wijdemeren met hartelijkheid en collegialiteit tegemoet kunnen treden om op zoek te gaan naar ambities en mogelijkheden voor samenwerking’.
Slimme aanpak verzinnen
Al met al komt het dus hierop neer: het is een illusie te denken dat valt te ontkomen aan de OZB-opslag voor niet-woningen in de nu nog Wijdemeerse dorpen. Ook in die dorpen kan het daarmee gevoede Stadsfonds straks dingen voor ondernemers financieren. Het is dus zaak om met elkaar een slimme praktische aanpak te verzinnen die niet strandt bij de rechter.
Het hele advies van bureau Blaauwberg is hier te vinden.

Dit artikel deed mij terugdenken aan de vorming van Wijdemeren op 1 januari 2002. Loosdrecht was tot dat moment een zuinige gemeente met weinig subsidie voor sport, cultuur en bijv. kinderdagverblijven. Dat leidde tot lage OZB en veel opgepot geld in de gemeentekas. Bij de fusiepartners ‘s-Graveland en Nederhorst den Berg was dat anders. Veel hogere OZB, maar meer subsidie. En een niet al te ruime gemeente spaarpot. Bijvoorbeeld in ‘s-Graveland, waarvan ik het best weet hoe het daar zat. De kinderopvang had daar beroepskrachten met opleiding in dienst. In Loosdrecht was dat niet zo.
Kort na de fusie verzocht het kersverse Loosdrechtse raadslid Gert Zagt van DorpsBelangen Loosdrecht aan het College van B&W of er voor Loosdrecht nog tijdelijk een lagere OZB kon blijven gelden dan voor de andere twee fusiepartners. Het antwoord was: “Nee.”.
Ook toen gold al, een gemeentelijke wet geldt voor de hele gemeente. Uitzonderingen zijn niet toegestaan. Dat gold dus ook voor de subsidies, al mocht daar wel geleidelijk geharmoniseerd worden. Voor Loosdrechters knalde de OZB omhoog, maar hun kinderdagverblijven en sportverenigingen sprongen een gat in de lucht omdat ze plotseling beter hun taken konden uitvoeren.
En ja, de gemeentekas werd minder gespekt, wat Loosdrechters de roof van hun rijkdom door de armlastige gemeenten ‘s-Graveland en Nederhorst den Berg noemden. (Met de bouw van het “Loosdrechtse Dorpscentrum” werd die “schade” trouwens ruimschoots vergoed, maar dat terzijde.)
Dat is wat er gebeurt in een herindeling. Je krijgt wat en je geeft wat. Net als bij het sluiten van een huwelijk.