Hoe en vooral in welk stadium moeten inwoners van Wijdemeren worden betrokken bij de zoektocht naar een locatie voor de opvang van asielzoekers, een AZC? Daarover is de lokale politiek het niet eens. Mogelijk kan een nieuwe aanpak een uitweg bieden.

Moeten inwoners worden betrokken als de gemeente en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) het oog hebben laten vallen op een concrete plek voor een AZC in een van de dorpen? Of moeten inwoners al eerder bij dit vraagstuk worden betrokken? Dat was waarover een raadscommissie afgelopen donderdag vrij langdurig debatteerde, onderling en met burgemeester Mark Verheijen, die het dossier vluchtelingenopvang in zijn portefeuille heeft. Te voorzien valt dat de vergadering van de gemeenteraad komende donderdag een vergelijkbaar beeld te zien zal geven.
Nieuwe methode
Maar misschien is er een uitweg. Inzake het vraagstuk asielopvang heeft de gemeente Eindhoven gebruik gemaakt van een nieuwe methode van participatie. Die is ontwikkeld door de Technische Universiteit Delft, de Vrije Universiteit in Amsterdam en het Institute for Transport Studies van de universiteit in het Engelse Leeds.
Dit stukje kan kort zijn. Lezers kunnen voor een verhaal over de Eindhovense ervaring hier terecht. En voor uitleg over de door de TU Delft en anderen ontwikkelde aanpak hier.
(Extra) tijd speelt rol
Bij de vraag of de nieuwe methode iets is voor Wijdemeren zal ongetwijfeld tijd een rol spelen. Nu beginnen met toepassing van de nieuwe methode kost ongetwijfeld extra tijd. De vraag is of dat erg is. De dwingende datum van 1 juli die gemeenten is opgelegd om een aan hen toebedeeld aantal asielzoekers op te vangen – in het kader van de Spreidingswet, die nog wel even van kracht blijft – gaat Wijdemeren toch al niet halen. Mogelijk is nog wat meer overschrijding van die deadline (mits het natuurlijk niet al te dol wordt) wel aanvaardbaar.
Spijt achteraf
In elk geval lijkt het verstandig als de gemeenteraad ook de mogelijkheid van toepassing van de nieuwe participatie-aanpak donderdag meeweegt. Het zou immers zonde zijn er nu niet over te overleggen om achteraf met spijt te moeten zeggen: oei, hadden we dat op 17 april maar wel gedaan
