Bezuinigingen sociaal domein: vragen en scepsis, ja zelfs wantrouwen

Waar denkt het Wijdemeerse college structureel (blijvend) het half miljoen euro te vinden dat volgens het financieel herstelplan minder moet worden uitgegeven aan het sociaal domein? Dat is al ruim een jaar een grote vraag. Maar nu heeft het college de raad dan eindelijk een pak papier gestuurd dat de indruk wekt het antwoord te geven. Dat pak papier verstrekt feiten, maar roept ook veel vragen op. Neemt het college wel zijn verantwoordelijkheid? Hoe reëel zijn de gegevens? Hoeveel maatschappelijke schade komt eraan? Wat kan de gemeenteraad hiermee?

Uit de eveneens gepubliceerde ‘Maatschappelijke Agenda 2024-2027’ die beslist niet hetzelfde is als de voorgenomen bezuinigingsslag, maar daarmee wel samenhangt. (Foto gemeente Wijdemeren)

In juni 2023 kwam het college met het financieel herstelplan om Wijdemeren wat betreft de centjes weer op de rails te krijgen. Een niet onbelangrijk onderdeel was de ‘taakstelling’ om voortaan jaarlijks aan het sociaal domein (Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet) een half miljoen euro minder uit te geven. ‘Taakstelling’ betekent dat het hoe dan ook moest gebeuren, dus werden die lagere uitgaven meteen ingevuld in de cijferkolommen voor een reeks van jaren. Maar daarna gaf het college lange tijd niet thuis bij de vraag: hoe denkt u dat te realiseren?

Raad was het zat

Met wethouder Ron de Haan heeft de oppositie er mening robbertje over gevochten. Begin juni dit jaar was de raad – en beslist niet alleen de oppositie – het zo zat dat het college opdracht kreeg vóór 1 oktober te komen met concrete ideeën voor het terugschroeven van de uitgaven sociaal domein. Vervolgens zette de partij die De Haan had binnengehaald – De Lokale Partij – hem aan de dijk. Opgeruimd stond netjes. Maar de vraag – door De Haan nooit beantwoord – bleef nog steeds: waar denkt het college dat half miljoen te vinden? Intussen was het bedrag trouwens iets opgelopen naar 515.000 euro, want op voorstel van Olivier Goetheer (Groep Goetheer) had de raad besloten dat jaarlijks 15.000 euro moet worden gevonden om recht te doen aan het moderne (online) mediagebruik van jongeren.

En nu liggen er dan een op 3 september gedateerde brief van burgemeester en wethouders aan de raad en de ‘Notitie Beheersmaatregelen sociaal domein Wijdemeren 2024-2027’. Wie de stukken zelf wil lezen kan hier klikken.

Geen voorstel, geen standpunt

De eerste vraag die zich bij lezing opdringt, is of het college wel zijn verantwoordelijkheid neemt. Het legt de raad immers geen voorstel voor over hoe de uitgaven voor het sociaal domein concreet te beperken, nee, het komt met een ambtelijke inventarisatie van mogelijkheden, waarvan het college op 3 september zelf slechts heeft ‘kennis genomen’. Over die inventarisatie neemt het college dus geen standpunt in.

Dat is wel een beetje gek. Aan de andere kant: de raad heeft het college ook niet gevraagd om een eigen standpunt en een voorstel. Op 4 juni sprak de raad in punt 5 van amendement A-21-3 slechts uit ‘het college de opdracht te geven om mogelijke beheersmaatregelen nader uit te werken die moeten leiden tot een besluit over de ombuiging van € 515.000 euro in het sociaal domein, hierin ook expliciet de besteding van de incidentele investering van €250.000 mee te nemen en deze uiterlijk 1 oktober aan de raad voor te leggen’. Welnu, mogelijke beheersmaatregelen zijn nu nader uitgewerkt en het resultaat heeft de raad inderdaad vóór 1 oktober bereikt.

Valt wel mee hoor

Dan de inhoud van de inventarisatie. Die begint met een geruststellende uiteenzetting, waarbij het college zich in de begeleidende brief aansluit. Gesteld wordt dat ‘bezuinigen’, ‘ombuigen’ en  ‘besparen’ verschillende dingen zijn. Ombuigen wordt gedefinieerd als ‘herverdelen van middelen om de efficiëntie te verhogen of om in te spelen op veranderende prioriteiten zonder noodzakelijkerwijs de totale uitgaven te verminderen’ (het vette rood is van mij, niet van de ambtenaren). Onder besparen wordt verstaan ‘het verminderen van uitgaven door middel van efficiënter gebruik van middelen of door het elimineren van onnodige kosten zonder afbreuk te doen aan de output of kwaliteit van diensten’. En bezuinigen wordt omschreven als ‘het verminderen van uitgaven om de begroting in evenwicht te brengen of om tekorten te verminderen’. Pas hier lezen we: ‘Kan leiden tot minder diensten of lagere kwaliteit van diensten’. Let wel: kan . . . . Wel noteren de ambtenaren bij de mogelijkheden die ze opsommen om te ‘bezuinigen’: ,,Dit raden wij echter af’’. Kennelijk snappen ook zij heel goed dat zulke snoei-operaties niet alleen pijn kúnnen doen, maar het ook echt doen.

Klinkt raar en is dat ook

Hoe het u, lezer, vergaat bij het lezen van zulke ambtelijke teksten weet ik niet, maar bij mij wekt het een gezonde dosis wantrouwen. Vooruitlopend op concrete maatregelen die worden opgesomd eerst even een snelle blik op wat volgt. Zo heet hoofdstukje 6 ‘Overige besparingen met relatief hogere impact’. Hier vallen de notitie-schrijvers in hun eigen semantische mes. Wat ze eerder, en ook nog in de hoofdstuktitel, zo handig ‘besparingen’ noemden, heten al in de eerste zin van dit hoofdstukje ineens toch ‘bezuinigingen’. Het gaat over de bezuinigingsmaatregelen die ze afraden, de ingrepen die het meeste pijn gaan doen. Maar bovenaan een tabel over zulke bezuinigingen grijpen ze toch weer naar het verzachtende woord besparingen: ‘Besparingen impact 2’.

Aha, ‘impact 2’, dus er is kennelijk ook een categorie ‘impact 1’. Inderdaad, een paar hoofdstukje eerder staat een tabel met ‘Besparingen met impact 1’. Dat zijn de maatregelen die volgens de opgediste definitie kunnen worden genomen ‘zonder afbreuk te doen aan de output of kwaliteit van diensten’. Geen afbreuk, maar wel impact? Dat klinkt niet alleen raar, dat is het ook. Uit de toelichting op die impact 1-maatregelen blijkt dat ook die wel degelijk schade aanrichten. Dus hoezo ‘zonder afbreuk te doen aan de output of kwaliteit van diensten’?

Tegen beter weten in

Heel die inleiding over ‘bezuinigen is niet besparen is niet ombuigen’ is in het licht van wat volgt een poging lezers gerust te stellen tegen beter weten in. Het doet een beetje denken aan deze geruststelling, uitgezonden op de radio (klik op het driehoekje links).

Dat was in maart 1936, na de Duitse herbezetting van het Rijnland. Inderdaad, premier Colijn. We weten hoe het verder ging.

Praktijkondersteuner jeugd

Maar goed, nu de mogelijke maatregelen die ambtenaren op een rijtje hebben gezet. Allereerst de ‘ombuigingen’. De daar genoemde eerste maatregel is meteen de belangrijkste van allemaal, want deze levert verreweg het meeste geld op, namelijk ruim de helft van het totale bedrag van 515.000 euro dat wordt gezocht. Het gaat om het inzetten bij de huisartsen van een praktijkondersteuner jeugd (POH-Jeugd).

Zo’n praktijkondersteuner moet zorgen dat problemen bij kinderen en jongeren sneller dan nu worden opgespoord. Dat maakt het mogelijk er met relatief eenvoudige en dus minder dure middelen iets aan te doen. Gebeurt dat niet, dan zit het er dik in dat de jonge patiënt later belandt in een veel duurder jeugdzorgtraject. Dat kan heel erg in de papieren lopen. Er zijn gevallen waarin zo’n kind of jongere in een jaar een ton of nog wat meer kost.

Ook de praktijkondersteuner kost natuurlijk geld. Inclusief vergoedingen voor de huisarts en het gebruik van een kamer wordt dat becijferd op zo’n 166.000 euro per jaar. Maar de te behalen winst is groter en netto wordt dus geld bespaard, in het eerste jaar (2025) ruim 137.000 euro, vanaf 2026 dik 275.000 euro per jaar, aldus de notitie.

Inschakeling van zo’n POH-Jeugd is dus een heel verstandige maatregel, die niet voor niets in andere gemeenten al wordt ingezet of overwogen. Wel is de vraag hoe reëel het is al vanaf het tweede jaar uit te gaan van de volle mep aan opbrengst. Eerder vernam ik in andere gemeenten dat het een paar jaar kost voor dit middel volledig vrucht draagt.

Loze bewering

Ook serieus geld (85.000 euro) is gemoeid met maatregel 5: herijking subsidies. Het betreft onder meer bijdragen aan het Dorpenfonds en structurele subsidies voor vrijwilligersorganisaties. Het idee is subsidies te bundelen en aan de verstrekking voorwaarden te stellen die meer dan nu gericht zijn op het doel dat de gemeente met subsidiëring wil bereiken. Dan zal er volgens de toelichting ‘met minder budget meer effect bereikt kunnen worden’. Dat klink verstandig, maar zoals het is opgeschreven, zonder onderbouwing of bewijsvoering, is het vooral een aanname – lelijker  gezegd: voorlopig is het een loze bewering.

Snap er niks van

Er is met deze maatregel 5 trouwens nog iets geks. Bij alle maatregelen staat hun ‘financieel resultaat’. Per maatregel is te zien wat deze in euro’s opbrengt aan ‘ombuiging/besparing’. Maar bij deze maatregel 5 staat: ‘Minus 85.000’. Dat betekent dus deze de maatregel jaarlijks 85.000 euro extra kost. Pardon? Het was toch de bedoeling ‘meer effect’ te bereiken met ‘minder budget’? Hoezo dan ‘Minus 85.000’? Komt dat misschien doordat een deel van de te bundelen subsidies van buiten het sociaal domein komt en aan het sociaal domein wordt toegevoegd? Of zit het anders? Ik snap er niks van. Misschien is het voor de leden van de gemeenteraad allemaal glashelder, maar anders moet een ambtenaar of de wethouder (op dit moment Gert Zagt) het toch maar eens uitleggen.

Flinke dosis schade

Dan van de ‘ombuigingen’ naar de ‘besparingen met impact 1’. Het gaat om zestien maatregelen die per stuk per jaar tussen de 1.500 en 75.000 euro aan lagere uitgaven opleveren. Ik pluk uit de toelichtingen een (niet compleet) aantal gevolgen die de ambtenaren opvoeren. Voor de basisscholen geen subsidie meer om ‘de sociale acceptatie en veiligheid van lbhtiq+ personen te bevorderen’. ‘Minder kinderen gaan via de school naar musea en geen inzet op inclusie’. Financiële bijdrage aan Anne Frank-lesmateriaal vervalt ‘waardoor thema uit onderwijs kan verdwijnen’. ‘Kans dat scholen stoppen met sportdag’. ‘Minder tentoonstellingen lokale kunst’ (dit betreft de Stichting Kunstbezit ’s-Graveland). ‘Verschraling van festiviteitenaanbod’. ‘Minder kinderen en ouderen maken gebruik van cultuur/muziek-aanbod. Minder ontmoetingen’. Nog een keer ‘verschraling van activiteitenaanbod’ (waarbij onder meer worden genoemd: ‘Sinterklaasintocht, koningsdag, 4 en 5 mei vieringen’). ‘Meer eenzaamheid’. ‘Minder sociale verbondenheid. (. . .) Deel vrijwilligerswerk verdwijnt’. Al met al een best flinke dosis maatschappelijke schade.

Voor de volledigheid somt de notitie ook nog 42 ‘beheersmaatregelen uit het land’ op waarvan de opbrengsten (‘beperking van de uitgaven’) ‘op voorhand niet te berekenen zijn’. Heel wat van die maatregelen zijn ook in Wijdemeren (in een aantal gevallen via de Regio Gooi en Vechtstreek) al van toepassing, maar dertien stuks nog niet, dus die kunnen eventueel worden overwogen. Ik pluk er zomaar twee uit. Ten eerste: WMO-hulpmiddelen die de ene cliënt niet meer gebruikt maar die nog goed zijn, kunnen aan een andere cliënt worden gegeven. ‘Kan goedkoper zijn dan nieuw’, aldus de inventarisatie. Tweede voorbeeld: maak een ‘top-20 van cliënten met de meest intensieve zorgvraag om vast te stellen of de huidige ingezette zorg nog noodzakelijk is of dat dit kan worden afgeschaald’.

En dan zijn er dus nog de mogelijke ingrepen die het hardst aankomen en die de ambtenaren daarom afraden. Die kunnen al volgend jaar leiden tot dik vier ton bezuiniging, oplopend naar 474.000 euro per jaar ingaande 2026. Denk aan snijden in het minimabeleid (scheelt jaarlijks 117.000 euro) of beperken van belastingkwijtschelding (scheelt 80.000 euro per jaar).

Verbazing, scepsis, wantrouwen

Wat bij het geheel opvalt, is dat de opgesomde ‘ombuigingen’ plus ‘besparingen met impact 1’ volgend jaar samen ruim 254.000 euro aan uitgaven zouden kunnen schelen en de jaren daarna precies 515.000 euro. Hoe toevallig! Alle geïnventariseerde en kennelijk als redelijk beschouwde maatregelen leveren precies het bedrag op dat wordt gezocht. Niet 10.000 euro meer of minder, zelfs niet 1.000 euro meer of minder, maar heel precies die 515.000 euro.

Dat wekt niet alleen verbazing, maar wat mij betreft ook scepsis, ja zelfs enig wantrouwen. Want hoe kan dat nou? Zijn aan maatregelen zulke bedragen gehangen dat ze precies optellen tot 515.000 euro? Als zo scherp op het gewenste resultaat is gestuurd, hoe betrouwbaar zijn die bedragen dan? Of zit het misschien anders? Zijn er wellicht best meer maatregelen denkbaar waaraan ook bedragen kunnen worden gehangen, maar zijn de ambtenaren gestopt toen ze precies 515.000 euro bij elkaar hadden gesprokkeld?

En nu?

Die vragen zijn belangrijk vanwege het vervolg van de  bezuinigingsoperatie (Oeps, schreef ik daar ‘bezuiniging’? Foei!). Het college heeft de ambtelijke ‘Notitie Beheersmaatregelen’ bij de gemeenteraad op tafel laten ploffen zonder er een eigen standpunt over te formuleren. Dus, zou je denken, moet de raad nu maar zien wat ze ermee doet.

En wat nu als de raad in die inventarisatie gaten schiet omdat bepaalde maatregelen onacceptabel worden gevonden? Waar moet dan het geld vandaan komen om die gaten te stoppen? Moet de raad dan maar keiharde maatregelen aanwijzen uit het lijstje dat de ambtenaren met goede argumenten juist ontraden? Of moet de raad dan wat maatregelen plukken uit het rijtje van dertien waaraan de ambtenaren niet op voorhand bedragen kunnen hangen? Of moet de raad proberen alsnog mogelijke maatregelen los te peuteren waaraan wél bedragen kunnen worden gekoppeld maar die de ambtenaren (misschien) nog buiten beeld hebben gehouden?

Erg ongelukkig

Met de ‘Notitie Beheersmaatregelen’ hebben ambtenaren in elk geval voor een deel goed werk afgeleverd. Maar of het compleet en dus goed genoeg is, valt te betwijfelen. Dat zou normaal al erg ongelukkig zijn, maar is dat nu des te meer. Er is immers een formatie gaande.

Nu de mogelijkheid bestaat dat ze aanschuiven in een nieuwe coalitie is de vraag hoe kritisch PvdA/GroenLinks en CDA op dit moment wensen te zijn over deze bezuinigingsoperatie. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat deze partijen (of één ervan) toetreden tot een nieuwe coalitie en vervolgens een verbeterde versie van de ‘Notitie Beheersmaatregelen’ laten maken.

Zo op de drempel van het nieuwe politieke seizoen durf ik in dit verband één voorspelling wel aan: het wordt in Wijdemeren vast niet saai.

Eén gedachte op “Bezuinigingen sociaal domein: vragen en scepsis, ja zelfs wantrouwen”

  1. Dat is schrikken! Hoe het huidige rompcollege restant van DLP en VVD van Wijdemeren een gemeente maakt zonder sociaal netwerk en met de dood in de pot.

    Ik citeer enkele maatregelen uit de tekst van Ronald:

    1) Voor de basisscholen geen subsidie meer om ‘de sociale acceptatie en veiligheid van lbhtiq+ personen te bevorderen’.
    2) Minder kinderen gaan via de school naar musea en geen inzet op inclusie.
    3) Financiële bijdrage aan Anne Frank-lesmateriaal vervalt ‘waardoor thema uit onderwijs kan verdwijnen’.
    4) Kans dat scholen stoppen met sportdag.
    5) Minder tentoonstellingen lokale kunst’ (dit betreft de Stichting Kunstbezit ’s-Graveland).
    6) Verschraling van festiviteitenaanbod.
    7) Minder kinderen en ouderen maken gebruik van cultuur/muziek-aanbod.
    8) Minder ontmoetingen.
    9) Verschraling van activiteitenaanbod’ (waarbij onder meer worden genoemd: ‘Sinterklaasintocht, koningsdag, 4 en 5 mei vieringen’).

    DLP-VVD, hoe halen jullie dit in je hoofd? Schaam je! In zo’n morsdode gemeente zonder enig cultureel en historisch besef wil ik niet wonen. Om nog maar te zwijgen over armoedebeleid en WMO in een rijke gemeente als Wijdemeren.

    Als ik dit lees krijg ik plaatsvervangende schaamte. Daar schijnen ze op Rading Eén geen last van te hebben.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactie gegevens worden verwerkt.