De bouw aan de Porseleinhaven in Oud-Loosdrecht kan worden hervat. De uitspraak die de Raad van State woensdag 20 mei deed, maakt dat mogelijk.

De gemeente Wijdemeren maakte het nieuws meteen woensdag bekend. Volgens het persbericht is wethouder Gert Zagt blij met de uitspraak en ontwikkelaar Heijmans ook. Verder memoreert het bericht dat de procedure ‘al geruime tijd’ loopt.
Details waarover het concreet gaat, ontbreken helaas. Maar die staan uiteraard wel in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Inderdaad al geruime tijd geleden, namelijk op 24 november 2020, vroeg Heijmans voor dit deel van de Porseleinhaven een omgevingsvergunning voor de bouw van zeven appartementen en twaalf herenhuizen met op de begane grond commerciële ruimten. Toekomstige adressen: Spinaker 1 tot en met 37.
Vergunning, bezwaar x 4
Op 13 april 2021 besloot het Wijdemeerse college de omgevingsvergunning te verlenen. Maar er kwam bezwaar, waarop de vergunning werd aangepast. Nieuw bezwaar en op 15 juni 2023 een nieuwe vergunning. Er kwamen, u raadt het al, opnieuw bezwaren. Op 25 juni 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tussenuitspraak: het college heeft onvoldoende onderbouwd dat het bouwplan voorziet in genoeg parkeerplaatsen. Het college moest zijn huiswerk op dit punt dus over doen.
Het resultaat kwam al snel, op 29 juli 2025. De onderbouwing was aangepast en op de bijbehorende tekening stond bij de begane grond niet meer ‘commercieel’, maar ‘uitsluitend bestemd voor detailhandel’. Alles daarmee in kannen en kruiken? Nou nee, nog maar eens bezwaren.
Niet-ontvankelijk
En nu dus het eindoordeel van de hoogste bestuursrechter. Die zet de meeste bezwaarmakers vlot buiten de deur. In 2021 en 2023 zijn zij niet in het geweer gekomen en het laatste besluit van het college (dat van 29 juli 2025) plaatst deze bezwaarmakers niet in een nadeliger positie dan ze in 2021 en 2023 hadden. Conclusie: deze bezwaarmakers zijn niet-ontvankelijk. Onverrichter zake konden ze dus naar huis.
Bleef over de laatste bezwaarmaker. Die had aangevoerd: bij de berekening van het aantal parkeerplaatsen had de gemeente moeten uitgaan van de slechtst mogelijke situatie (‘worst-case scenario’) en dat is niet gebeurd, bovendien wordt er ten onrechte geen ondergrondse parkeergarage gebouwd.
Ondergronds
Met dat laatste was de Afdeling bestuursrechtspraak woensdag snel klaar. Al bij de tussenuitspraak (juni 2025) is geoordeeld: volgens het bestemmingsplan is er geen verplichting te zorgen voor ondergrondse parkeervoorzieningen, dus hoeft het niet. Nu de bezwaarmaker aanhoudt, geldt: alleen in uitzonderlijke gevallen komt de Afdeling bestuursrechtspraak op zo’n oordeel terug, maar van een uitzonderlijk geval is hier geen sprake. Kortom: ondergrondse parkeergarage hoeft niet.
Genoeg parkeerplaatsen
En dan het aantal parkeerplaatsen. In een rekensommetje laat de Raad van State zien dat er, gezien het bouwplan, ten hoogste 44,8 parkeerplaatsen nodig zijn. Het bouwplan voorziet in 57 parkeerplaatsen en dat is dus genoeg, aldus de bestuursrechter. Ook de laatste bezwaarmaker onverrichter zake huiswaarts dus. De bouwers kunnen aan de slag.
Volgens het Wijdemeerse persbericht gaat ontwikkelaar Heijmans nu met de gemeente overleggen over ’concrete vervolgstappen’. Daarover gaan we vast spoedig iets vernemen.

En wat gebeurt er met de mooiste historische ontdekking namelijk de oude Porcelein fabriek? Dat zou een Europese toeristen trekker van jewelste a la Meissen zijn als iemand het lef had gehad om er een overdekt museum van te maken, met een glasplaat boven de oude fabriek van ds. Mol. Tot stof zult gij wederkeren. Weg met die toeristen trekker, we verdienen al zat aan de plassen. Kortzichtig!