College beantwoordt bijna helft schriftelijke vragen te laat, lelijk probleem voor lokale democratie

Van de 47 setjes schriftelijke vragen die gemeenteraadsleden de afgelopen dertien maanden stelden, hebben burgemeester en wethouders bijna de helft te laat beantwoord. Dat blijkt uit een inventarisatie van de online beschikbare documentatie van maart 2021 tot en met maart dit jaar.

Vlak voor haar raadslidmaatschap eindigde, schreef Renée Wijnen het college  een kritisch briefje. Twee setjes door haar gestelde vragen waren niet binnen de vereiste termijn beantwoord. Dat kwam op Rading Nul al aan de orde.

Maar had Wijnen misschien stomtoevallig twee keer ‘pech’ of is er meer aan de hand? Die vraagt dringt zich des te meer op omdat naar aanleiding van het rapport van bureau Necker van Naem vorig jaar te beluisteren viel dat raadsleden de ambtenaren misschien wel opzadelen met erg veel vragen.

Laten we met dat laatste beginnen. Van begin maart 2021 tot eind maart 2022 turfde ik 47 setjes schriftelijke vragen van raadsleden. Dat zijn er dus iets minder dan vier per maand, zeg afgerond één per week. Nu is dat een gemiddelde. Vooral in het zomerreces worden minder vragen gesteld. Buiten het zomer- en het kerstreces loopt het aantal vragen dus iets op.

Veel of weinig?

Of 47 vragensets in dertien maanden veel, normaal of weinig is? Daarvoor bestaat geen maatstaf. Bovendien is het ene vragensetje het andere niet. Het ene is overzichtelijker dan het andere. Daarnaast hebben ambtenaren ook te maken met technische vragen. Dat zijn er door het jaar heen meer dan het aantal schriftelijke vragen.

Voor buitenstaanders even heel kort het verschil tussen technische en schriftelijke vragen. De technische worden gesteld naar aanleiding van documenten die het college de raad voorlegt – de ontwerp-begroting bijvoorbeeld. Schriftelijke vragen borrelen vaak bij fracties zelf op, niet zelden naar aanleiding van wat ze in de dorpen zien of horen.

Regels

Hier gaat het dus alleen om die schriftelijke vragen. Daarvoor heeft de raad regels vastgelegd in het reglement van orde. Artikel 52 daarvan bepaalt dat schriftelijke vragen ‘zo snel mogelijk’ worden beantwoord en ‘in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen’. Nu kan het eens tegenzitten of kunnen vragen zo’n complexe zaak betreffen dat er meer tijd nodig is. Dan moet het college de vragensteller(s) melden dat het langer gaat duren – inclusief waarom dat zo is en wanneer de antwoorden dan wél komen.

Renée Wijnen: geen briefje. (Foto Douwe van Essen)

Afzwaaiend raadslid Wijnen meldde dat ze in beide door haar gewraakte gevallen niet zo’n briefje heeft gekregen. In de documentatie van de afgelopen dertien maanden heb ik zulke briefjes evenmin aangetroffen. Wel zag ik in één geval dat burgemeester Larson haar excuses aanbood dat ze zo laat met antwoorden kwam. Dat betrof CDA-vragen over de Porseleinhaven, waarop pas na 49 dagen antwoorden kwamen ofwel krap drie weken te laat.

De cijfers

Dan nu de cijfers. Daarbij een kleine kanttekening: bij twijfel heb ik gerekend in het voordeel van het college. Zo vond ik geen antwoorden op vragen die D66 21 juni 2021 stelde over de bijstand. Aangezien er dat jaar nogal wat te doen was over de bijstand heb ik aangenomen dat die wellicht mondeling (en tijdig) zijn beantwoord. En vragen die het CDA op 28 maart stelde over de Oostelijke Vechtplassen zijn nog niet beantwoord, maar dat kan best nog op tijd gebeuren. Beide gevallen heb ik geturfd als ‘tijdig beantwoord’. Het eindresultaat is dit. Van de 47 vragensetjes zijn er 22 (46,8 procent) te laat beantwoord, 25 keer (53,2 procent) kwamen de antwoorden wel binnen de 30-dagentermijn. Dus in bijna de helft van de gevallen hielden burgemeester en wethouders zich niet aan de regels.

Een triest resultaat, maar er zijn ook enkele lichtpuntjes. Ik heb een top 3 gemaakt van het ergste en ook eentje van het beste. Boven dat alles uit echter torent het geval waarin D66 en PvdA/GroenLinks eind februari vragen stelden over Gazprom (vanwege de Oekraïne-oorlog). De antwoorden kwamen niet per omgaande, nee, die waren al klaar op de dag vóórdat de vragen werden gesteld. Een verhelderende brief van de Regio Gooi en Vechtstreek kruiste de vragen. Een gelukkig toeval. Dit vragensetje heb ik daarom wel op het stapeltje ‘tijdig beantwoord’ gelegd, maar niet meegerekend in de positieve top 3.

Crys Larson: positief. (Foto Douwe van Essen)

Op dat positieve erepodiumpje horen wel de antwoorden die kwamen na 9 dagen (coronamaatregelen), na 7 dagen (Afghaanse vluchtelingen) en na 5 dagen (vluchtelingen uit Oekraïne). Als de daarvoor  eerstverantwoordelijke mag burgemeester Larson dat op haar palmares schrijven. Die snelheid is opmerkelijk, maar ook verklaarbaar. Het ging om crisissituaties. Iedereen staat dan in de crisis-modus en dat maakt ongewone dingen mogelijk. Het zou onredelijk zijn zulke flitsreacties van college en ambtenaren ook te verwachten in normale omstandigheden.

Joost Boermans: dieptepunt. (Foto Douwe van Essen)

Dan de negatieve top 3. Daar zien we dat De Lokale Partij (DLP) 53 dagen moest wachten op beantwoording van vragen over betaald parkeren bij Natuurmonumenten in ’s-Graveland. Diezelfde DLP moest 69 dagen wachten op antwoorden over de gevolgen van een uitspraak van de Hoge Raad over verkoop van bouwgrond (het Didam-arrest). En DorpsBelangen moest zelfs 83 (!) dagen geduld oefenen tot er antwoorden kwamen over parkeren aan de Overmeerseweg in Nederhorst den Berg. Voor dat dieptepunt was wethouder Joost Boermans (D66) de eerstverantwoordelijke binnen het college.

Van de 22 keer dat antwoorden te laat kwamen, gebeurde dat in 12 gevallen na 40 dagen of meer, 4 keer na 50 dagen of meer, 2 keer na 60 dagen of meer en dus één keer na meer dan tachtig dagen.

Voortrekken?

Wie zouden vaker te lang op antwoord moeten wachten: oppositie- of coalitiefracties? Negatiever geformuleerd: wordt de coalitie misschien voorgetrokken?

De cijfers geven antwoord. Van de oppositie (De Lokale Partij, PvdA/GroenLinks) kwamen 22 vragensets, de coalitie (DorpsBelangen, CDA, VVD, D66) diende er 21 in en vier keer werden vragen gesteld door een combinatie van een coalitie- en een oppositiepartij. Die laatste categorie turven we aan beide kanten (ze tellen dus dubbel). We komen dan op 47 + 4 = 51 vragensets: 26 van de oppositie en 25 van de coalitie.

Van de oppositionele vragensets werden er 16 tijdig en 10 te laat beantwoord, bij de coalitie was dat 13 keer op tijd en 12 keer te laat. Ofwel: de oppositie moest in 38,5 procent van de gevallen te lang wachten, de coalitie in 48 procent van de gevallen. Van voortrekken van de coalitiefracties is dus beslist geen sprake.

Conclusies

Vallen uit dit alles conclusies te trekken? Ik denk het wel. Zoals gezegd is er geen objectieve maatstaf om te bepalen of de gemeenteraad weinig of (te) veel schriftelijke vragen stelt. Maar gezien de cijfers is mijn indruk dat de raad niet overdrijft. En toch kan het college het niet aan, want antwoorden komen in bijna de helft van de gevallen te laat.

Daarbij moeten we wel bedenken dat b & w daarvoor weliswaar verantwoordelijk zijn, maar dat ambtenaren het echte werk doen. Dus valt niet te ontkomen aan de observatie dat het ambtenarenapparaat een vrij redelijk aantal schriftelijke vragen van de raad niet aan kan.

Democratie

Dat is niet fraai. Want zonder goede en tijdige beantwoording van vragen kan de gemeenteraad niet naar behoren functioneren. Dan wordt de plaatselijke democratie aangetast. En dan zullen zelfs vurige pleitbezorgers van Wijdemeerse zelfstandigheid – een mooi streven zolang het realistisch is – bij zichzelf te rade moeten gaan.

Hamvraag: valt aan het hier geschetste euvel nog iets te doen of is het realistischer om aan drastischer stappen te denken? Het treft dat onderhandelaars nu praten over de politieke hoofdlijnen voor de komende vier jaar. Het lijkt verstandig als ze ook het bovenstaande bij hun overwegingen betrekken.

Eén gedachte op “College beantwoordt bijna helft schriftelijke vragen te laat, lelijk probleem voor lokale democratie”

  1. Hier zijn kennelijk in het oude coalitieprogramma geen afspraken over gemaakt. Tip om er toch even over na te denken van harte ondersteund.
    Een gapend gat tussen de uitvoerende macht (B&W en hun ambtenaren) en de beleidsvormende door de raad (sic, zonder ambtenaren naast de griffie, heeft de raad niet juist alle beleidsambtenaren nodig?) wordt duidelijk. Tel daarbij op de zelden of nooit (tijdig) nagekomen toezeggingenlijst van B&W aan de raad. Schrijnend om te zien, dat het CDA als enige hier een punt van maakte. Maar dan wel door zachte reminders pas af te geven na een jaar wachten, ja, een heel jaar….
    Toezeggingen……aan het hoogste orgaan in de gemeente….
    Om maar helemaal te zwijgen over de honderden ingezonden brieven vanuit de bevolking die niet eens een ontvangstbevestiging waard zijn, laat staan een echt antwoord…. Één op de duizend? De basis op orde?
    Is de uitvoerende macht niet over de kling gejaagd door teveel druk op hun schouders te leggen om toch maar een paar woningen te realiseren?
    Die ruimte gaf de raad overigens zelf aan de bouwwethouders. Handig geweest?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.