Gemeenteraad erkent leed Molukse gemeenschap en maakt een gebaar na een nogal pijnlijke discussie over geld

Via een motie heeft een meerderheid van de gemeenteraad van Wijdemeren het leed erkend van de Molukse gezinnen die begin jaren vijftig naar Nederland kwamen. Ook vroeg die meerderheid het college te regelen dat de gemeente de grafrechten voor dertien Molukse graven overneemt tot 2050. In Loosdrecht belandde destijds een groepje zogenoemde marine-Molukkers.

Molukse marinemuzikanten in Hilversum, rond 1953. De foto staat in het boekje van Keppy (zie verderop). Staand van links naar rechts Eddy Paais, Tom Pattikawa en Bing Kukupessy. Gehurkt Utju Tomisawa en Joop Pattiasina. (foto collectie Stichting Arombai)

In 1951 kwamen ruim 3.500 Molukse militairen met hun gezinnen (samen zo’n 12.500 mensen) naar Nederland. Ze hadden aan Nederlandse kant gevochten en stonden zacht gezegd niet in een goed blaadje in Indonesië, dat zich net van het koloniale juk had vrijgevochten.

In de meeste gevallen ging het om militairen die dienst hadden gedaan in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Zij werden in Nederland gedemobiliseerd. Ze zouden hier slechts tijdelijk verblijven, heette het, maar dat liep anders. Er was echter ook een kleine groep Molukse militairen die in Indië had gediend bij de marine. In Nederland zetten deze mannen hun loopbaan voort bij de Koninklijke Marine.

Veel leed

De Molukkers werden in Nederland bepaald niet met open armen ontvangen. Ze werden ondergebracht in voormalige concentratie- en werkkampen. Het heeft allemaal veel leed veroorzaakt, aldus de motie die D66, PvdA/GroenLinks en De Lokale Partij donderdagavond in de raadsvergadering indienden. De motie is overigens geschreven nadat partijen waren benaderd vanuit de Molukse gemeenschap.

De motie vraagt daarom aan burgemeester en wethouders om zich, gesteund door de raad, aan te sluiten bij de brief die een groep burgemeesters eerder dit jaar aan het kabinet stuurde. Die burgemeesters van elf gemeenten met een grote Molukse gemeenschap vroegen het kabinet het leed de Molukkers in Nederland aangedaan formeel te erkennen. De motie vraagt het college ook zelf die erkenning uit te spreken. Voorts vraagt de motie om een en ander onder de aandacht te brengen van de inwoners van Wijdemeren. Dit laatste omdat het sterke vermoeden bestaat dat velen deze geschiedenis niet kennen.

Marine-Molukkers in Loosdrecht

De gemeente Wijdemeren heeft een rechtstreekse relatie met deze problematiek. In 1953 kwamen dertien marine-Molukkers met hun gezinnen naar Loosdrecht. De mannen werkten onder meer in het toenmalige Marine Opleidingskamp in Hilversum, net buiten Loosdrecht, en vanuit het marinehaventje in Nieuw-Loosdrecht. Veel marine-Molukkers werden later uitgezonden naar Nieuw-Guinea en de West, stelt de motie verder vast.

De eerste generatie marine-Molukkers is inmiddels overleden en begraven. De motie vraagt het college om als eerbetoon, wanneer verlenging van grafrechten aan de orde is, deze tot 2050 voor rekening van de gemeente te nemen.  Dat is een grote wens vanuit de Molukse gemeenschap. Daarmee zal jaarlijks zo’n 1.500 euro gemoeid zijn. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de grafrechten voor andere graven daardoor stijgen.

Bij monde van wethouder Jan-Jaap de Kloet (burgemeester Crys Larson ontbrak wegens ziekte) ontried het college de motie, maar alleen omdat de voorgestelde financiële dekking volgens hem niet in orde was. Ook CDA, VVD en DorpsBelangen hikten daar tegenaan. Zoals Eric Torsing het uitdrukte: ,,Schrap de voorgestelde dekking en laat het college hiervoor een list verzinnen.” Dat schrappen deden de indieners. Toch ontstond er gedoe.

Na het nodige geharrewar, door menigeen in de raad als erg pijnlijk ervaren, werd de motie met 12 tegen 7 stemmen aangenomen. De VVD vond het allemaal te rommelig, DorpsBelangen had de motie hangende een financiële oplossing liever opgeschoven gezien naar februari. In verband daarmee stemden beide fracties, zo te horen met pijn in het hart, tegen. Vóór stemden de indieners (D66, PvdA/GroenLinks en De Lokale Partij) plus het CDA.

Maatschappelijke commotie

Zoals bekend hebben Molukse jongeren in later jaren de nodige maatschappelijke commotie veroorzaakt. Denk onder meer aan de gijzeling in de lagere school in Boven-Smilde en aan de treinkaping bij De Punt. Achtergrond daarvan was de behandeling van de Molukkers in Nederland. Ook gevoelens over de in 1950 uitgeroepen en door Indonesië onderdrukte Republik Maluku Selatan (RMS, Republiek der Zuid-Molukken) speelden een zekere rol.

Over die RMS wordt verschillend gedacht. Zelf heb ik er in 2018 in De Gooi- en Eemlander, Haarlems Dagblad, Leidsch Dagblad en Noordhollands Dagblad op gewezen dat het blazoen van RMS-voorman en –held Chris Soumokil (1905-1966) niet onbevlekt was. Toen hij in 1949 minister van Justitie was van de toenmalige deelstaat Oost-Indonesië prees Soumokil tegenover de Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon in Indonesië, Tony Lovink, militairen die zich van Nederlandse kant op Zuid-Celebes hadden bezondigd aan oorlogsmisdaden.

Drie jaar eerder zag hij als lid van een onderzoekscommissie inzake de moord door militairen op een aantal gevangenen in de dorpen Bendoro en Padaelo geen aanleiding voor strafvervolging. In 1950 werd Soumokil minister en al snel daarna president van de RMS. In 1966 is hij door Indonesië ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.

Marine-kinderen

De meeste Nederlanders zullen Molukkers in Nederland onmiddellijk associëren met hun vaders of opa’s die in het KNIL dienden. Maar weinigen weten dat er ook een kleine groep marine-Molukkers was. Die is vrij geruisloos in de Nederlandse samenleving opgegaan. Ook journalist Herman Keppy (met zelf Molukse ‘roots’) noteerde dat in zijn boekje ‘De laatste inlandse schepelingen. Molukkers in dienst van de Koninklijke Marine 1915-1965’ (Amsterdam 1994).

Orang Maluku di salju, Molukkers in de sneeuw in Loosdrecht, rond 1955. Ook deze foto staat in het boekje van Keppy. De vrouwen zijn Ima Tomasowa-Wattimena en An Wattimena-Leisina. De Molukse jongetjes zijn Johnny en Edje Wattimena. Wie de twee Nederlandse kinderen zijn is onbekend. (Foto collectie Stichting Arombai)

Al in Indië was er een tegenstelling geweest tussen de twee groepen Molukse militairen. En in Nederland, schrijft Keppy, was een belangrijk verschil dat de Molukse KNIL-kinderen opgroeiden in ‘Ambonnezenkampen’ en de marine-kinderen tussen Nederlanders. Dat de marine-kinderen het Nederlands veel beter beheersten, zorgde ervoor dat zij op school niet de problemen ondervonden die KNIL-kinderen wel hadden. Inmiddels, noteert Keppy, zijn de verschillen veel minder en zijn ‘de Molukse achtergrond en lotsverbondenheid belangrijker dan het onderscheid tussen marine en KNIL’.

Kerken aan de Eikenlaan

Aan de Eikenlaan in Nieuw-Loosdrecht kerken anno 2021 nog steeds Molukkers van de Gereja Injili Maluku (GIM, Moluks-Evangelische Kerk). Ik moest even zoeken, maar een telefoontje naar het centrale GIM-nummer in Houten leverde de bevestiging op. Als dominee in Nieuw-Loosdrecht fungeert Lusianne Lotty Hattu uit Huizen, die behalve in Huizen en Loosdrecht ook actief is voor GIM-gemeenten in Lelystad en Woerden.

3 thoughts on “Gemeenteraad erkent leed Molukse gemeenschap en maakt een gebaar na een nogal pijnlijke discussie over geld”

  1. Prachtig gebaar dankzij D66, DLP en PvdA/GL. Goed gedaan, Myriam. In een brief aan de burgemeester vroeg de democratische beweging Nieuwe Democratie Wijdemeren maanden terug al of zij zich wilde scharen in het rijtje burgemeesters die samen optrokken om het leed te verzachten. We namen het zonder dat ze er zelf om vroegen uit medeleven voor hen op. Nooit beantwoord, niet eens gevonden op de Lijst Ingekomen Stukken. Verzoeken uit de bevolking leg je gewoon terzijde volgens het heersende participatieniveau.
    In het verleden was er in hun kerk een debat over al dan niet verkopen van sociale huurwoningen aan de jarenlang klussende bewoners. Wijlen Ruud Buys (VVD) en ondergetekende kruisten daarover de degens. De Molukse gemeenschap was in grote getale aanwezig.

  2. Beseffen we maar één/twee generaties verder, dat Molukse én Nederlandse KNIL militairen in Jappenkampen in een kuil werden ingegraven met alleen hun hoofd boven de grond? Waarna de Japanse officieren één voor één langs liepen en urineerden op hun hoofden?

  3. Het begin is er. Laten we hopen dat het niet bij deze ene keer blijft. Veel is verdrongen, veel is niet verteld, veel is niet doorgegeven, laten we zeggen dat het onze landaard is, dat dit zo is. “Opdat wij niet vergeten.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.