Na ruwweg één en driekwart eeuw is een einde gekomen aan de band tussen Loosdrecht en de familie Hacke van Mijnden (ja inderdaad, van landgoed Eikenrode). Als ik me niet vergis was een vorige week overleden dame namelijk de laatste Hacke van Mijnden.

Een rouwadvertentie in De Gooi- en Eemlander trok afgelopen zaterdag niet alleen mijn aandacht, maar maakte ook herinneringen los. Mijn gedachten zweefden naar 1967, het jaar waarin ik werd toegelaten tot het Gemeentelijk Gymnasium in Hilversum (toen nog aan de Schuttersweg, het gebouw is later overgenomen door het Roland Holst College).
Liesje
Het zal na een ouderavond zijn geweest dat mijn moeder een raadselachtige mededeling deed. ,,Vroeger heb ik in de klas gezeten met Liesje Hacke van Mijnden. Ze was heel aardig.’’ Ik zal wel schaapachtig hebben gekeken, want ik snapte er geen bal van. ,,Bij jou in de klas zit toch een Monique?’’, ging mijn moeder voort. Eh, ja, natuurlijk, Monique, aardige meid. Al woonde ze in een enorm huis op een landgoed, poeha had ze absoluut niet. Wel een uitstekend gevoel voor humor. Maar ehh . . . Mijn moeder weer: ,,Nou, de moeder van Monique is Liesje. Grappig hè.’’
Die Liesje – Elisabeth Hacke van Mijnden – is vorige week, 95 jaar oud, overleden, zag ik in de rouwadvertentie. Wat oudere Loosdrechters denken bij die achternaam uiteraard meteen aan Eikenrode, Nieuw-Loosdrechtsedijk 21. Het landhuis is tegenwoordig een luxe woonzorgcomplex met achttien appartementen. De geschiedenis ervan gaat ver terug, tot 1845 namelijk.

In dat jaar stichtte de in de letteren gepromoveerde domineeszoon Jan Conrad Hacke (Haarlem 1814 – Loosdrecht 1873) de buitenplaats Eikenrode. Hij kon zich dat veroorloven dankzij zijn kort daarvoor gesloten huwelijk met de vermogende jonkvrouw Janna Catharina Suzanna Elias.
Heerlijkheden
In 1856 deed Hacke nog iets, zo valt te lezen in een uitvoerig verhaal dat Bas de Ligt van de Historische Kring Loosdrecht in september 2007 publiceerde in regionaal geschiedenistijdschrift Tussen Vecht en Eem. Hacke kocht op een veiling in Loenen de heerlijkheden Mijnden en de beide Loosdrechten. De basis daarvoor was rond 1200 gelegd door Egidius van Amstel.
Eertijds bracht zo’n heerlijkheid goed geld op. De ambachtsheer mocht bijvoorbeeld tienden heffen over de graanoogst, bemoeide zich met het turfsteken, benoemde dominees, had recht op een bank in de Sijpekerk in Nieuw-Loosdrecht. De Grondwet van 1848 had aan ambachtsheerlijke rechten al aardig paal en perk gesteld en nadien brokkelde het verder af tot er vrijwel niets overbleef. Hoe dat ook zij, op de veiling in 1856 had Jan Conrad Hacke er ruim 20.000 gulden voor over, een vorstelijk bedrag. Om een idee te geven: een rekentooltje van het Centraal Bureau voor de Statistiek gaat helaas niet terug tot 1856, maar 20.000 gulden uit 1900 is nu zo’n 704.000 euro.
Naam
Naast materiële zaken kocht Hacke op die veiling nog iets: het recht om ‘van Mijnden’ aan zijn naam toe te voegen. Sindsdien ging hij door het leven als Hacke van Mijnden.
Laten we verder met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis gaan. Voor uitgebreidere gegevens kunnen lezers vast terecht bij publicaties van de Historische Kring Loosdrecht. Het ambachtsheerschap ging van Jan Conrad Hacke van Mijnden over op zijn nazaten Conrad Jan (1847-1924) en Jan Elias (1888-1969).
Dochters
Jan Elias Hacke van Mijnden had drie dochters, geen zoons. Daarom gebeurde na zijn overlijden in 1969 wat hij in 1960 in zijn testament had vastgelegd: de ambachtsheerlijke rechten gingen over naar Rudolph Feenstra (1926-2007), de toenmalige echtgenoot van Jan Elias’ jongste dochter, Elisabeth. Enkele jaren later verlieten de Feenstra’s Eikenrode, waarna het in 1974 werd verkocht aan BV Coördinatie-Bouw.
In 2001 kreeg M.J. Plasmeijer het landgoed in erfpacht. Het lukte hem het in verval geraakte buiten in oude luister te herstellen, wat voor Feenstra in december 2006 aanleiding was om via een notaris de buitenplaats en de ambachtsheerlijke rechten bij Plasmeijer weer in één hand te brengen. Die rechten waren overigens verschrompeld tot het recht om voor het genoegen te vissen in de Vecht tussen de Weerdsloot (Breukelen) en de Alambertskade (Vreeland). Hoe het verder ging met Eikenrode tot het uiteindelijk het huidige woonzorgcomplex werd, slaan we over. Een aantal Loosdrechters krijgt bij de gedachte aan die verwikkelingen wellicht spontaan hoofdpijn.
Allerlaatste
Wel even terug naar Jan Elias Hacke van Mijnden. Zoals vermeld had hij drie dochters. Die heetten Hacke van Mijnden, maar hun kinderen kregen de achternamen van hun vaders: Crol, Ogtrop en Feenstra. De drie dochters van Jan Elias waren dus de laatste Hacke van Mijndens en na het overlijden van haar zussen in respectievelijk 2000 en 2005 was Elisabeth zelfs de allerlaatste, totdat ook zij afgelopen donderdag de ogen sloot. Voor de familie én voor Loosdrecht is daarmee een einde gekomen aan een tijdperk dat maar liefst duurde van 1856 tot 2024.

Divine Tragedy –
This charming account of the mid-19th-century country estate ‘Eikenrode’ misses some fascinating history. When Dr. Jan Conrad Hacke—soon to become Heer van Mijnden—began constructing the neoclassical manor and landscaping the surrounding grounds, he also envisioned a magnificent, light-filled orangery. Financed in part by his wife’s fortune, Hacke later embarked on another monumental passion project: a masterly translation of Dante Alighieri’s Divine Comedy into rhyming Dutch verse, published between 1867 and 1873. Illustrated by Gustave Doré and privately printed, the work secured the family name a permanent place in Dutch literary history.
Two generations later, the estate passed to Jan Elias Hacke van Mijnden (1888–1969), who inherited his grandfather’s passionate drive but redirected it from poetry to botany. He transformed the historic orangery into a state-of-the-art tropical greenhouse. An elite amateur hybridizer and devoted patrician flower lover, he filled it with rare and exotic orchids. His passion reached its peak in 1934, when he registered the internationally acclaimed Cattleya Nathalie Dekens hybrid.
Following his death in 1969, the estate fell into disrepair. I stayed there overnight as a house guest after the family had vacated the premises. Unable to sustain the costs of maintaining the property, Jan Elias’s daughters were forced to put the once-glorious country estate on the market in the 1970s. While the main mansion was eventually restored, the historic 150-year-old orangery stood vacant for decades, its former abundance of orchids surviving only in memory—their cascading blooms once filling the air with the delicate fragrance of vanilla and fresh citrus.
Its tragic end came in mid-December 2007, when flames consumed the orangery with such ferocity that exploding gas cylinders shook the grounds, leaving the historic home of those magnificent orchids completely gutted.
Nice piece, thank you for writing this.
Kind regards, Jan