Nee maar! Kiest Wijdemeren ‘verkeerde kant van de geschiedenis’?

Een raadselachtig bericht van de gemeente Wijdemeren onder de kop ‘Onthulling herdenkingsmonument Molukkers’ roept allerlei vragen op. Bijvoorbeeld: waar komt dat monument zo plots vandaan? En, nogal pijnlijk: plaatst de gemeente zich met dat bericht alsnog, om met oud-minister Ben Bot te spreken, aan ‘de verkeerde kant van de geschiedenis’?

De Kota Inten, waarmee in 1951 de eerste Molukse militairen en hun gezinnen naar Nederland werden gebracht. (Foto Maritiem-Historische Databank)

Eerst even kort de voorgeschiedenis. Eind 1949 droeg Nederland, na zo’n vier jaar koloniale oorlog, de soevereiniteit over de Indonesische archipel over aan de onafhankelijke, maar onder Haagse druk federaal georganiseerde Republik Indonesia Serikat (RIS). In augustus 1950 zette president Soekarno die RIS om in de eenheidsstaat Republik Indonesia.

In juli 1950 werd het koloniale Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) opgeheven. Indonesische militairen kregen de keuze: of op Java demobiliseren of overstappen naar het Indonesische leger, Tentara Nasional Indonesia (TNI). Molukse militairen zagen in beide opties niets. Ze  werden – tijdelijk, werd gezegd – met hun gezinnen overgebracht naar Nederland. Dat gold ook voor Molukkers die hadden gediend bij de Indische marine. Het ging om bijna 3.600 militairen, inclusief hun gezinnen zo’n 12.500 personen.

Enkele van de passagiers van de Kota Inten die op 21 maart 1951 in Rotterdam afmeerde. (Foto Nationaal Archief)

De eerste Molukkers arriveerden op 21 maart 1951 met troepentransportschip Kota Inten in Rotterdam, de rest volgde in de vier maanden daarna. De KNIL’ers (veruit de grootste groep) werden alsnog gedemobiliseerd. Jarenlang zouden ze met hun gezinnen worden ondergebracht in ‘woonoorden’, waaronder de voormalige concentratiekampen Westerbork en Vught. Voor de ‘marine-Molukkers’ nam de geschiedenis na enige tijd een andere wending. Zij konden terecht bij de Koninklijke Marine. En zo kwam in 1953 een groepje van hen met hun gezinnen naar Nieuw-Loosdrecht. De mannen gingen werken in het Marine Opleidingskamp Hilversum aan de Noodweg.

Molukse marinemuzikanten in Hilversum, rond 1953. Staand van links naar rechts Eddy Paais, Tom Pattikawa en Bing Kukupessy. Gehurkt Utju Tomisawa en Joop Pattiasina. (foto collectie Stichting Arombai)

Om het beeld compleet te maken nog dit. Er waren ook Indonesische militairen  die vóór de Japanse invasie (1942) werden opgeleid en dienden aan Nederlandse kant, maar na de Japanse capitulatie (1945) de kant kozen van de Republiek Indonesië. De bekendste onder hen: Abdul Haris Nasution (1918-2000), de vormgever van het guerrillaconcept waarop de Nederlandse troepen hun tanden stukbeten.

Abdul Haris Nasution. (Foto Nationaal Archief)

Terug nu naar het bericht ‘Onthulling herdenkingsmonument Molukkers’. Dat begint met: ,,We onthullen op vrijdag 21 maart een herdenkingsmonument ter ere van de Molukse gemeenschap.’’ Die datum laat zich verklaren: op 21 maart 1951 meerde de Kota Inten af in Rotterdam. Maar ‘We’? Onthult de gemeente Wijdemeren het monument? En waar komt dat monument zo plots vandaan? In de plaatselijke politiek is er nooit iets over gezegd of geschreven.

Motie

Wel was er in december 2021 een motie. Daarin vroeg de gemeenteraad het college om te regelen dat de gemeente tot 2050 de huurkosten voor dertien Molukse graven overneemt van de nabestaanden. Dit in het licht van de ‘Nederland onwaardige’, ‘kille ontvangst en opvang’ die in de Molukse gemeenschap ‘diepe sporen (heeft) nagelaten’, aldus de motie. Op 22 september 2022 meldde toenmalig burgemeester Larson de raad mondeling dat was gesproken met enkele afgevaardigden van de Molukse gemeenschap in Loosdrecht en dat deze het gebaar van de raad hadden verwelkomd. Op 12 oktober 2022 kwam het college er schriftelijk wat uitgebreider op terug. Te lezen viel onder meer dat ook de mogelijkheid werd besproken van een jaarlijkse herdenking.

Hoe zit dat???

Vervolgens werd het stil. Totdat dus op de gemeentepagina’s van 26 februari in de huis-aan-huisbladen het bericht verscheen over een ‘herdenkingsmonument Molukkers’. Hoe zit dat???

In het bericht roept ook de zin over de bedoeling van het monument vragen op. Die zin luidt: ,,Dit monument, gelegen op de algemene begraafplaats De Rading in Loosdrecht, erkent de moedige inzet van Molukse KNIL-militairen en mariniers en het onrecht dat hen en hun families is aangedaan.’’

Om te beginnen: hoezo mariniers? Er hadden Molukkers gediend bij het KNIL en de Indische marine, maar er waren geen Molukse mariniers. Mariniers zijn toch echt iets anders dan marinemensen, al valt het Korps Mariniers dan organisatorisch onder de marine. Om met de mariniers te spreken: ‘Mariniers zijn geen matrozen’.

Dat de Molukse militairen en hun families onrecht is aangedaan, is duidelijk. De mannen waren bij hun Nederlands-Indische werkgever goede (militaire) werknemers geweest. Als dank werden ze in Nederland op een schandelijke manier afgedankt en bejegend.

Maar dat ze goede werknemers waren in koloniale dienst is nog iets anders dan de nogal gezwollen formulering over ‘de moedige inzet’. Dat riekt naar het via Molukse militairen alsnog goedpraten van de koloniale oorlog die Nederland in Indonesië voerde tegen de op 17 augustus 1945 uitgeroepen Republiek Indonesië.

‘Verkeerde kant van de geschiedenis’

Denken we even terug aan voormalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot (CDA). In 2005 was hij in Jakarta bij de viering van zestig jaar onafhankelijkheid van Indonesië. Hij stelde dat Nederland in 1945 aan ‘de verkeerde kant van de geschiedenis’ was komen te staan en betuigde spijt over het Nederlandse handelen. Met de formulering over ‘moedige inzet’ wekt de gemeente Wijdemeren nu de indruk zich alsnog aan ‘de verkeerde kant van de geschiedenis’ te plaatsen. Hoe zit dat? En dragen burgemeester en wethouders daarvoor politieke verantwoordelijkheid?

Al die vragen heb ik voorgelegd aan de gemeente. Een woordvoerder kwam met antwoorden die veel ophelderen, maar waarvan je hier en daar niet vrolijk wordt. Om te beginnen: waar komt dat monument zo plots vandaan? Het initiatief daartoe stamt uit de Molukse gemeenschap in Loosdrecht. In het verlengde van de eind 2021 door de raad aangenomen motie is over een monument overlegd met de gemeente. Ook heeft de gemeente de portemonnee getrokken, aldus de woordvoerder: ,,Het monument wordt gefinancierd door een bijdrage vanuit het budget van de afdeling begraafplaatsen, het dorpenteam en door de ontwerper en maker Joost Zwagerman.’’

College meldde niets

Wel gek dat het college de gemeenteraad hierover nooit eerder iets heeft gemeld, al kost het de gemeente zo te lezen geen extra geld; er wordt geput uit al begrote budgetten. En best opvallend dat de ontwerper/maker van het monument daaraan zelf financieel bijdraagt. Joost Zwagerman, uit de Hostermeerpolder, heeft naam gemaakt met kunstwerken van staal. In Nederhorst den Berg kennen ze hem natuurlijk van het monument dat hij maakte voor de omgekomen bemanning van een in 1943 neergestorte Canadese bommenwerper.

Dan de Molukse ‘mariniers’ waarover het bericht rept. Ja, meldt de woordvoerder, dat is fout, er had inderdaad marinemensen moeten staan.

Over de bedoeling van het monument geeft de zegsman een uitgebreide toelichting: ,,De kern van de boodschap is dat de eerste Molukkers arriveerden in 1951 in Nederland met de belofte van tijdelijk verblijf. Door politieke omstandigheden bleek terugkeer onmogelijk, waardoor duizenden Molukkers in Nederland een nieuw bestaan moesten opbouwen. Begin 1953 vestigden zich een groep Molukse marinemannen en hun gezinnen in de nieuwe marinewijk in Loosdrecht aan de Beukenlaan, Meidoornlaan en Lindelaan. De gemeente Wijdemeren wil deze geschiedenis zichtbaar maken en biedt erkenning met dit eerbetoon.’’

Afgesproken met college

Tot slot de pijnlijke vraag of de gemeente Wijdemeren met die formulering over ‘moedige inzet’ alsnog ‘de verkeerde kant van de geschiedenis’ kiest. Plus de vraag of dat gebeurt onder verantwoordelijkheid van het college.

De woordvoeder laat weten: ,,(. . .) de tekst zoals afgesproken met het college is: Dit monument, gelegen op de algemene begraafplaats De Rading in Loosdrecht, erkent het historische onrecht dat de Molukse KNIL- en marinemilitairen en hun families is aangedaan. Dit is de tekst die het college draagt.’’

Daar lijkt me niets op aan te merken.

Bemoeizuchtige wijsneus

Maar als het zo met het college is afgesproken, waarom dan toch die gezwollen en politiek zeer glibberige woorden ‘moedige inzet’ in het bericht? Het antwoord: ,,Dit is helaas aangepast door een redacteur’’. Ai! Een redacteur met een grotere dosis eigengereide bemoeizucht dan kennis van zaken. Zou het dezelfde wijsneus zijn die het foutieve woord ‘mariniers’ in de tekst frommelde?

Overigens is in een uitnodiging voor de onthulling van het monument op 21 maart, die tussen de ‘ingekomen stukken’ voor de gemeenteraad zit, sprake van ‘moed en opoffering’. Maar die uitnodiging komt van de Werkgroep ‘Eerbetoon Moluks Marine Monument Loosdrecht’. Dat zijn particulieren en die mogen dat zo zien. Dat is iets anders dan een lokale overheid die een tekst publiceert die op gespannen voet lijkt te staan met landelijk beleid  waarover een gemeente niet gaat.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactie gegevens worden verwerkt.