Omgevingswet op de Pijnbank

In Binnenlands Bestuur stonden maandag twee artikelen over de nieuwe Omgevingswet die vanaf 1 januari 2024 de wet ruimtelijke ordening opvolgt. Geen bestemmingsplannen en artikel 19 procedures, etc. Ik heb te doen met de ambtenaren die met die nieuwe wet moeten werken. Het is een soort hogere wiskunde. Taalvervuiling met onbegrijpelijke afkortingen.

Wie runt die Omgevingswet? (chatgpt)

Participatie, het sleutelwoord

De afgelopen weken was mijn eerste kennismaking met de participatie van de burger waarvoor de nieuwe wet gemaakt schijnt te zijn. Dat die participatie van mij niet lukte kwam doordat de Omgevingsdiensten Noord-Holland-Noord en Flevo & Gooi en Vechtstreek onbegrijpelijke vergunningsaanvragen publiceerden. En die niet deelden met Wijdemeren waardoor niemand hier een flauw idee had wat er kwam. Ook B&W en de raad niet!

Boom afdekken

In één geval werd zelfs een vergunning af gegeven voor een enorme klus, het afdekken van de belt Boom met 0,5 meter aarde. (Niet te verwarren met de veel grotere belt Groenewoud.) Een vergunning die in juni 2023 werd afgegeven onder het motto Spoed en Ernst. Een vergunning waarmee  anderhalf jaar later (sic!) , een week voor het verstrijken van de geldigheid, mee begonnen werd. (Is die klus nu dan toch toegestaan ondanks dat er geen geldige vergunning meer is, vraag je je dan af.) De participatie van de burger was in dit geval nul, zero, niets, want niemand wist er van.

Mosterd na de Klus

Toen Wijdemeren er wel van gehoord had werd op 3 februari wél een vergunningsaanvraag gepubliceerd, terwijl de klus over een maand klaar is. Pikant detail, u kunt tot 6 weken na de publicatie bezwaar maken. (Wordt uw bezwaar gehonoreerd, dan worden de tonnen afdek-aarde natuurlijk weer netjes verwijderd. 😇 Mooie klus voor de firma Kool trouwens.) Het wachten is nu op de vergunning van de provincie om tonnen klei aan de oevers van de belt Groenewoud te smeren  teneinde er nieuwe Europese natuur van te maken en er waterpartijen op af te plaggen voor de watervogels en de muggen.

De Omgevingswet, voer voor psychologen.

Als je de twee artikelen leest die maandag  in Binnenlands Bestuur stonden, dan verbaas je je nergens meer over. Sterker nog, het is een wonder als met de nieuwe Omgevingswet nog ergens een dakkapel geplaatst mag worden, laat staan een nieuwbouwwijk gerealiseerd kan worden.

Abracadabra

Een citaat uit het eerste artikel, met de titel “Omgevingswet vreet voor  gemeenten kostbare tijd.”, opdat u even het warme Omgevingswetgevoel krijgt:

Manager fysieke ontwikkeling Xxxx Yyyyy geeft als voorbeeld een garage­bedrijf dat wilde uitbreiden op een woonbestemming. ‘Dan is het niet handig om met een Bopa te gaan werken, want dan laat je de woonbestemming intact. Dan kun je beter meteen de TAM Imro doen en daarna de vergunning verlenen.’ De vraag is hoe lang minister van Volkshuisvesting Keijzer (BBB) de TAM nog in stand houdt voordat gemeenten verplicht overgaan op de STOP-TPOD-standaard voor het publiceren van omgevingsdocumenten. Daarnaast moeten we nieuwe wetgeving onder de knie krijgen en werken aan één omgevingsplan. Dat vraagt de komende ­jaren echt meer capaciteit. Het vinden van de juiste poppetjes blijft een bron van zorg. We zijn al een jaar op zoek naar twee senior adviseurs op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling.’

Wat staat hier? Geen flauw idee. De burger komt er niet aan te pas, zo lijkt het. Ik heb te doen met de ambtenaren op Rading 1, die zich door deze monumentale brei van procedurele  wetgeverij moeten worstelen om daar dan, Presto!!, een besluit uit te persen. En dan heb ik het ook niet over de beklagenswaardige wethouders en raadsleden, die hier een besluit over moeten nemen.  Laat staan dat de burger nog weet hoe hij bezwaar moet maken, als dat al kan.

Een tweede citaat uit dat zelfde artikel:
‘Mensen hebben nog veel moeite om zich de nieuwe juridische werkelijkheid eigen te maken. Het duurt zeker vijf jaar voordat alles is geland bij de ambtenaren die het werk doen. Daar maak ik me ongerust over. Als het TAM Omgevingsplan wordt uitgeserveerd, betekent het dat je voor december 2025 een ontwerp TAM ter inzage moet leggen. Daarmee vormt de zomer van 2025 het kantelpunt. Het eerste halfjaar van 2025 dien je dan te gebruiken voor de omslag in werkprocessen van werken met TAM naar werken met STOP TPOD.’
Ik hou er maar over op.

Er stond nog een artikel over hetzelfde onderwerp maandag  in Binnenlands Bestuur met als titel “Essay over waarom de Omgevingswet de burger niet helpt“. Ook daarin ziet de auteur de burgerparticipatie verdampen in de juridische procedures en theoretische maakbaarheid van de maatschappij.

Twee citaten:
De Omgevingswet moest het voor burgers eenvoudiger maken te participeren bij ruimtelijke ontwikkelingen in hun buurt. Werkt dat in de prille praktijk ook zo? Jan Schrijver, als beleidsmaker betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet, overziet de eerste ervaringen. ‘Het is ondanks alle beloften van vereenvoudiging en deregulering een monument van de maakbaarheid geworden en de vermaledijde juridisering zal niet minder maar meer worden.’
en de conclusie van het stuk:
De voorbereiding van eigen gemeentelijke projecten vergt in eigentijds bestuur zorgvuldige voorbereiding, waaronder samenspraak met de belanghebbenden. Hiervoor hebben we sinds kort artikel 150 Gemeentewet, die een participatieverordening voorschrijft. Dit stuk richt zich vooral op het voortraject van aanvragen door particuliere partijen en de toetsing door de gemeente. Participatie is ook daarbij een sleutelwoord. Alle inspanning die wordt gericht op normaal overleg door initiatiefnemers waarbij met alle belangen rekening wordt gehouden op basis van procedurele rechtvaardigheid en redelijk geven en nemen, betaalt zich dubbel en dwars uit in het vervolgtraject. 

Het ligt op de weg van de gemeente om de hiervoor vereiste voorwaarden te creëren. Dat gebeurt nog onvoldoende en wordt door de centrale overheid helaas ontmoedigd.
Bevoegd Gezag, wie is dat?

Er moet me nog iets van het hart. Wie is in de kwestie van het afdekken van de belt Boom “het bevoegd gezag”. In de documenten horende bij de  vergunningsaanvraag is er sprake van dat “het bevoegd gezag” op de hoogte gesteld moet worden gehouden van de start, het einde en de voortgang van het project.

Ik zou denken dat de gemeente Wijdemeren het bevoegd gezag is. Maar die wist van niets. De Omgevingsdienst Flevo & Gooi en Vechtstreek gaf de vergunningsaanvraag uit waarop de Provincie oordeelde dat het hier een gevalletje Ernst en Spoed betrof. En de OD Noord-Holland Noord hield zich bezig met de bescherming van de daar aanwezige dassenburcht. Is  de OD FGV dan het bevoegd gezag, de OD NHN, of is dat Gedeputeerde Staten van Noord-Holland? Wie het weet mag het zeggen.

Welkom in het achtste wereldwonder, het nieuwe Nederlandse doolhof.

 

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactie gegevens worden verwerkt.