Kijk eens wat leuk: bijna twee eeuwen oude kaartjes over gemeentegrenzen. In het licht van de komende samenvoeging van Wijdemeren en Hilversum en dus de opheffing van een gemeentegrens zijn die kaartjes zelfs extra leuk.

Zoekend naar iets heel anders stuitte ik in het Archief Gooi en Vechtstreek bij toeval op twee kaartjes uit 1827. Het ene geeft de grens aan tussen de toenmalige gemeenten Loosdrecht en Hilversum, het andere tussen het ’s-Graveland en Hilversum van destijds. Op zichzelf staat er op die kaartjes betrekkelijk weinig, maar bij nadere bestudering is toch een aantal aardige zaken zichtbaar.


Vooraf even dit. Door technische beperkingen is het niet mogelijk de kaartjes hier groter weer te geven. Daarom heb ik ook wat uitsnedes gemaakt (zie verderop). Maar wie zelf op de kaartjes wil inzoomen kan daarvoor hier terecht voor dat van ’s-Graveland/Hilversum en hier voor dat van Loosdrecht/Hilversum.
In de Franse Tijd (1794-1814) van Nederland besloot keizer Napoleon in 1811 dat Nederland een Kadaster moest krijgen voor de registratie van onroerend goed (grond, gebouwen, wateren). Het duurde nog tot 1 januari 1832 voor het daadwerkelijk zo ver was. In de tussentijd – met name de jaren 1820 – is in het Gooi ook nog heel wat geruzied over gemeentegrenzen. Vooral Hilversum en Huizen zaten elkaar in de haren.
De twee aangetroffen kaartjes stammen uit die periode. Ze stammen uit 1827 en horen bij ‘het proces-verbaal’ van grensbepaling, zoals ook op de kaarten wordt vermeld. De documenten belandden in het ‘Archief van het Dorpsbestuur van Hilversum’ en liggen nu dus in het Archief Gooi en Vechtstreek. Diverse aardige details vallen op.

Laten we beginnen bij de grenskaart Hilversum/’s-Graveland. Daarop zien we, vlak onder de naam Hilversum, de Leeuwenlaan aangegeven plus een stukje water. Het ligt voor de hand te denken dat dit water – elders op de kaart zijn ook flinke stukken te zien – de ’s-Gravelandsevaart is. Gegeven het stippellijntje dat die stukken watergang verbindt, vertelt deze kaart dan: de gemeentegrens lag op de (oost)oever van de ‘s-Gravelandsevaart. Maar dan zou vrijwel alle bebouwing, ook de buitenplaatsen, in Hilversum liggen en zou er van ‘s-Graveland vrijwel niets overblijven!
Wat bij de interpretatie van het kaartje uit 1827 helpt, is een blik op kadastrale kaarten uit 1824 en 1832 die Anton Kos opnam in de ‘Historische Atlas van Hilversum. Van esdorp tot mediastad’ (2013). Op die kaarten liggen de buitenplaatsen wel degelijk in de gemeente ‘s-Graveland. We moeten de kaart uit 1827 dus anders bekijken.

Wat dan helpt, is een blink op de bovenkant van die kaart. Daar zien we de veronderstelde ”s-Gravelandsevaart’ min of meer doodlopen. Maar kijk: iets meer naar links staat de Noordersluis ingetekend plus een stukje water dat naar beneden loopt. Dát is dus de ‘s-Gravelandsevaart! De rest daarvan is helemaal niet ingetekend, behalve dan een klein stukje helemaal links onderaan de kaart.

Daar zien we naast de naam Kortenhoef een klein, donker blokje ingetekend met de vermelding ‘de Wed dewilde’. In dat pandje zal dus een weduwe De Wilde hebben gewoond.

Wat dan wel gek is, is de linkerbovenhoek van het kaartje Loosdrecht/Hilversum. Ook daar is het pand van de weduwe De Wilde ingetekend en wordt haar naam vermeld. Ook daar zien we een stukje waterweg. Maar hier wordt dat plots ‘Loosdrechtse Vaart’ genoemd. Eigenaardig, want toen de ‘s-Gravelandsevaart werd gegraven (1634-1638) werd die meteen in zijn geheel ‘s-Gravelandsevaart genoemd – van de Vecht in het noorden tot de Drecht in het zuiden.
Terug nu naar het grotere geheel. Als immers die onderbroken watergang midden op het kaartje ‘s-Graveland/Hilversum níét de ‘s-Gravelandsevaart voorstelt, wat is dat water dan wel? Het zijn de watergangen die liggen aan de (oostelijke) achterkant van de ‘s-Gravelandse landgoederen. Die liepen en lopen inderdaad niet zonder onderbreking door. En inderdaad lag daar in 1827 de grens tussen de gemeenten ‘s-Graveland en Hilversum.
Zo bezien is het ook verklaarbaar waarom we zien dat het water hier en daar (bij de Leeuwenlaan bijvoorbeeld en ook in het noorden niet ver van het Luye Gat) afbuigt. Veronderstellend dat het onderbroken water midden op het kaartje de ‘s-Gravelandsevaart is, zijn die afbuigingen heel vreemd. Maar nu we weten dat het gaat om de watergangen aan de achterkant van de landgoederen klopt het ineens: die buigen hier en daar inderdaad af.
Nu dit interpretatiezaakje uit de wereld is, nog even een blik op een detail op het ‘s-Gravelands/Hilversumse kaartje.

Ten noorden van de Leeuwenlaan staat de vermelding ‘Ankeveenscheweg’. Tegenwoordig kennen we dat weggetje/fietspad/voetpad als het Ankeveensepad, dat loopt van het ‘s-Gravelandse Noordereinde naar de Hilversumse Bachlaan.

Dan nu de grenskaart Hilversum/Loosdrecht. Daarop zien we om te beginnen dat de huidige Rading destijds ‘de Raaweg’ werd genoemd. Tegenwoordig heet alleen een stukje op Hilversums grondgebied nog zo (nabij tuincentrum Puik). Overigens betekenen ‘raa’ en ‘rading’ – net als ‘raai’, ‘rooi’ en ‘rade’ – precies hetzelfde: grensafscheiding.
De Hilversumse woonwijk Kerkelanden is op de kaart uiteraard nog niet te zien. De bouw daarvan begon in 1966. Maar de naam Kerkelanden is veel ouder. Nadat de kerk van Naarden in 1481 door brand was verwoest schonk de organisatie van de erfgooiers een zeer forse lap grond aan het kerkbestuur van Naarden: de Kerkelanden. Die waren beduidend groter dan de gelijknamige woonwijk. Uit de opbrengst (lang hebben Loosdrechtse boeren er grond gepacht) kon in elk geval ten dele het herstel van de Grote Kerk in Naarden worden betaald.

Die naam Kerkelanden zien we op het kaartje twee keer. Eén keer rechtsboven en nogmaals, bijna op z’n kop, rechtsonder. Dat laatste wijst erop dat vliegveld Hilversum in 1938-’39 werd aangelegd op grond van de kerk in Naarden en dat klopt ook.

Er valt nog iets op. Zie daarvoor de vermeldingen vlak onder het woord Hilversum. Daar staat dat van rechts ‘de Noodweg’ uitkomt op ‘de Raaweg’ (Rading). Die Hilversumse Noodweg komt daar nog altijd uit op de Rading. Maar vlak daarboven zien we dat vanuit (Nieuw-)Loosdrecht een ander deel van ‘de Noodweg’ vanaf links eveneens uitkomt op de Raaweg/Rading. Da’s curieus. Nieuw-Loosdrecht kent immers ook nu nog de Nootweg, maar dan wel geschreven met een t en niet met een d.
Kennelijk heette de hele weg – van vlak bij Hollandsche Rading tot aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk vroeger Noodweg met een d en is die d van het Loosdrechtse deel later veranderd in een t. Foutje? Nou, dat staat maar te bezien.
A.H. Meijer noteert namelijk in zijn ‘Straatnamenboek van Hilversum’ (1988) bij de Hilversumse staatnaam Noodweg: ,,Dankt deze naam aan het middeleeuwse woord ‘no(o)t’, dat veldvrucht, ook wel vee betekent. De Noodweg was dan ook een pad over andermans grond, dat mocht worden gebruikt voor het drijven van vee en het binnenhalen van de oogst.’’ Als de naam teruggaat op het oude woord ‘no(o)t’ is de Loosdrechtse schrijfwijze Nootweg met een t dus zo gek nog niet. Overigens kent onze wetgeving (artikel 57 in boek 5 van het Burgerlijk Wetboek) het begrip noodweg met een d (het recht op overpad over andermans grond), wat weer een steuntje in de rug is voor de Hilversumse schrijfwijze: Noodweg met een d.

Nieuwenhoek
Het viel me op dat ook Nieuwenhoek vermeld wordt (zie onderaan de derde uitsnede uit de kaarten, red.). Aardig is dat schrijver dezes onderzoek doet en gedaan heeft naar dit vergeten stukje ‘s-Graveland. Voor zover ik weet is eigenaar en bewoner van Trompenburg Jacob Roeters in 1722 door koop eigenaar geworden van kavel 27 van ‘s-Graveland. Het ligt zuidelijk van de Gooische vaart. Hij, Roeters, heeft er de naam Nieuwenhoek aan gegeven, zo kon ik reconstrueren door onderzoek. Hij heeft er ook een buiten gehad. Eerdere eigenaren van kavel 27 waren Reynier Pauw, Eleonora Hooft en Evert Wesselsz. Bieshaar.
leuk, mooi verhaal