Pijnloos bezuinigen op inhuur ambtelijk personeel: een illusie

Tot voor kort beweerden burgemeester en wethouders dat tot en met 2028  pijnloos elk jaar een half miljoen euro kan worden bezuinigd op de uitgaven voor (tijdelijke) inhuurkrachten. Raadslid Olivier Goetheer (Groep Goetheer) en Rading Nul diepten officiële cijfers op waaruit bleek dat die suggestie van het college onjuist is. Met het oog op de raadscommissie van deze dinsdag 3 december heeft het college nu nieuwere cijfers verstrekt. Ook daaruit blijkt: probleemloos bezuinigen op inhuur is een illusie.

Over illusie gesproken. Hoeveel valt pijnloos te bezuinigen? Hoeveel poten heeft deze olifant? (Illustratie leukekinderactiviteiten.nl)

De jongste cijfers heeft het college verstrekt naar aanleiding van zogeheten technische vragen van Groep Goetheer en de ChristenUnie over de Najaarsnota 2024. Die cijfers gaan over de jaren 2021 tot en met 2024.

De zaak is van belang omdat het college voor de jaren 2025 tot en met 2028 een bezuiniging op externe inhuur heeft ingeboekt van een half miljoen euro structureel, dus elk jaar opnieuw. Tot nu toe beweert het college dat dat probleemloos dus pijnloos kan, aangezien er in het verleden geld overbleef. Als dat waar is, dan kun je geld dat je wel hebt begroot maar niet uitgegeven inderdaad probleemloos voor de komende jaren inboeken als bezuiniging.

Bedenkelijk boekhouden

Maar zoals Goetheer en Rading Nul op grond van de officiële gemeentelijke cijfers al lieten zien, bleef de afgelopen jaren helemaal niet telkens een half miljoen euro voor externe inhuur ongebruikt liggen. Recent was wethouder Gert Zagt (financiën) overigens ineens veel voorzichtiger: tijdens de formatie van de nieuwe coalitie zag het er afgelopen zomer naar uit dat dit jaar zo’n half miljoen zou overblijven. Op grond van een nog zeer voorlopig en dus onzeker cijfer over slechts één jaar (2024) heeft het nieuwe college dus een structurele bezuiniging ingeboekt voor de vier komende jaren. Bedenkelijk boekhouden, lijkt me.

En nu dan de jongste cijfers. Eerst maar eens die over de externe inhuur. Bleef daar geld over? Nou nee, niet echt. Er was jaarlijks juist een tekort, oplopend van 616.000 euro in 2021 naar vermoedelijk 7,4 miljoen dit jaar.

Maar er is ook nog de post voor salarissen en premies voor het vaste personeel. Daar bleef – met uitzondering van een klein tekort in 2023 – juist geld over.

Komt niet lekker uit

Wat het college nu doet, is niet meer alleen kijken naar de post externe inhuur – wat het tot nu toe wel deed, maar wat niet zo lekker blijkt uit te komen – maar naar beide posten. Dat is overigens helemaal niet onlogisch. In beide gevallen gaat het immers om personele lasten.

Verder lezen we dat op de cijfers over 2023 een correctie van een miljoen euro moet worden toegepast, omdat aanvankelijke prognoses anders bleken dan de uiteindelijke werkelijkheid. En ten aanzien van dit jaar wordt opgemerkt dat nog allerlei brokken en brokjes personeelslasten moeten worden doorberekend aan andere begrotingsposten (zoals investeringen en grondexploitaties).

Uiteindelijk rollen er dan ‘per saldo’-bedragen aan personeelslasten uit en kan worden vastgesteld of die hoger of lager zijn dan wat was begroot. Het beeld is nogal wisselend: in 2021 werd er 242.000 euro meer uitgegeven dan begroot, in 2022 juist 536.000 euro minder, in 2023 73.000 euro meer en naar verwachting wordt aan personeel dit jaar 540.000 euro minder uitgegeven dan begroot.

Voorzichtigheid gepast

Het college zegt er niets over, maar enige voorzichtigheid lijkt toch gepast bij die verwachting van 540.000 euro overschot over 2024. Eerder moest al een prognose over 2023 met een miljoen worden bijgesteld (zie boven). En in de Najaarsnota die de commissie deze dinsdagavond bespreekt, was op een totale personeelsbezetting van 207,8 fte (volledige banen) nog sprake van 36,6 fte externe in huur. De Najaarsnota dateert van 11 november. En nu, slechts drie weken later, zien we in de antwoorden op de technische vragen het cijfer van 41,56 fte externe inhuur. In luttele drie weken dus al een verschil van vijf volle banen ofwel een afwijking van bijna 14 procent. Wat wordt het op 31 december? En hoe zeker is de verwachting dat er dan 540.000 euro overblijft?

Maar goed, laten we dat cijfer (540.000 euro over) toch even vasthouden. Zoals gezegd is het wel erg riskant om op grond van één jaar (2024) alvast voor de komende vier jaar een pijnloze bezuiniging op externe inhuur (inmiddels moeten we daar blijkbaar lezen: totale personeelslasten) in te boeken van elk jaar weer een half miljoen euro.

Meer houvast

Meer houvast ontstaat als we het beeld van de afgelopen vier jaar nemen, dus inclusief wat voor heel 2024 wordt ‘verwacht’. Dan gaat het dus om deze al genoemde cijfers: in 2021 een tekort van 242.000 euro, in 2022 bleef er 536.000 euro over, in 2023 een tekort van 73.000 euro en dit jaar blijft er (verwachting!) 540.000 euro over.

Tellen we dat op, dan komen we op een bedrag van 761.000 euro dat in totaal overbleef/blijft over de jaren 2021 tot en met 2024. Gemiddeld blijft er dus per jaar 190.250 euro over. Lang niet de jaarlijkse vijf ton die het college beweert tot en met 2028 jaarlijks probleemloos te kunnen bezuinigen op de externe inhuur dan wel de totale personeelslasten. Zo bezien kan het dus heel goed zijn dat elk van de komende vier jaren ruim drie ton aan al ingeboekte bezuiniging ergens anders moeten worden gevonden. Of dat pijnloos kan, is maar de vraag.

Nog wat uit te leggen

Tot zeer recent heeft het college over deze bezuinigingspost de raad verkeerd geïnformeerd. Maar ook nu de jongste cijfers op tafel liggen, heeft het college nog wel wat uit te leggen. Eens zien hoe dat deze dinsdagavond verloopt.

Eén gedachte op “Pijnloos bezuinigen op inhuur ambtelijk personeel: een illusie”

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactie gegevens worden verwerkt.