Plassenschap gaat Wijdemeren veel meer geld kosten

Het Plassenschap Loosdrecht gaat de deelnemers de komende vier jaar flink meer geld kosten. De bijdrage van de gemeente Wijdemeren moet in stappen omhoog van zo’n 639.000 euro dit jaar naar ruim 891.000 euro in 2028. Dat betekent een kostenstijging met bijna 40 procent.

(Foto gemeente Wijdemeren)

Dat blijkt uit financiële stukken die het plassenschap-bestuur aan de deelnemers heeft gestuurd. Die deelnemers zijn de gemeenten Wijdemeren en Stichtse Vecht en de provincies Noord-Holland en Utrecht. Wijdemeren betaalt de op één na grootste bijdrage (27,33 procent van het totaal), Noord-Holland draagt het meeste bij (29,3 procent). De provincie Utrecht neemt 25,61 procent voor zijn rekening, Stichtse Vecht 17,76 procent.

Miljoenen geleend

De stukken waarover het hier gaat, zijn de jaarcijfers over het nogal uitzonderlijke jaar 2023 en de begroting 2025-2028. Op zichzelf heeft het plassenschap de uitgaven en de inkomsten weer netjes in evenwicht en de financiële weerstandscapaciteit is uitstekend. Maar de zogeheten financiële kengetallen zien er bedenkelijk uit. Er moeten miljoenen worden geleend voor grote investeringen in het plassengebied, wat de zogeheten schuldquote tot enorme hoogte opdrijft. Het bestuur merkt daarover op dat er niks aan de hand is zolang de deelnemers netjes hun bijdragen betalen – die dus (zie boven) fors gaan toenemen. Droogjes suggereert het bestuur: als één of meer deelnemers zijn/hun aandeel in de investeringen in één keer ophoest(en), dan wordt die schuldquote wat lager.

 

2022 was het laatste jaar waarin het plassenschap zich bevond onder de vleugels van Recreatie Midden-Nederland (RMN). Die organisatie is geliquideerd en tegelijk trok de gemeente Utrecht zich terug uit het schap. Hoofdzakelijk als gevolg van liquidatiekosten voor RMN belandde het plassenschap eind 2022 voor bijna 576.000 euro in de rode cijfers.

Ander beeld

Vorig jaar draaide het beeld radicaal om. Het plassenschap is sinds 1 januari 2023 zelfstandig (een bedrijfsvoeringsorganisatie) en het werk wordt gedaan door medewerkers die op de loonlijst staan van de gemeente Wijdemeren. Daarvoor stuurt de gemeente uiteraard een rekening. Vooral doordat vorig jaar maar een heel klein clubje ambtenaren met het plassenschap bezig was en doordat er relatief weinig is gebeurd – het bestuur spreekt over een ‘transitiejaar’ – hield het schap eind 2023 bijna 429.000 euro over. De verwachting is dat dit jaar quitte wordt gedraaid. Ook de begrotingen voor de komende vier jaar komen telkens op nul uit: geen geld over, maar ook geen rode cijfers.

Voor de liquidatiekosten van RMN is een grote greep gedaan in de algemene reserve van het plassenschap. Die zakte daardoor naar nog maar 58.000 euro. Dat is veel te weinig in verhouding tot de financiële risico’s van 155.000 euro. Uitgangspunt is dat de risico’s en de reserves in evenwicht moeten zijn. In dat geval is de zogeheten ratio weerstandscapaciteit 1,0. Het bestuur heeft nu bedacht al het geld dat in 2023 overbleef (die 429.000 euro) in de algemene reserve te storten. Daardoor stijgt de weerstandscapaciteit naar het zeer gezonde cijfer 4,7.

Niet gezond

Bepaald niet gezond zien de zogenoemde financiële kengetallen eruit. Daarvan zijn er drie voor het plasssenschap relevant. Ten eerste de schuldquote. Die geeft aan hoeveel schuld er is in verhouding tot de eigen middelen. Een hoge schuldquote roept de vraag op of de organisatie wel kan voldoen aan de verplichte betaling van rente en aflossingen. Nummer twee: de solvabiliteit, die de verhouding aangeeft tussen eigen en vreemd vermogen. Wordt die solvabiliteit te laag dan is dat reden tot zorg over de financiële degelijkheid. En nummer drie: de structurele exploitatieruimte. Is die precies nul procent dan komt er structureel (elk jaar weer) even veel geld binnen als eruit gaat, maar een score boven nul (meer geld erin dan eruit) is mooier en eentje onder nul zorgwekkend.

Alarmbellen

Zie nu hoe het staat hij het plassenschap. De netto schuldquote bedroeg vorig jaar 118 procent. Vrij hoog, maar niet problematisch, want volgens landelijk gehanteerde uitgangspunten gaan alarmbellen pas af als de 130 procent wordt overschreden. En precies dat gebeurt dit jaar met een tot 203 procent oplopende schuldquote. Daarna gaat het niet omlaag maar steeds verder omhoog naar liefst 358 procent in 2028.

De solvabiliteit bedroeg vorig jaar 14 procent. Het bestuur schrijft dat ‘deze ten minste 15% (moet) bedragen’. Ten eerste valt aan te tekenen dat de landelijk gehanteerde vuistregel niet 15 maar 20 procent is. Bovendien zakt de toch al te lage solvabiliteit in stappen verder weg naar een bijna verwaarloosbare 3 procent in 2027 en 2028. Bar slecht dus.

Tot slot de structurele exploitatieruimte. Die zag er met plus 15 procent in 2023 heel goed uit. Dit jaar wordt gerekend op nul procent en de volgende jaren tot en met 2028 ook. Niet bijzonder goed, maar ook beslist niet alarmerend. Structurele inkomsten en uitgaven zijn precies met elkaar in balans. Geen probleem zolang er geen gekke dingen gebeuren.

Te weinig gedaan

Maar die ver wegzakkende solvabiliteit en snel oplopende schuldquote zijn wel aanleiding voor gefronste wenkbrauwen. Zoals al opgemerkt, stelt het plassenschap-bestuur dat er niets aan de hand is zolang de deelnemers maar flink betalen voor de noodzakelijke (kapitaallasten voor) investeringen. Daar valt geen speld tussen te krijgen. Als forse investeringen nodig zijn, moet flink in de buidel worden getast.

Het beeld dringt zich wel op dat de achterliggende jaren veel te weinig is gedaan, waardoor  in de nabije toekomst zulke grote uitgaven nodig zijn. De vraag is hoe zich dit verhoudt tot de Wijdemeerse begroting. Niet voor niets staat in de Wijdemeerse begroting 2024: ,,De mogelijkheid bestaat dat het beschikbare budget voor de bijdrage aan het Plassenschap (. . .) niet toereikend is. In dat geval zal eerst met het bestuur van het Plassenschap worden gezocht naar mogelijkheden om kostenstijging te reduceren.”

Dat gaat over dit jaar, maar geldt natuurlijk evenzeer voor 2025 en volgende jaren. Aan te nemen valt dat over de fors oplopende deelnemersbijdragen  tevoren overleg is geweest, maar zeker is dat niet, het valt althans nergens te lezen.

Schilderij van Albert Hulshoff Pol (1883-1957): ‘Zicht op de Loosdrechtse plassen’. (Illustratie Van Zadelhoff)

De voorgenomen investeringen van het plassenschap belopen tot en met 2028 niet minder dan 10,8 miljoen euro. Het grootste brok daarvan wordt gestoken in beschoeiingen (7,2 miljoen euro). Verder vergen sluizen ruim 2 miljoen, ‘landterreinen’ acht ton en ‘facilitair materieel en vastgoed’ 738.000 euro.

Personeel

Het is vooral dit investeringsprogramma dat de bijdragen van de deelnemers opschroeft. Ook allerlei ‘gewone’ kosten lopen uiteraard op. Aan de hoeveelheid personeel ligt het in elk geval niet. De formatie bedraagt dit jaar 9,6 fte (volle banen). Dat wordt volgend jaar opgehoogd, maar met een heel bescheiden 0,2 fte naar 9,8 fte. Anders uitgedrukt: één van de medewerkers gaat één dag per week langer werken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.