Schriftelijke vragen raad nog vaak te laat beantwoord, al gaat het wel beter

Burgemeester en wethouders van Wijdemeren beantwoorden nog altijd 40 procent van de setjes schriftelijke vragen vanuit de gemeenteraad te laat. Wel is dat een verbetering ten opzichte van de vorige tel-periode.

Dat blijkt uit een inventarisatie over de periode april 2023 tot en met mei 2024. Van drie vragensets kon ik niet vaststellen of ze op tijd of te laat zijn beantwoord. Mogelijk heb ik iets over het hoofd gezien, mogelijk zijn de vragen vanwege de efficiëntie mondeling beantwoord. Hoe dat ook zij, deze vragensets heb ik behandeld in het voordeel van burgemeester en wethouders: aangenomen dat ze tijdig zijn beantwoord. Dan ontstaat het volgende beeld.

In genoemde periode kwamen vanuit de gemeenteraad 30 setjes schriftelijke vragen. Volgens het Reglement van Orde van de gemeenteraad moeten die na uiterlijk 30 dagen worden beantwoord. Lukt dat door omstandigheden een keertje niet, dan moet het college in elk geval tijdig aangeven dat de termijn zal worden overschreden en om welke reden.

30 vragensets in de afgelopen tel-periode betekent gemiddeld 2,1 per maand. Dat waren er flink minder dan de 3,1 per maand in de vorige periode (de elf maanden tot en met maart 2023). De raad heeft het college en de ambtelijke organisatie het afgelopen jaar dus bepaald niet overvraagd. Over de oorzaak daarvan valt slechts een gecalculeerd gokje te wagen. Aan te nemen valt dat de raad, net als het college, het afgelopen jaar zo druk is geweest met de twee allerbelangrijkste zaken – het fusievraagstuk en de financiële toestand van Wijdemeren – dat het minder kwam van het stellen van schriftelijke vragen (niet te verwarren trouwens met die andere categorie: technische vragen).

40% te laat, tot 91 dagen wachten

Van de 30 setjes schriftelijke vragen werden er de afgelopen periode 18 op tijd en 12 te laat beantwoord. Ofwel: 60 procent van de antwoorden van het college kwam op tijd, een toch nog forse 40 procent te laat. Wel is dat een flinke verbetering ten opzichte van de vorige periode. Toen kwam van de antwoorden 61,8 procent te laat en slechts 38,2 procent op tijd.

De top drie van overschrijdingen zag er zo uit. DorpsBelangen (DB) stelde op 12 april 2023 vragen over armoede en moest op antwoorden 56 dagen wachten. De ChristenUnie had op 6 april 2023 vragen over het consultatiebureau Kortenhoef en moest op antwoorden 70 dagen wachten. Het slechtst ging het dit jaar toen alle raadsfracties samen op 20 februari vragen stelden over de toekomst van het (regionale) busvervoer. Volgens de dagtekening van het college kwamen de antwoorden na 87 dagen en het duurde zelfs 91 dagen voor ze in het raadsinformatiesysteem verschenen.

Democratisch proces

Tijdige beantwoording van schriftelijke raadsvragen is natuurlijk niet zozeer belangrijk louter omdat de regels van de raad dat nu eenmaal voorschrijven. Wat telt, is dat die regels zijn gemaakt om een soepele voortgang van het democratisch proces mogelijk te maken. Het is dus vooruitgang dat het college de maximale beantwoordingstermijn de afgelopen periode minder vaak overschreed dan in de tel-periode daarvoor. Maar een andere formulering is ook mogelijk: de afgelopen periode frustreerde het college het democratisch proces nog steeds door in 40 procent van de gevallen (soms veel) te laat te komen met antwoorden op schriftelijke vragen.

Oppositie/coalitie

Net als in de vorige twee perioden heb ik ook ditmaal gekeken of de oppositie op antwoorden langer moest wachten dan de coalitie. Net als in eerdere tel-perioden bleek dat ook nu niet het geval. In 60,9 procent van de gevallen werden oppositievragen op tijd beantwoord (en dus in 39,1 procent van de gevallen te laat), terwijl coalitiefracties in 55,6 procent van de gevallen tijdig antwoord kregen (en 44,4 procent te laat).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.