Invoering van de belasting op gemotoriseerde huursloepen was in de laatste raadsvergadering van dit jaar kennelijk het belangrijkste dan wel lastigste onderwerp. Die belasting gaat er komen. Dat roept wel de vraag op: waarom niet gekozen voor een vaarvignet?

Met het debat over de invoering van een belasting op gemotoriseerde huurboten was de gemeenteraad afgelopen donderdag niet minder dan 1 uur en 11 minuten doende. Dat wijst erop het een nogal weerbarstige materie is.
Laten we het langdurige redetwisten overslaan en meteen naar het resultaat kijken. Tegen de huursloepentaks keerden zich DorpsBelangen, ChristenUnie, D66 en de Groep Goetheer – samen een minderheid van de raadsleden.
‘In strijd met wet’
Het vermelden waard daarbij is de stelling van DorpsBelangen dat deze nieuwe belasting in strijd is met de Gemeentewet, in het bijzonder met artikel 224 uit die wet. Als, ja áls dat echt waar is, dan zullen ongetwijfeld een of meer recreatie-ondernemers of hun vereniging Hiswa-Recron op advies van hun advocaten naar de rechter stappen en gelijk krijgen, waarmee de huursloepentaks in de prullenbak belandt. We zullen zien.
Vóór de nieuwe sloepentaks, zij het in aangepaste vorm, stemden VVD, De Lokale Partij, CDA en PvdA/GroenLinks – een raadsmeerderheid. De aanpassing die deze partijen bewerkstelligden, betreft een verlaging van de door het college voorgestelde tarieven. Voor kleinere boten (tot zes meter lang) gaan de tarieven per verhuur en per jaar met een derde omlaag, voor grotere boten met een vijfde.
Raadsbreed leeft wel de wens dat het college over belastingzaken in goed overleg blijft met de waterrecreatie-sector. Dat is alleen al noodzakelijk omdat de raad zelf met de lagere tarieven een gaatje in de gemeentelijke inkomsten heeft geschoten van zo’n 30.000 euro per jaar – geld dat de waterrecreatie alsnog in enige vorm moet ophoesten. Ook het college vindt voorgezet overleg met de sector nodig, aldus wethouder Jos Kea.
Liever vaarvignet
Bij dat alles is er wel één grote eigenaardigheid. Een raadsmeerderheid stemde immers wel vóór invoering van de huursloepentaks, maar beslist niet alle voorstemmers vinden die belasting de ideale oplossing. En als ik goed heb geteld ziet een meerderheid van de raad eigenlijk het liefst dat een vaarvignet wordt ingevoerd.
Margriet Rademaker (De Lokale Partij) zei ‘groot voorstander’ te zijn van een vaarvignet. ,,Dan heb je meteen alles geregeld.’’ Esther Kaper (ChristenUnie) en Nanne Roosenschoon (D66) lieten blijken ook wel voor zo’n vignet te voelen. Jan Willem Nienhuis (CDA) gaf aan dat zijn fractie met de sloepentaks had geworsteld, uiteindelijk maar koos voor die belasting zij het met verlaagde tarieven, maar een vaarvignet ‘een veel logischer oplossing’ vindt.
Dat laatste ontlokte Olivier Goetheer (Groep Goetheer) de opmerking: ,,Waarom gaat u dan niet voor zo’n vignet?’’ Logische vraag.
Vignet naar keuze
Zo’n vaarvignet kan in de praktijk een overzichtelijke vorm aannemen. Geef bootbezitters en -gebruikers de keuze zo’n vignet aan te schaffen voor een dag, een week, een maand of een jaar. Voor elk wat wils dus, voor dagjesmensen net zo goed als voor vakantievierders en mensen die permanent een boot in het plassengebied hebben liggen.
Politiek is zoiets blijkens uitlatingen in de raadsvergadering goed haalbaar. Stemmen voor vallen te voorzien van DLP, CDA, ChristenUnie en D66. Dat is 6 + 3 + 2 + 1 = 12 van de 19 zetels. Plus wat daar mogelijk nog bij komt, maar die 12 is al ruim voldoende. En uiteraard wel tevoren even goed overleggen met de sector waterrecreatie.
Vignet regelen kan nog
Zou de politiek echt willen, dan kan een vaarvignet voor iedereen met een boot in 2026 worden vormgegeven, dus nog voor de fusie met Hilversum. Invoeringsdatum: 1 januari 2027. Dan zou het wel handig zijn de boel tijdig in de steigers te zetten, zodat het vaarvignet netjes kan worden meegenomen in de grote harmonisatie-operatie van alle regelingen van Wijdemeren en het ‘oude’ Hilversum ten bate van de nieuwe, grotere gemeente Hilversum.

Men wil een bedrag van € 145.000 per jaar ophalen (de taakstelling) door een heffing te leggen op de verhuur van boten (in Wijdemeren). Een bedrag wat eenmaal ingevoerd in de toekomst eenvoudig akn worden verhoogd.
Vragen die opkomen zijn:
– De uitvoerbaarheid (controle?)
– Dure aanpassingen van systemen en organisatie bij verhuurders (én bij de gemeente).
– Rechtmatigheid (mag je deze extra belasting doorvoeren, er is al toeristenbelasting en mag je dit alleen voor een bepaalde groep doen?)
– Dit is nergens eerder vertoont en daarmee weer een experiment van Wijdemeren, is dat de opbrengst waard?
– Mazen in de wet die men ongetwijgeld gaat vinden (‘Is een motorsailor ook een zeilboot met motor en dus vrijgesteld?’, ‘Wat is de thuisbasis van een boot?’, ‘Een boot vanuit Vinkeveen verhuurd en hier vaart is niet belast?’ )
Het is een klein bedrag waarvan de rompslomp (zowel aan de verhuurderskant als aan de gemeente kant) veel meer geld kost dan wat er wordt opgehaald. Als je iets invoerd, doe het dan goed, gedegen en eerlijk. Haal een bedrag op dat echt iets bijdraagd (niet 145.000, daar heb je niets aan) en leg ook niet alle belastingdruk bij de ondernemer neer die enkel boten verhuurd.
Het is een hele dikke vinger van het CDA naar bedrijven als Ottenhome, Manten, de Otter, etc.
Volgens Jan Willem Nienhuis ‘worstelde men met de keuze’ maar ze kiezen bewust voor het belasten van de ondernemers/verhuurders en niet voor een vignet, niet voor het afschaffen ervan, niet voor een verlaging en niet voor uitstel of het terugsturen van de wethouder naar de gesprekstafel met de sector. Ze steunen deze heffing die uiteindelijk veel meer zal kosten dan het opleverd. Een sloepentax die ondernemers hard raakt. Waarom?
Een vaarvignet, zoals nu toegepast in Amsterdam is alleen een registratie, geen belasting. Een vaarvignet zoals hier wordt voorgesteld is in mijn beoordeling nog steeds in strijd met de gemeentewet art 224.
Ander punt: Het verbaast me al vaker dat de gemeenteraad, wat toch een lekenbestuur is, een voorstel krijgt voorgelegd dat in strijd is met de regelgeving of de beginselen van behoorlijk bestuur. En als dan een niet onbelangrijk senior lid van de raad aan de bel trekt, zoals in de laatste raadsvergadering, de hele machinerie gewoon doordraait. Bestuurskracht zou zijn: bij twijfel niet inhalen.