Wat heb je aan een raadslid?

Tegenwoordig kun je in het halve uur vóór een commissievergadering een of meerdere raadsleden aanklampen en iets met ze bespreken. De volksvertegenwoordigers hangen wat rond in de gang van het gemeentehuis, bereid om naar vragen en klachten van burgers te luisteren en signalen op te pikken. Die burgers komen echter niet of nauwelijks. Misschien zijn ze niet op de hoogte van de mogelijkheid, of misschien denken ze dat ze niet veel aan die raadsleden hebben.

Omdat ik dat wat zielig vond voor de politici, ging ik er onlangs heen om te vragen wat zij eigenlijk voor individuele burgers kunnen betekenen. Is het een raadslid bijvoorbeeld toegestaan naar een afdeling op het gemeentehuis te lopen en inzage te vragen in het dossier van een burger t.a.v. een bouwaanvraag of handhavingsactiviteit? D.w.z. mag een raadslid zich bemoeien met een specifiek geval? En zo ja, wat kan hij/zij doen in het behartigen van het individuele belang van een burger? Het ging me daarbij eigenlijk om de ombudsfunctie van een raadslid, de brugfunctie tussen burgers en overheid.

Het bleek dat men eigenlijk niet precies wist wat wel of niet mocht, afgezien van het geven van advies over hoe iets aan te pakken. Er is weliswaar een Gedragscode voor raadsleden in Wijdemeren, maar daar staan alleen de voor de hand liggende zaken in, zoals giften en gunsten, deelname aan reizen of evenementen voor rekening van anderen. Maar mag je nu wel of niet actief helpen bij het verkrijgen van een invalidenparkeerplaats, een bouwvergunning of toestemming voor een evenement? En wat doe je met een klacht? Doorverwijzen naar de klachtencoördinator of naar de ombudscommissie? Dat is meteen zo formeel.

Griffier Debby de Heus en burgemeester Crys Larson, Wijdemeren (foto Douwe van Essen)

De risico’s van al te grote behulpzaamheid zijn bekend: cliëntelisme en het feit dat de integriteit van raadsleden onder druk kan komen te staan. Niemand wil Limburgse of Haagse toestanden. Maar wat kan een raadslid wèl doen voor burgers? Omdat de burgemeester de hoeder van de bestuurlijke integriteit is, richtte ik mij tot burgemeester Crys Larson. Zij besprak mijn vragen met de griffier, Debby de Heus, die mij een uitvoerig antwoord mailde.

Veel ruimte
Griffier Debby de Heus: “U vraagt wat raadsleden voor individuele burgers kunnen betekenen en in hoeverre raadsleden persoonlijke dossiers kunnen opvragen/inzien. In zijn algemeenheid heeft de wetgever er voor gekozen om volksvertegenwoordigers veel ruimte te laten voor het vergaren van informatie. Ik verwijs naar de artikelen 155, 169 en 180 van de Gemeentewet en naar deze nieuwsbrief over de inlichtingenplicht. Juridisch is dus veel mogelijk. Er zijn wel gronden om informatie geheim te maken, of te anonimiseren (zie b.v. de WOB art. 10 en de AVG), maar het juridisch kader is erg breed, bewust ook.

Dat staat los van de andere vraag welke rol een raadslid precies vervult. Het is aan het raadslid te waken voor cliëntelisme. Immers een raadslid behartigt het algemeen belang, en het belang van de gemeente. Het behartigen van individuele belangen kan daar in strijd mee zijn. Een raadslid kan ook een ombudsfunctie hebben, maar het voorgaande moet wel in het oog worden gehouden. We hebben hiervoor o.a. een gedragscode en een integriteitsprotocol.

De wetgever heeft ook een juridische grens gesteld. Ik verwijs u naar artikel 15 van de gemeentewet: “Een raadslid mag niet als adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur”.

Kortom, vanuit de democratische fundamenten hebben raadsleden veel rechten t.a.v. het opvragen/verkrijgen van informatie (hun democratisch recht). Wel moet een raadslid waakzaam zijn t.a.v. waarom hij/zij die informatie nodig heeft en wat hij of zij met die informatie doet. Een raadslid mag dus ieder dossier bij de griffie opvragen (de griffie is de schakel tussen raad, college en organisatie). Ons advies is daarbij om waakzaam te zijn voor belangenbehartiging van een individueel geval. De focus van een raadslid kan prima liggen op het beleid dat een individueel geval heeft doen ontstaan. En het raadslid kan zich afvragen hoe het beleid kan worden aangepast om situaties in de toekomst te veranderen.”

Bestemmingsplannen
Het antwoord is helder. Hierbij een zelfbedacht voorbeeld van wat een raadslid kan doen om, zoals de griffier het noemde, het beleid aan te passen zodat situaties in de toekomst veranderen. Stel, iemand wil in het kader van de energietransitie zijn huis ‘duurzaam’ maken zoals de overheid van ons vraagt, maar hij loopt daarbij tegen de beperkingen aan van de huidige bestemmingsplannen. Onze burger heeft bijvoorbeeld een lang, smal huis, dat veel beter geïsoleerd zou kunnen worden als het een andere vorm had. Hij wil die vorm dus aanpassen, maar daarbij zit het bestemmingsplan in de weg; het bouwvlak moet veranderd worden en dat gaat niet zo maar. In Wijdemeren is het bouwvlak heilig. Je kunt dan als raadslid proberen te bereiken dat de bestemmingsplannen die mogelijkheid gaan bieden. Helaas duurt dat zo lang dat de burger die jou benaderde, er niets aan heeft.

Waakzaam
Maar wat kan een gemeenteraadslid doen op de korte termijn? We zagen dat een raadslid veel mag. Het woord waakzaam speelt hier echter een grote rol. Het is synoniem met oplettend, alert, en betekent volgens Van Dale o.a. acht slaand op wat kan gebeuren. Belangenbehartiging van een individueel geval kan dus, maar je moet oppassen. Voorzichtig zijn. Waarmee? Dat staat eigenlijk niet in de Gedragscode. Ja, de risico’s van belangenverstrengeling staan er in en die kennen we allemaal, maar daar gaat het niet om als je je inzet voor het belang van een specifieke burger die jou om hulp vraagt.

Het komt voor dat de gemeente c.q. een gemeenteambtenaar fouten maakt en ten onrechte iets toestaat, verbiedt of eist. Iedereen maakt fouten. De wethouder of de ambtenaar kent soms de lokale situatie of de geschiedenis niet. Het gaat dan om een onjuiste inschatting of een te beperkte interpretatie van de regels. Met name dit laatste zal regelmatig voorkomen. Een strakke interpretatie is namelijk het ‘veiligst’, het minst riskant. Zo kun je je indekken. Maar dan krijg je wel beslissingen die geen recht doen aan de belangrijkste functie van de lokale overheid: dienstverlening aan de burgers.

Ombudsfunctie
Aan die dienstverlening schort het soms. Naar aanleiding van een recent onderzoek naar de afhandeling van klachten in 2019 schreef het college dat men dacht dat alles goed liep, maar dat er uit de enquête onder mensen die een klacht hadden ingediend, een ander beeld oprees. De ambtenaren bleken best tevreden met de klachtenafhandeling, maar de burgers allesbehalve. Op de vraag “In hoeverre voelt u zich gehoord door de afhandeling van uw klacht?” gaf de helft van de klagers de laagst mogelijk score: ‘zeer slecht’. Ook verder was men nogal ontevreden. Reactie van het college: “Wij zijn hier erg van geschrokken en nemen de kritiek ter harte.”

Een raadslid kan iets betekenen voordat het tot een klacht komt, zonder zich schuldig te maken aan cliëntelisme. Hij mag zich namelijk wel degelijk inzetten voor het belang van individuele burgers. Dat is zijn ombudsfunctie. Die functie is nergens officieel vastgelegd en wordt ook niet genoemd in de Gedragscode in Wijdemeren. Wèl echter in die van andere gemeenten (zie bijvoorbeeld hier) en in het antwoord van griffier Debby de Heus hierboven. Niet iets snel even ritselen, maar in actie komen als er iets niet goed dreigt te gaan. Meedenken. Op de juiste plaats een beetje smeerolie aanbrengen. De wethouder of een ambtenaar wijzen op iets wat niet klopt. Volgens mij zouden raadsleden hier aanmerkelijk actiever kunnen en moeten optreden dan ze doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.