Vervoer Gooi en Vechtstreek BV loopt goed en is ook financieel weer op orde. Wel zijn bij het regionale overheidsbedrijf dat namens de gemeenten zorgt voor het WMO- en leerlingenvervoer de kosten aan de hoge kant. Maar in ruil daarvoor presteert het zogenoemde ‘doelgroepenvervoer’ hier beter dan elders in het land.

Dat staat in een brief aan de gemeenteraden, dus ook die van Wijdemeren, over de gang van zaken bij Vervoer BV in de eerste helft van 2024. De brief is afkomstig van Hugo Bellaart (VVD), wethouder in Gooise Meren en binnen de Regio ‘bestuurlijk trekker’ voor Vervoer BV. Het beeld dat Bellaart schetst, vindt steun in het rapport dat adviesbureau Panteia recent uitbracht over een in mei begonnen tussenevaluatie over Vervoer BV. De regionale media (dagblad, huis-aan-huisbladen, omroep) melden er niets over, dus praat Rading Nul u maar even bij.
Groei WMO-vervoer
Het aantal WMO-ritten dat Vervoer BV verzorgde, nam in de eerste helft van dit jaar toe met 10 procent, voor heel 2024 wordt gerekend op een groei van 8,75 procent ten opzichte van 2023. De brief noemt geen aantallen ritten. Maar in het jaarverslag 2023 van Vervoer BV staat dat dat jaar 180.748 WMO-ritten werden verzorgd. Een (verwachte) toename met 8,75 procent zou dan iets meer dan 15.800 ritten erbij betekenen, waardoor het jaartotaal uitkomt op bijna 196.600 WMO-ritten.
De punctualiteit van die ritten stond in het eerste halfjaar 2024 op 93 procent, nog iets beter dan de 92 procent over heel 2023. Een rit geldt als punctueel als die precies binnen de normtijd of maximaal een kwartiertje extra wordt uitgevoerd.
Het klachtenpercentage over WMO-ritten bleef de eerste zes maanden net zo laag als in heel 2023: 0,1 procent. Dat wil zeggen dat gebruikers van 0,1 procent van de ritten een geheel of gedeeltelijk gegronde klacht hadden.
Iets minder leerlingenvervoer
Van het leerlingenvervoer maakten in de eerste helft van dit jaar iets minder leerlingen gebruik, dus daalde ook het aantal ritten iets. Bellaart noemt geen cijfers. Volgens het jaarverslag 2023 werden voor het leerlingenvervoer heel vorig jaar 213.110 ritten gereden. De punctualiteit kwam in de eerste zes maanden van dit jaar uit op 87,2 procent. Of dat beter of slechter is dan eerdere jaren is onbekend, want daarover zijn geen cijfers beschikbaar. In de eerste zes maanden van 2024 waren er klachten over 0,12 procent van de ritten leerlingenvervoer, tegen 0,07 procent over heel 2023.
Terwijl het aantal geheel of gedeeltelijk gegronde klachten laag is, scoort de afhandeling van klachten in de ogen van klanten niet zo best. Van de sinds begin 2021 genoteerde (gedeeltelijk) gegronde klachten over het WMO-vervoer zeggen klanten in de tussenevaluatie dat de afhandeling van die klachten in 36 procent van de gevallen goed was, in 30 procent voldoende en in 34 procent van de gevallen slecht. Gaat het alleen over de klachtafhandeling in 2024 dan piekt het oordeel ‘slecht’ met liefst 49 procent van alle geheel of gedeeltelijk gegronde klachten.
Bij het leerlingenvervoer zijn de oordelen over klachtafhandeling ruwweg hetzelfde verdeeld als bij het WMO-vervoer in de periode 2021-2024, zij het dat hierover bij het leerlingenvervoer slechts uit 2022 en 2023 gegevens bekend zijn.
Het ziekteverzuim onder het personeel van Vervoer BV vertoont een dalende trend. In juni dit jaar stond het op 6 procent, het laagste sinds januari 2022. Het hoogst was het in februari en mei 2022: 14 procent.
Elektrisch rijden
Landelijk is het de bedoeling dat het doelgroepenvervoer eind 2025 geen voertuigen meer gebruikt die CO2 uitstoten. Officieel wordt dat zero emission (ZE) genoemd, wat sector-Chinees is voor: elektrische auto’s. Zo ver is het nog lang niet, maar overheidsbedrijf Vervoer BV doet het wel veel beter dan particuliere doelgroepenvervoerders elders in Nederland. Landelijk waren er vorig jaar 32 procent elektrische auto’s, terwijl Vervoer Gooi en Vecht BV kwam tot 82 procent. Van de (eind 2023) 141 voertuigen van Vervoer BV waren alle 38 personenauto’s elektrisch en alle 78 personenbusjes ook. Alleen de 25 rolstoelbusjes waren dat niet.
Erg schrikken
Dan de centen, waarover Vervoer BV de gemeenten eerder wel eens erg liet schrikken. In 2022 was er plots een tekort van een miljoen euro. Het teveel aan voorschotten dat de gemeenten toen al hadden betaald pikte de Regio/Vervoer BV zonder enig overleg in. Nadien beloofde het Regiobestuur beterschap.
Hoe dan ook, naar aanleiding van die ferme tegenvaller zijn toen tarieven aangepast en daarmee was het ergste leed geleden. Want zie: in 2023 hield het regiobedrijf iets meer dan drie ton over. In het rapport over de tussenevaluatie schrijft het adviesbureau: ,,Volgens de bedrijfsleiding is de financiële situatie (. . .) nu gezond’’.
Wel meldt Bellaart in zijn brief dat als de WMO-trend uit het eerste halfjaar doorzet in de tweede helft van dit jaar, de bijdrage die de gemeenten hiervoor moeten betalen 489.430 euro hoger uitvalt dan vorig jaar. Daar staat tegenover dat bij het leerlingenvervoer (wat minder leerlingen, wat minder ritten) de gemeentelijke bijdragen waarschijnlijk 223.393 euro lager uitpakken. En dan zijn er nog twee kleine activiteiten van Vervoer BV: jeugdhulpvervoer en dagbestedingsvervoer. Naar verwachting leveren die eind dit jaar een positief resultaat op van 23.947 euro. Alles bij elkaar verwacht Vervoer BV dit jaar af te sluiten met een plus van 3,5 ton. Dat geld zou in de reserve kunnen worden gestopt voor toekomstige investeringen, of het kan aan de gemeenten worden teruggegeven.
Kosten wat hoger
Zowel in Bellaarts brief als in de tussenevaluatie staat dat bij Vervoer BV de kosten wat hoger zijn dan bij particuliere vervoerders elders in het land. Dat komt onder meer doordat de Regio Gooi en Vechtstreek aan Vervoer BV (coördinerend) werk heeft en doordat Vervoer BV uitgebreider verantwoording moet afleggen (aan gemeenten en gemeenteraden) dan particuliere bedrijven hoeven te doen, zo valt te lezen.
Benadrukt wordt dat daar wel wat tegenover staat. Klanten van Vervoer BV zijn over het algemeen (zeer) tevreden, het vervoer loopt goed en ook de werknemers zijn tevreden. Bij vervoerders elders in het land is nogal eens sprake van personeelsgebrek en onder andere daardoor gebrekkige dienstverlening. Zulke narigheid was in 2019 ook de aanleiding voor het besluit het doelgroepenvervoer als Regio en gemeenten in eigen hand te nemen, waarna Vervoer BV op 1 januari 2021 van start ging.

De vraag is wel of die wat hogere kosten bij Vervoer BV (ook) worden afgewenteld op de gebruikers – heel concreet: de gebruikers van het WMO-vervoer van wie een eigen bijdrage wordt gevraagd. Dit jaar betaalt een WMO-klant hier een instaptarief van 1,09 euro en dan per gereden kilometer 0,177 euro (krap 18 cent dus). In drie andere regio’s waarnaar adviesbureau Panteia keek (Haaglanden, Zuid-Kennemerland en West-Brabant) is de WMO-klant een piepklein fractietje meer kwijt met een instaptarief van 1,08 euro en een kilometerbijdrage van 0,180 tot 0,188 euro.
Chauffeurs willen meer
Een laatste financieel punt is de beloning van de chauffeurs. Die worden volgens de tussenevaluatie iets beter betaald dan hun cao voorschrijft. Maar, lezen we, ‘desondanks is het personeel van mening dat de vergoeding niet in verhouding stat tot de verantwoordelijkheden die het vervoer van kwetsbare doelgroepen uit de samenleving met zich meebrengt’. Een kwestie voor de onderhandelingstafel.
Geheel tot slot iets over de Raad van Advies, die op initiatief van de gemeenteraden van Wijdemeren en Laren werd toegevoegd aan Vervoer BV. Het idee was dat in de opstartfase van het regionale overheidsbedrijf wat expertise uit de vervoersector nuttig zou zijn. Daarom werd die Raad van Advies voor twee jaar ingesteld. Eind 2023 werd dat met een jaar verlengd, zodat de raad nog kon meekijken bij de tussenevaluatie. Inmiddels hebben de aandeelhouders van Vervoer BV (de zeven deelnemende gemeenten) besloten dat de Raad van Advies per 1 januari 2025 ophoudt te bestaan. Argumenten: de opstartfase is voorbij en de boel draait inmiddels lekker.
