Op de ranglijst van ziekenhuizen die accountantskantoor BDO jaarlijks maakt, is ‘ons’ regionale ziekenhuis, Tergooi MC, verder afgezakt. Voor de ziekenhuissector als geheel ziet BDO grote bedreigingen, aldus landelijke media en ook De Gooi- en Eemlander. Hoe Tergooi ervoor staat, werd echter nergens vermeld, dus neemt Rading Nul dat maar op zich.

Heel kort gezegd kijkt BDO of de financiën van ziekenhuizen stevig genoeg zijn om goede zorg te blijven garanderen. Dit jaar zien de samenstellers van de BDO-benchmark zich genoodzaakt min of meer de noodklok te luiden: ‘Ziekenhuissector op een kantelpunt. Gebrek aan financieel perspectief bedreigt transformatie in de zorg’. Dat klinkt niet best, dus is de vraag: is ook Tergooi zo gammel?
Wankele zaak
Op het eerste gezicht is het antwoord: ja, ook bij Tergooi is het een wankele zaak. Neem de lijst van algemene (dus niet-academische) ziekenhuizen die BDO heeft opgesteld nadat de instellingen aan een ‘financiële stresstest’ zijn onderworpen. Op grond van de uitkomsten over 2022 kwam Tergooi in de vorige BDO-benchmark terecht op plek 23. In de jongste benchmark is het ziekenhuis flink gedaald, naar plek 35 (van de 59). Tergooi bungelt helemaal onderaan de groep ziekenhuizen die nog net het rapportcijfer 6 krijgen. Eén plek daaronder beginnen de onvoldoendes.
BDO legt de kritische grens bij een rendement van 1 procent van de omzet (het nettoresultaat ten opzichte van de totale bedrijfsopbrengsten). Liefst 46 procent van de ziekenhuizen zit onder die kritische grens (in 2022 was dat nog 24 procent). Zo ook Tergooi. Dat kwam volgens de BDO-lijst tot een zeer pover rendement van 0,55 procent in 2023.
Toch wat hoop
Daartegenover staan twee cijfers die toch wat hoop geven. Eerst de solvabiliteit, een percentage dat aangeeft of een bedrijf of instelling op lange termijn aan zijn verplichtingen kan voldoen. Voor Tergooi vermeldt BDO een solvabiliteit van 28,7 procent, wat helemaal niet zo slecht is. Tergooi zelf noemt in de jaarcijfers 2023 overigens een iets lager getal: 28,4 procent. Het ziekenhuisbestuur tekent daarbij aan: dat dat lager is dan de 29,8 procent in 2022 komt doordat we voor de nieuwbouw in Hilversum nog een stuk lening hebben opgenomen. En ook: we zitten ‘nog steeds ruim boven de gehanteerde norm van 25%’.
Het tweede BDO-cijfer dat hoop geeft, is wat de accountants noemen de vastgoedouderdomsratio. Een van de problemen in de sector is dat nogal wat ziekenhuizen (soms erg) oud vastgoed hebben. BDO drukt dat uit in een percentage dat laat zien wat de boekwaarde van het vastgoed is ten opzicht van de aanschafwaarde (waarvan jaarlijks wat wordt afgeschreven). Neem het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem. Daarvoor noteert BDO een vastgoedratio van maar 17,47 procent. De gebouwen daar zijn kennelijk erg oude meuk. Zo niet bij Tergooi met een fraaie vastgoedratio van 82,06 procent. Geen wonder met het splinternieuwe ziekenhuis in Hilversum.
Paar jaar rode cijfers
Toch is er vanwege het zeer schamele rendement best reden tot zorg over Tergooi. Dat rendement zakte van een toch al magere 1,6 procent (2022) naar genoemde 0,55 procent vorig jaar. Een verrassing is dat overigens niet. Toen ik een jaar geleden (toen nog voor De Gooi- en Eemlander) aan tafel zat bij Tergooi-bestuurder Wolter Odding erkende hij dat de situatie moeilijk is. Hij voorzag dat het ziekenhuis een paar jaar in de rode cijfers zou belanden, te beginnen in 2023, om in 2026 weer een klein plusje te schrijven.

Laten we dus maar eens een blik werpen op de door Tergooi opgestelde jaarcijfers 2023. Dan blijkt in de eerste plaats dat er, anders dan Odding voorzag, geen rode cijfers zijn geschreven, maar dat een miniem nettoresultaat is geboekt van 1,8 miljoen euro (dat rendement van 0,55 procent), wat wel flink minder was dan de 5,1 miljoen in 2022. Overigens schrijft de accountant dat er geen aanwijzingen zijn dat de continuïteit van het ziekenhuis in gevaar is.
Uitdagingen
Maar zonder zorgen is het ziekenhuisbestuur niet. Twee van de belangrijkste ‘uitdagingen’ die ze noemen, zijn vasthouden en aantrekken van goede mensen en de financiën. Over personeel staan een paar cijfers in de jaarstukken. Gemiddeld waren er in 2023 2.326 mensen in vaste dienst, ietsje minder dan de 2.337 van een jaar eerder. Omgerekend naar volle banen ging het in 2023 om 1.884 fte tegen 1.919 een jaar eerder. Om gaten op te vullen werden ook tijdelijke mensen van buiten ingehuurd. Daarmee was in 2023 bijna 12,7 miljoen euro gemoeid, gelukkig al iets minder dan de 13,7 miljoen uit 2022. En dat terwijl het ziekteverzuim onder het personeel (en dus de druk om externen tijdelijk in te huren) in het laatste kwartaal van 2023 omhoog ging naar een pittige 8 procent.
Eisen banken
Nu Tergooi na sluiting van de locatie Blaricum werkt met één nieuw en compacter ziekenhuis in Hilversum betekent dat volgens het bestuur kansen, maar, erkent het, ook uitdagingen. Zo hebben de banken (ABNAmro, ING en EIB) eisen gesteld in ruil voor grote leningen voor de nieuwbouw (begin dit jaar waren er nog langlopende leningen van bijna 236 miljoen euro). Een van die eisen is dat de zogeheten Ebitda (een soort brutowinst) steeds wat omhoog moet. Zo was de eis voor 2023 een Ebitda van minimaal 23,5 miljoen euro. Met 26,2 miljoen heeft Tergooi daaraan netjes voldaan. Voor dit jaar ligt de eis weer wat hoger: minimaal 26,5 miljoen euro.
Wat bezuinigen
Het Tergooi-bestuur rekent voor dit jaar (2024) op een nettoverlies van 4,2 miljoen euro. Niet best natuurlijk, maar wel in lijn met wat bestuurder Odding me in november vorig jaar vertelde. Geen wonder dus dat wordt geprobeerd de kosten structureel (blijvend) wat te beperken. Volgens plan loopt dat steeds iets op naar 1,5 procent van de opbrengsten in 2026. Uitgaande van de opbrengsten uit 2023 (bijna 338 miljoen) loopt het te bezuinigen bedrag dus op naar een dikke 5 miljoen euro per jaar. Daarbij, schrijft het bestuur, wordt ‘vooral gekeken naar optimalisatie van zorg- en zorg ondersteunende processen’. Efficiënter werken dus.
Alles bij elkaar staat Tergooi er financieel dus niet zo florissant voor. Maar daar was al op gerekend vanwege de kostbare nieuwbouw, en het bestuur denkt dat het ziekenhuis over enkele jaren uit het dal is. Wat niet wegneemt dat het ook dan, gezien de trends in de hele Nederlandse ziekenhuissector, een kwestie zal blijven van heel goed opletten.

Alsof een patiënt welke interesse dan ook heeft in rendement, solvabiliteit of vastgoedouderdomsratio. Wat een woord overigens.
Zij willen op tijd en netjes worden geholpen . Foutloos geopereerd. Vriendelijk worden ontvangen. En dat zit wèl goed volgens mij.
Waar zit nu het risico? Wat wordt bedoeld met gevaarlopende transitie? Wat betekent dat? Klimaatadaptie?
De antwoorden op die vragen hebben ruimschoots in de media gestaan, vandaar dat ik het niet nodig heb gevonden e.e.a. nog eens over te doen in dit stuk.
Het is eigenlijk een schande dat we in het verleden het Nederlandse volk heeft gekozen voor een privatisering van de zorgsector! Dit alles heeft vooral de rechtse partijen voor gezorgd om veel sectoren zoals spoorwegen, nutsbedrijven en de zorgsector te privatiseren en zoals u weet met alle gevolgen van dien!