Zo waarlijk helpen mij de Oempa Loempa’s

Vorige maand beleefden we in de raad van Wijdemeren de beëdiging van onze raadsleden en wethouders. Dat is feestelijk, zeker, maar in de basis ook een belangrijk formeel proces.

Ten overstaan van de gehele bevolking én het bevoegd gezag belooft de betrokkene de publieke zaak te dienen, zich niet om te laten kopen en de grondwet trouw te zijn. (zie de Voetnoot voor de formele tekst voor een raadslid) Die tekst is voor iedereen hetzelfde, behalve de laatste afsluitende zin. Daar mag de betrokkene kiezen uit “Dat verklaar en beloof ik” of “Zo waarlijk helpe mij God Almachtig”.

En daar loop ik persoonlijk vast. Niet op de belofte “Dat verklaar en beloof ik”, die is zo helder als glas. Maar de eed “Zo waarlijk helpe mij God Almachtig” heeft voor mij, niet gelovige, geen enkele waarde. Waar mag ik de nieuwbakken ambtsdrager die met de eed afsluit dan aan houden ? Het is voor mij persoonlijk net zo veel waard als had zij/hij afgesloten met: “Zo waarlijk helpen mij de Oempa Loempa’s” Niets dus.

De eed kan zelfs als discriminerend worden ervaren voor mensen met een ander geloof. Zo zouden moslims willen afsluiten met: “In de naam van Allah, de Barmhartige Erbarmer en hij is mijn getuige dat ik dit beloof” Alle niet-christelijke geloven zullen waarschijnlijk een eigen variant willen gebruiken. Dat is echter in dit tolerante land niet mogelijk door de “Wet vorm van de eed“ uit 1911.

Reden genoeg om ruim 100 jaar later die wet eens flink tegen het licht te houden. De eed zou namelijk voor de neutrale overheid geen enkele betekenis moeten hebben. De belofte daarentegen is religie-neutraal en kan daarom door iedereen, gelovig of niet, afgelegd worden. Dat is mooi en dat is in principe voldoende.

Mijn voorstel is dan ook: Iedereen sluit af met de neutrale belofte “Dat verklaar en beloof ik”. En voor mensen die daar behoefte aan hebben kan er een eed aan worden toegevoegd, inhoudelijk geheel afgestemd op waar je in gelooft. Kán, hoeft niet… de belofte op zich is al ruim voldoende. Zo simpel kan het zijn.

 

Voetnoot: ‘Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen’