Herinneringen aan de oorlog

Ik ben van augustus 1940. Moeder zei altijd: “Toen de eerste Engelse bommenwerpers overvlogen ben jij geboren.” Ik ben dus iemand van in de oorlog. Toch gaan mijn  vroegste  jeugdherinneringen naar die tijd terug. Je weet natuurlijk niet hoe betrouwbaar het geheugen is na die lange tijd, maar ik meen een en ander toch echt nog te weten. Dan hebben we het wel over het eind van de oorlog, 1944/1945.

Vage herinneringen

Het meest kenmerkende gevoel is, dat ik me nauwelijks herinner dat het oorlog was. Nooit heb ik het gevoel van angst bij mezelf ervaren, noch bij mijn ouders gezien. Ja, er was weinig. We hadden geen speelgoed, de feestdagen werden niet gevierd. Er was geen Sinterklaasfeest en het eten was zeer eenzijdig. Ons gezin is tamelijk rustig de oorlog door gekomen. Mijn ouders zaten niet in het verzet waren noch Duits gezind. Hun enige verzetsdaad was het zaaien van oranjebloemen tussen de keien van de dijk .Ik besef me dat de wijze waarop je de oorlog hebt beleefd sterk afhankelijk is van de plaats en de omstandigheden waar je geboren bent. Voor zover ik weet hebben er nooit gevechtshandelingen in het dorpplaats gevonden. Er liggen twee Engelse neergeschotenvliegers op de begraafplaats  en een vliegtuigbom vernielde twee boerderijen. Dat was het gelukkig zo ongeveer.

Vader werd nog wel in 1939 gemobiliseerd. Hij was bij de Pontonniers en heeft een scheepjesbrug mee aangelegd bij de Tol, maar of deze ooit gebruikt is weet ik niet. Later in de oorlog is hij nog opgeroepen om loopgraven te graven, wat hij met tegenzin met andere dorpsgenoten heeft gedaan.

Inkwartiering

Toch herinner ik me nog het een en ander. Dat moet dus aan het eind van de oorlog gebeurd zijn. Het was op een maandagmorgen dat moeder met de was bezig was. Op het “vuurduvelke”, een laag rond kacheltje in de schuur, stond de was te koken. Er kwam een Duitser van de basalten trapjes naar ons huis. Moeder was verstoord, want de soldaat wilde ons huis zien. We kregen inkwartiering. Ons dijkhuisje was al niet groot maar de woonkamer werd opgeëist en zo werden wij met ons vieren naar de keuken verbannen van drie bij drie. Daar was helaas de radio al lange tijd verdwenen. Bij afwezigheid van vader had moeder die bij de Duitsers ingeleverd. Dat was wel verplicht maar vader had de radio graag willen verstoppen. De kamer werd ontruimd Duitse  soldaten woonden dus bij ons in. Ik herinner mij dat zij niet onvriendelijk waren. Bij een van hen heb ik op schoot gezeten. Hij tekende in een schrijft met paarse omslag een paard voor mij. Ook kregen we brood van hen. Dat zure brood, dat we ontzettend vies vonden. Het jaar 1944 kende een strenge winter. De soldaten zaagden zelfs ’s nachts hout en bleven volop de platte buiskachel stoken. Toen  de soldaten  verdwenen bleek de kachel geheel en al doormidden te zijn gescheurd.

Dingen die we niet mochten zien

Van de echte, misschien wel verboden dingen werden mijn broer en ik niet op de hoogte gebracht. Uit nieuwsgierigheid wilden we wel weten wat er aan de hand was. Op een avond kwam Ome Jan uit Hellouw, die met een zuster van moeder was getrouwd en boer was stiekem met een schaap .Dat is illegaal geslacht. Waar weet ik niet. Het gevolg was dat we hutspot van wortelen en uien met schapenvlees te eten kregen.Dat moet ik wel erg vies hebben gevonden want tot op de dag van vandaag eet ik geen hutspot en geen schapenvlees.

Boter was er nauwelijks. Van dezelfde Ome Jan kregen we verse, vette melk. Op een voetenkussentje gezeten, met de rug tegen het aanrechtkastje zaten mijn broer en ik met een fles in ons hand eindeloos te schudden. Net zo lag tot er klontjes boter op de melk kwamen. Echte boten en wat er overbleef  echte karnemelk.

Ome Gijs

“Denk erom dat je nooit en aan niemand vertelt dat Ome Gijs hier slaapt.” Waarom ons dat verteld werd, werd er niet bij gezegd. Er was iets mysterieus dat wij niet mochten weten .Later na de oorlog vertelde vader ons dat zijn jongste broer in het holst van de nacht mensen de Waal over roeide die op weg waren naar her bevrijde zuiden. Dat was strikt verboden! In 1944 was Zuid-Nederland bevrijd, maar boven de rivieren duurde de bezetting voort .Daarom kregen we inkwartieringen daarom moesten er loopgraven worden gegraven, want Herwijnen kwam aan de rand van het bezette en bevrijde gebied te liggen

Tante Truus

De hongerwinter werd het sterkst gevoeld in de grote steden van de randstad. Daar stierven mensen van de honger.  Velen gingen op hongertocht naar het platteland om daar voedsel te kopen of te ruilen tegen goederen die men bezat. In ons dorp kwamen  vooral mensen uit Rotterdam op zoek naar eten. Op een dag kwamen er twee vrouwen uit die plaats met een handkar op zoek naar eten in Herwijnen. Moet je je voorstellen zestig kilometer te voet! Ze moesten ergens blijven slapen, want ze konden in een dag niet heen en terug. De enige plaats was op de hooizolder van de paardenstal van de steenfabriek, waar ook Duitse soldaten sliepen. Vader vond dat dat niet kon. Dat zou veel te gevaarlijk zijn. Hij bood spontaan in ons huis een slaapplaats aan. Mijn broer en ik moesten ons bed afstaan. We sliepen op een matras op de grond, op een kermisbed zoals dat genoemd werd. De dankbaarheid was groot en het contact bleef. Na de oorlog heb ik vaak een weekje gelogeerd bij Tante Truus, zoals ik ze ben gaan noemen.

Sabotage

Het meest spannende moment van de oorlog was toen mijn ruim twee jaar oudere broer van sabotage werd beschuldigd. Op de kant van de wal lag bij de haven van de steenfabriek een Duits motorbootje. Mijn broer speelde daar met andere jongens in en zoals kinderen doen, probeerden de jongensdingen los te draaien. Plots kwam een oververhitte Duitse soldaat opdraven die luid krijsend ”Sabotage” schreeuwde. Hij dreigde met de meeste verschrikkelijke straffen. De paniek was groot, maar gelukkig wist iemand( ik weet niet wie)  de zaak te sussen door de soldaat er op te wijzen dat het kinderspel was.

De aftocht

Ik zie de bezetter  nog over de dijk vertrekken. Alles namen ze mee. Van moeder mocht ik niet aan de kant van de dijk zitten , dat kon wel eens gevaarlijk zijn. Met vreugde zagen de dorpsbewoners na vijf jaar de  bezetter vertrekken. Even daaraan voorafgaand maakten we voedseldroppings mee. In de uiterwaarden achter ons vielen groene blikken met voedsel uit de lucht. Wat er in zat vonden we ontzettend vies. Het waren crackers. Gelukkig voor mijn vader zaten er ook sigaretten bij.Uiterst tevreden stond hij op de dijk met een echte Player(merk ) in zijn mond.

Na de oorlog

Na de oorlog werd er nauwelijks nog over de oorlog gesproken. Nooit in persoonlijk zin, maar in algemene zin als”Wat is het toch verschrikkelijk wat er met de joden is gebeurd.” Ik weet helemaal niet of mijn ouders bang zijn geweest of zij verdriet hebben geleden We hebben geen familie verloren. Iedereen was er nog. Ik ben er ook nooit achter gekomen wat de oorlog met hen had gedaan. Met wat kleine incidenten ging de oorlog aan het dorp voorbij. Ja , het huis met “Vleeschhouwerij “ op de gevel stond jaren leeg als een zichtbaar bewijs van de Joodse slagersfamilie die weggevoerd en vermoord werd. Moeder had ze goed gekend. Later vertelde ze mij het verschrikkelijke verhaal dat zij dachten dat ze onder de douche gingen. Er kwam gas uit de douche en zo werden zij vermoord. D e moeder met het kindaan de hand  Pas veel later is aan deze familie aandacht besteed door er Stolpersteine aan te brengen.

Ik herinner me ook na de oorlog niet een jaarlijkse herdenking voor de gevallenen. Er waren onderhandse verwijzingen. We woonden op dertig meter afstand van de bakker, maar vader vond dat we ook bij Eef den Bakker, die veel verder bij ons vandaan woonde, moesten kopen. Hij had ons met zijn illegaal gebakken brood door de oorlog heen geholpen. En ja, men wist precies wie er fout waren geweest. De overbuurman die werd opgehaald s‘avonds. We mochten het niet zien, maar door de zolderraampjes keken we stiekem. Hij was metselaar, een kleine krabbelaar, die voor de Duitsers had gewerkt. Speciaal die ene man die lid van de SS was geweest werd een outcast in het dorp. Op die manier  sudderde de oorlog nog een poosje door .. Maar de blik was vooral gericht op de toekomst. De handen uit de mouwen. Nederland moet opgebouwd worden. Niet achterom, maar vooruitzien. Je best doen en zien dat je vooruit komt.

De oorlog werd sneller geschiedenis dan we na alle ellende gedacht hadden.

Wim Kozijn

Bevrijdingsdag 2021

3 thoughts on “Herinneringen aan de oorlog”

    1. Ja, dat weet ik. Ik schreef de laatste zin uit verbazing. Eigenlijk met de vraag hoe dat mogelijk was.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.