Kinderen verdienen meer ruimte op schoolplein, Wijdemeerse norm is achterhaald

Een investeringsplan voor de huisvesting van scholen legt het Wijdemeerse college dezer dagen voor aan de politiek. Dat gaat over 46 miljoen euro voor de komende zestien jaar. Nu al is een waarschuwing op zijn plaats: laat de politiek opletten dat nieuwe schoolpleinen groot genoeg worden om kinderen lekker te laten bewegen. De huidige Wijdemeerse regels lopen namelijk achter.

Een (Amsterdams?) schoolplein in 1967. (Foto Nationaal Archief/Anefo/Ben Merk, CC0)

In een bericht van 21 maart op de gemeentelijke website is onderwijswethouder Ron de Haan goedgemutst. Duurzame en multifunctionele schoolgebouwen, daarop mikt het college, stelt hij. Ook in Weekblad Wijdemeren en De Gooi- en Eemlander heeft hij die boodschap inmiddels uitgedragen. Uitstekend.

Bij het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de scholen zou de gemeenteraad – behalve op andere dingen natuurlijk-  op in elk geval één punt goed moeten letten. Dat punt is de grootte van nieuwe schoolpleinen. In het IHP staat wel dat het de bedoeling is de buitenspeelruimten te ‘vergroenen’. Maar over de oppervlakte van schoolpleinen wordt niets vermeld en dat is geen goed teken.

Pointer

Het tv-programma Pointer (KRO/NCRV) wees erop: geen of bijna geen gemeente in Nederland heeft in zijn verordening voor onderwijshuisvesting de actuele regels opgenomen voor de grootte van schoolpleinen. Ze gaan uit van een verouderde, inmiddels te krappe norm. Een kort zoektochtje leert dat het ook in Wijdemeren op dit punt niet goed is geregeld.

Eerder zat het zo. Per leerling moest er op een schoolplein 3 vierkante meter beschikbaar zijn, met een minimum van 300 vierkante meter per school. Voor een school met 200 leerlingen is volgens die norm 600 vierkante meter nodig, maar is het aantal leerlingen groter, dan is toch 600 vierkante meter OK. Aldus de oude norm.

Nieuwe norm

Sinds 2021 geldt in Nederland een nieuwe norm. Die staat in het Kwaliteitskader onderwijs 2021 (en in de update 2023). Over de ‘buitenspeelruimte voor het PO’ (primair onderwijs, basisscholen) staat daarin: minimaal 5 vierkante meter per leerling. Geen 3 vierkante meter dus. En: van die 5 vierkante meter moet ten minste 2 vierkante meter onverhard zijn (uitgezonderd stedelijke gebieden).

Kort gezegd: volgens de nieuwe regels moeten buitenspeelruimten van basisscholen nu groter zijn dan vroeger. Maar Pointer deed een representatieve steekproef onder gemeenten en alle vijftig die ze bekeken, bleken in hun regels nog die oude 3 vierkante meter te hanteren. Fout dus.

Of Wijdemeren bij die vijftig onderzochte gemeenten zit, weet ik niet. Doet er ook niet toe. Ik heb gekeken in de regels die Wijdemeren op dit moment hanteert. Die staan in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Wijdemeren 2015’. In Bijlage III, Deel D (D.1 Terreinoppervlakte) staat wat nu de regel is. Die luidt voor schoolpleinen van basisscholen: per leerling 3 vierkante meter met een minimum van 300 vierkante meter per school en ook bij meer dan 200 leerlingen is 600 vierkante meter genoeg.

Opletten

Ook in Wijdemeren geldt dus nog steeds de oude, sinds 2021 achterhaalde norm. Als de gemeenteraad niet oplet, worden straks miljoenen euro’s geïnvesteerd in nieuwe schoolgebouwen, terwijl daarbij misschien te kleine nieuwe schoolpleintjes komen. Maar gelukkig let de gemeenteraad wél op, daarvan ben ik vooralsnog althans overtuigd. Zeker na dit stukje op Rading Nul. 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.