Gaat ’n sporthal dicht? Stopt zwemles?

De cijfers uit het financieel herstelplan en hun haalbaarheid kwamen hier al aan de orde. Ditmaal nog enkele andere dingen in dat plan van burgemeester en wethouders die in het oog springen. Wil het college een sporthal sluiten?

(Illustratie freepik/juicy-fish)

Laten we beginnen met een paar pittige zinnen op pagina 6 van het financieel herstelplan. Daar staat allereerst: ,,Het is gebleken dat veel onderhoud en investeringen niet zijn uitgevoerd en niet waren opgenomen in eerdere begrotingen’’.

Da’s niet best, maar geen nieuws. Twee financiële ambtenaren wezen daar eerder dit jaar al op tijdens een zogenoemde beeldvormende sessie voor raads- en commissieleden en belangstellende burgers. Vorige colleges zijn bezig geweest allerlei zaken op het gebied van onderhoud en investeringen vooruit te schuiven en (de meerderheid van) de raad heeft dat laten gebeuren.

Pittige aantijging

Maar dan: ,,De accountant en de provincie Noord-Holland hebben de gemeente jarenlang op het ontbreken van onderhoud- en beheerplannen gewezen, maar daar is niet adequaat op geacteerd’’. Dat is behalve een zakelijke mededeling tevens een pittige aantijging aan het adres van eerdere colleges.

Het resultaat van het geheel is dat de gemeente nu zit met een geweldige berg achterstallig onderhoud en daaraan hangt geen gering prijskaartje. Uiteraard waren die eerdere colleges in beginsel collectief verantwoordelijk voor het nalaten van wat ze volgens de accountant en de provincie hadden moeten doen.

Maar binnen die colleges treft dit verwijt toch in de eerste plaats de hierbij meest betrokken wethouders. Dat waren de wethouders in wier portefeuilles de gemeentelijke bezittingen (zoals wegen, bruggen en gebouwen) en de openbare ruimte zaten plus de wethouders die gingen over het geld dat is gemoeid met beheer en onderhoud.

Reijn, Boermans, Smit, De Kloet, Klink en Kea

In die eerste categorie zien we dan de wethouders Joost Boermans (D66, 2018-2022) en Theo Reijn (CDA, 2014-2018). En de laatste vier wethouders van financiën voordat het huidige college vorig jaar aantrad, waren – van recenter naar langer geleden: Jos Kea (VVD), Jan Klink (VVD), Jan-Jaap de Kloet (DorpsBelangen) en Peter Smit (VVD).

Messentrekkerij hierover in de politieke arena lijkt me overigens niet erg waarschijnlijk. De partijen van de eertijds eerstverantwoordelijken zijn momenteel verdeeld over coalitie (VVD) en oppositie (DorpsBelangen, CDA, D66) en zij hebben er geen enkel belang bij aan deze zaak aandacht te schenken.

De andere coalitiefracties van nu, De Lokale Partij en PvdA/GroenLinks, hebben bij gekift hierover in deze moeilijke periode ook niet zoveel te winnen, lijkt me – al zou een enkele stekelige opmerking misschien eens voorbij kunnen komen. PvdA/GroenLinks loopt dan wel het risico voor de voeten geworpen te krijgen: maar in 2014-2018 zat jullie wethouder Sandra van Rijkom er toch ook bij? De enige partij die de zaak kritisch kan oprakelen zonder risico daarmee in eigen voet te schieten is de ChristenUnie – gesteld al dat die daarin brood zou zien.

Win-win??

En dan nu het belangrijkste punt in het financieel herstelplan dat nog resteert. Op pagina 3 staat dat het college denkt ‘een win-win-situatie te kunnen creëren’ en dat dan ten aanzien van het gekoesterde ‘rijke verenigingsleven, de instellingen en voorzieningen voor onze inwoners’. Hoezo win-win? Wat wordt hier bedoeld? Daarover lezen we geen woord. Eigenaardig.

Het blijkt te gaan om een door het college voorgenomen ‘herziening van onze maatschappelijke infrastructuur’. Daarbij streeft het college naar ‘een gedifferentieerd voorzieningenniveau passend bij de aard en schaal van de kern’ – waarbij met ‘kern’ wordt bedoeld dorp(skern).

Argwaan

Wat staat hier in vredesnaam? Wat bedoelt het college? ‘Herziening van de maatschappelijke infrastructuur’ en dat dan ‘gedifferentieerd’ per dorpskern. Dat wekt allicht argwaan. En alsof het college die nog wat wil aanwakkeren, schrijft het vervolgens: ,,Dit vergt een aantal moeilijke keuzes’’.

Wie zulke onrustbarende dingen opschrijft, is naar mijn smaak gehouden meteen uit te leggen wat concreet de bedoeling is. Maar het college laat dat na.

Waaraan zouden we moeten denken? Is het misschien de bedoeling een sporthal te sluiten? Gaat een consultatiebureau verdwijnen? Wordt een streep gezet door zwemles voor de kleintjes? Misschien niet, maar als je het zo leest, zou het net zo goed kunnen van wel.

Stook ik daarmee ten onrechte onrust? Nou nee, dat doet het college, namelijk door een paar vage maar onrustbarende opmerkingen op de inwoners los te laten en vervolgens nog geen begin van een toelichting te geven. Zoiets voedt speculatie.

Opheldering

Laten we hopen dat de politiek zo snel mogelijk opheldering vraagt. Dat kan al deze week. Donderdagavond immers ligt het financieel herstelplan ter bespreking op tafel bij de raadscommissie Bestuur en Middelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.