Het financieel herstelplan is boterzacht. En recreatie-ondernemers: opgelet!

Daar is dan het langverwachte financieel herstelplan voor de gemeente Wijdemeren. Uit de berichtgeving in De Gooi- en Eemlander van zaterdag viel op te maken dat burgemeester en wethouders de gemeenteraad voorstellen gedecideerde stappen te zetten en ook het financieel herstelplan zelf wekt op het eerste gezicht die indruk. Nadere bestudering leert echter dat de cijfers voor een flink deel boterzacht zijn en geen garantie dat het financieel goed komt.

Vooraf even dit: ambtenaren en wethouder Gert Zagt (financiën) hebben een enorme klus geklaard door, maandenlang ploeterend, de financiële werkelijkheid op tafel te krijgen die voor de gemeenteraad een solide basis vormt waarop politieke besluiten kunnen worden genomen. Lenend uit het vocabulaire van CDA-raadslid Jan Willem Nienhuis zeg ik over die noeste arbeid: chapeau!

Maar dan nu dat financieel herstelplan. Het college zegt daarin:

1.     We gaan de afvalstoffenheffing en de rioolheffing volledig kostendekkend maken en dus slaan we onze inwoners daarvoor voortaan extra aan.

2.     Ook laten we onze inwoners in 2024-2027 meer onroerendezaakbelasting (ozb) betalen.

3.     Bezoekers van en recreanten in Wijdemeren laten we eveneens extra betalen.

4.     Daarnaast gaan we op een aantal zaken bezuinigen.

Zwarte cijfers, rode cijfers

Als al die voornemens werkelijkheid worden, dan schrijft de gemeente tot en met 2028 zwarte cijfers (al is het de bedoeling Wijdemeren als zelfstandige gemeente op te heffen per 1 januari 2026). Na 2028 duiken de jaarcijfers steeds dieper in het rood.

Wethouder Zagt had echter gelijk toen hij over dat laatste in De Gooi- en Eemlander van zaterdag zei: ,,Maar dat is een beeld dat ook andere gemeenten kennen’’. Sterker nog, 2026 staat in gemeenteland bekend als financieel ‘ravijnjaar’ en 2027 wordt soms al ‘het tweede ravijnjaar’ genoemd. De rijksoverheid toont zich een niet erg betrouwbare financiële partner van de gemeenten. Voor de wat langere termijn is het dus nog even afwachten hoe het gaat verlopen.

Op grond van bovengenoemde punten 1 tot en met 4 heeft het college in een financieel overzicht voor de komende jaren cijfers ingevuld op grond van de ‘knoppen’ (extra) inkomsten en (minder) uitgaven (dus bezuinigingen) waaraan kan worden gedraaid. Zo is voor 2024 aan extra inkomsten 968.000 euro ingevuld, oplopend naar 3,6 miljoen in 2029 en latere jaren. Aan minder uitgaven (bezuinigingen) voert het college vanaf 2025 bedragen in die oplopen naar 942.000 euro in 2027 en latere jaren.

Komt het echt goed?

De vraag is wel: hoe hard zijn die cijfers? Ofwel: hoe zeker is het dat het financieel allemaal goed komt? Om daarvan een beeld te krijgen moeten we de door het college voorgestelde hogere inkomsten (lastenverzwaringen) en lagere uitgaven (bezuinigingen) nalopen.

Laten we dan eerst kijken naar het hoofdstukje ‘Inkomsten verhogende uitgangspunten’.

Dan zien we om te beginnen het voorstel de toeristenbelasting en de forensenbelasting te verhogen. Gemeld wordt dat daardoor vanaf 2028 ongeveer een miljoen euro per jaar extra in de gemeentekas kan stromen. Het staatje op pagina 13 is nauwkeuriger. Daarin staat dat deze belastingen volgend jaar al een half miljoen euro extra opleveren, waarna het in stappen oploopt naar het genoemde miljoen.

Maar wat betekent dat dan precies voor de toeristen- en forensenbelasting? Die vraag is relevant, aangezien daarover vanuit de recreatie-sector én de politiek eind 2021 luid protest klonk. Dat gebeurde toen het toenmalige college dacht een begrotingsgat snel te kunnen dichten door de forensenbelasting met 100 en de toeristenbelasting met zelfs 140 procent te verhogen. Daar ging toen een streep door.

Opletten!

Voor recreatie-ondernemers is het zaak ook nu goed op te letten. Blijkens de zojuist gepubliceerde jaarrekening 2022 brachten toeristen- en forensenbelasting samen vorig jaar 1.059.459 euro op, afgerond 1 miljoen. Volgend jaar wil het college daar vijf ton bovenop doen, wat neerkomt op een verhoging van beide belastingen samen met 50 procent. En dat loopt dus op naar 1 miljoen in 2028 ofwel een verhoging met 100 procent ten opzichte van 2022 (al zit in genoemde bedragen wellicht ook een stukje extra opbrengst uit parkeerbelasting en duurdere vaarvignetten).

Wel tekent het college aan dat nog het een en ander ‘zorgvuldig’ moet worden onderzocht en dat er samenspraak moet zijn met ‘stakeholders’ – waarbij vooral te denken valt aan recreatie-ondernemers. Die extra inkomsten van een half miljoen oplopend tot een miljoen per jaar zijn dus niet spijkerhard. Het kan nog anders lopen en daarmee is de al ingeboekte extra inkomstenpost in feite nogal zacht.

Ozb omhoog

Vervolgens staat het college stil bij het voorstel de ozb te verhogen. Allereerst wordt opgemerkt dat gekozen zou kunnen worden voor een verhoging met 30 procent ineens. Dat mag inderdaad van de landelijke regels. Maar, zegt het college, dat gaan we niet doen. We kiezen voor een ozb-verhoging in stapjes van gemiddeld zo’n 5 procent per jaar tot en met 2029 en dan komen we, in combinatie met andere maatregelen, tot en met 2027 uit op een netjes sluitende begroting, aldus het college.

Laten we de rekenmachine er eens bij pakken. Dan zien we dat die 5 procent telkens geldt over een van jaar op jaar iets hoger bedrag (namelijk inclusief de eerdere verhogingen). In genoemd jaar 2027 bedraagt de totale ozb-verhoging dan 21,6 procent ten opzichte van 2023. In het eveneens door het college genoemde jaar 2029 loopt de totale verhoging ten opzichte van 2023 op naar 34 procent – nog wat meer dan de 30 procent die het college niet in één keer wil doorvoeren.

In een financiële tabel staat dat de voorgestelde ozb-maatregel volgend jaar 468.000 euro extra opbrengt, oplopend naar 2,6 miljoen in 2029 en latere jaren. Zijn dat harde bedragen, centen dus die gegarandeerd gaan binnenkomen? Als de gemeenteraad instemt met het voorstel zijn die bedragen inderdaad hard.

Schrikken

Vermoedelijk om inwoners niet te erg te laten schrikken, heeft het college het overigens steeds over ‘het verhogen’ en ‘de verhoging’ van de ozb met 5 procent (per jaar). De werkelijkheid is echter dat ze bedoelen: extra verhoging van de ozb. Jaarlijkse verhogingen met 5 procent namelijk bovenop de gebruikelijke verhogingen vanwege de inflatie. Dus woningeigenaren, maakt u de borst maar nat.

Rioolheffing, afvalstoffenheffing fors omhoog

Elders in het financieel herstelplan staat nóg een maatregel die de gemeentelijke inkomsten moet verhogen: het kostendekkend maken van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Wettelijk mag een gemeente op die heffingen geen winst maken. Wel is het toegestaan de volledige kosten die de gemeente maakt voor riolering en voor inzameling en verwerking van afval neer te leggen bij de inwoners.

Om hun inwoners te ontzien doen veel gemeenten dat niet en nemen ze een stukje van die kosten voor eigen rekening, maar dat hoeft dus niet. Vandaar dat het college nu stelt: gezien de financiële toestand gaan we die twee heffingen wél kostendekkend maken. Jaarlijkse extra opbrengst ingaande 2024: 1,6 miljoen euro.

Hoe zich dat verhoudt tot wat inwoners nu betalen, laat het college onvermeld. Dus kijken we maar even in de jaarrekening 2022. Daar staat dat inwoners aan  rioolheffing plus afvalstoffenheffing samen 6,5 miljoen euro betaalden. Komt daar vanaf volgend jaar 1,6 miljoen bovenop, dan is dat een lastenverzwaring van 24 procent.

Is dat bedrag van 1,6 miljoen nu hard of zacht? Als de gemeenteraad ermee instemt, is het een hard bedrag. Tot die verhoging kan en mag worden besloten.

Overigens laat het college in de tekst van het financieel herstelplan iets weg over de rioollasten voor inwoners. In de cijfertabellen staat dat wel. Daar zien we dat in die 1,6 miljoen euro per jaar de kosten zitten voor het huidige riool. Daaronder staat echter een regeltje ‘Deel kostendekkendheid nieuwe riolering’. Dat begint met 671.000 euro voor nieuw riool in 2028 en het loopt op – hou u vast – naar 5,1 miljoen in 2035

Bouwleges

Over de leges lezen we niets. Die betalen inwoners voor bijvoorbeeld een nieuw paspoort of rijbewijs. Bekend zijn ook de bouwleges, verschuldigd in geval van nieuwbouw of een verbouwing. Gewoonlijk verhogen gemeenten de bouwleges elk jaar met het inflatiepercentage. Maar nu Wijdemeren er financieel niet goed voorstaat, zijn meer opties denkbaar.

In eerdere bijdragen (zie hier en hier) liet ik onder meer zien dat de gemeente de bouwleges met 31 procent (dik drie ton per jaar) mag verhogen – namelijk om ook die kostendekkend te maken. Verder rekende ik uit dat mensen met diepe zakken bij de Wijdemeerse bouwleges worden bevoordeeld ten opzichte van mensen met een kleinere geldbuidel. Ook daaraan kan iets worden gedaan. Maar het college zwijgt als het graf over deze twee mogelijkheden om wat extra geld voor de gemeentekas te regelen.

Bezuiniging sociaal domein

Vervolgens komen we bij het hoofdstukje ‘Uitgaven verlagende uitgangspunten’ en dat begint met een ‘taakstellende bezuiniging maatschappelijke voorzieningen’. Die moet vanaf 2025 de gemeentelijke uitgaven verlagen met een half miljoen euro per jaar en die bezuiniging is in een van de tabellen dan ook ingevuld.

Dat blijkt te gaan over het sociaal domein: uitvoering van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet. In bijlage 2 bij het financieel herstelplan staat heel vroom: ,,Producten en diensten worden anders – meer in samenhang en waar mogelijk efficiënter – ingericht zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de dienstverlening aan inwoners’’. Ook lezen we dat ‘hulpvragen eerder in beeld (kunnen) komen en passende maatregelen (kunnen) worden toegepast die werkend en voordeliger kunnen zijn’.

Terzijde zij opgemerkt dat een bezuiniging van een half miljoen op het sociaal domein geen al te draconische ingreep is. Aan het sociaal domein spendeerde de gemeente in 2022 22,3 miljoen euro, maar daar stond een paar miljoen aan inkomsten tegenover, zodat het sociaal domein per saldo 17,3 miljoen kostte. Een half miljoen is daarvan 2,9 procent.

Hard cijfer? Welnee

Belangrijk hierbij is dat het college rept over een ‘taakstellende’ bezuiniging van een half miljoen euro. Dat betekent: het moet, punt uit. Maar hierboven zagen we al dat bepaalde maatregelen voordeliger kunnen zijn. Het kan dus ook dat ze dat niet zijn en dan wordt die bezuiniging van een half miljoen niet gehaald. Bovendien lezen we (pagina 14) dat eerst moet worden overlegd met ‘maatschappelijke partners, zorgaanbieders (en) stakeholders zoals de Adviesraad sociaal domein’.

Dan kan het college wel schrijven dat die 500.000 euro een taakstelling is (wat duidt op een hard bedrag), maar het is zeer de vraag wat genoemd overleg gaat opleveren. Misschien blijkt die bezuiniging helemaal niet mogelijk, of in elk geval maar gedeeltelijk haalbaar. Daarmee is het ogenschijnlijk harde bedrag van een half miljoen in feite boterzacht.

Vastgoed verkopen

Het volgende ‘uitgaven verlagende uitgangspunt’ is ‘gedeeltelijke verkoop van gemeentelijk vastgoed’. We lezen dat de gemeente vrij veel vastgoed bezit, waarvan een deel achterstallig onderhoud heeft en een deel leeg staat. Kortom: daarvan wat afstoten kan geen kwaad.

Maar wat het college dan precies in de verkoop wil doen, staat er niet bij. Daarmee is het volstrekt onduidelijk op welke (eenmalige) opbrengsten de gemeente kan rekenen. Het college voert daarvoor dan ook geen bedragen op.

Als de gemeente een pand verkoopt, betekent dat naast een incidentele opbrengst ook een structurele (blijvende) besparing op onderhoudskosten en kapitaallasten. Gek genoeg heeft het college daarvoor al wel bedragen ingeboekt: volgend jaar een ton, oplopend naar vijf ton in 2027 en latere jaren. Maar aangezien onbekend is welk vastgoed in de verkoop gaat, lijken die bedragen eerder zacht dan hard.

Ambtelijke organisatie

De laatste twee punten van het hoofdstukje ‘Uitgaven verlagende uitgangspunten’ betreffende de ambtelijke organisatie. We lezen over vermindering van het aantal leidinggevenden, over incidentele fte’s die erbij moeten en over structurele fte’s die erbij moeten of juist kunnen worden geschrapt.

Zo wordt opgemerkt dat het voortaan kan met vier teamleiders minder en dat dat een structurele bezuiniging betekent van 420.000 euro per jaar. Dat zien we ook terug in de financiële tabellen: in 2024 alvast een bezuiniging van twee ton en vanaf 2025 de volle 420.000 euro.

Maar verder is het allerminst kraakhelder. Beargumenteerd wordt waarom er op sommige plekken mensen bij moeten en op andere weg kunnen. Maken we van alle plussen en minnen een sommetje, dan komt dat (inclusief die vier teamleiders minder) uit op twee fte minder. Maar over de afdeling Omgeving lezen we dat voor projecten beheer & onderhoud ‘extra formatie’ nodig is. Hoeveel mensen/fte blijft echter onvermeld. Die twee fte minder die ik uitrekende, kunnen dus zomaar nul fte minder of zelfs een paar fte meer worden.

Daarmee is het erg onzeker waarop het met de ambtelijke organisatie financieel gaat uitdraaien. Die 420.000 euro besparing lijkt wel een hard bedrag, maar het totaal kan zomaar veranderen van een besparing in een extra uitgavenpost. Daarmee is de opgevoerde besparing dus uiterst onzeker.

Boterzacht

Overzien we tot slot het geheel. Een deel van de bedragen die het college opvoert, zijn spijkerhard – even aannemende dat de gemeenteraad met het financieel herstelplan instemt. Maar er zijn ook allerlei bedragen uitermate onzeker – omdat sommige zaken vaag en onbenoemd zijn, omdat zaken nog moeten worden onderzocht, omdat dingen ‘kunnen’ zonder garantie dat dat echt gebeurt, omdat over dingen nog flink moet worden overlegd, omdat het college rept over ‘eventuele implementatie van maatregelen’ – dus zonder zekerheid dat ze ook worden genomen. Daarmee is het totaal van de cijfers en dus het financieel herstelplan in feite boterzacht.

3 gedachten op “Het financieel herstelplan is boterzacht. En recreatie-ondernemers: opgelet!”

  1. Zo, het eerste overdrachtsdossier is er. Dat van de portefeuille Financiën.
    Nu nog een paar vergelijkbaar dikke rapporten en we kunnen verkiezingen gaan houden. Immers, de normale startdocumenten zijn er, Joepie!

    Oh zijn die verkiezingen al geweest? Oh zit er al een College van Burgemeester en Wethouders?

    Oh geloofden die blind op voldoende zicht op waar ze aan begonnen? Zonder welk inzicht dan ook?

    Hoe kun je zo goedgelovig zijn, alle zegen komt nu eenmaal niet van boven.

  2. Mijn app in de auto geeft op bijna alle wegen als ik Wijdemeren binnen rijdt aan “slecht wegdek”. Het lijkt hard nodig dat een nieuwe grote gemeente het roer overneemt. Met alle aangekondigde lastenverhogingen wordt het voor veel inwoners ondoenlijk. Hilversum lijkt de logische fusiepartner mits zij dit zien zitten.

  3. Voorspellen is moeilijk vooral als het de toekomst betreft. Dit is een citaat van Wim Kan uit 1979. Wat verwachten we van het huidige college in het herstelplan? Alleen maar keiharde cijfers? Dat is onrealistisch. Dus om die reden het herstelplan boterzacht noemen doet geen, of in ieder geval onvoldoende, recht aan de realiteit en de inspanningen van het college en in het bijzonder wethouder Zagt (en zijn ambtenaren) om zoveel mogelijk zekerheid wel boven water te krijgen. Natuurlijk ben ik als inwoner ook niet blij met lastenverzwaringen. Maar die zijn het gevolg van jarenlang financieel wanbeleid. Daar mag de provincie zich overigens ook wel iets van aantrekken vanuit haar toezichthoudende rol. Wijdemeren kampt op bijna elk denkbaar gebied met (ernstig) achterstallig onderhoud. Dat kan alleen maar weggewerkt worden door te investeren. En dus de inkomsten voor de gemeente op elke denkbare wijze te verhogen. Juist door te investeren kan Wijdemeren een aantrekkelijker fusiepartner worden.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactie gegevens worden verwerkt.