Grote verschillen in hoogte bouwleges: is dat willekeur? En wordt de ‘kleine man’ in Wijdemeren gepakt?

Dat de kosten voor een (ver)bouwvergunning tussen gemeenten enorm verschillen, heeft de Vereniging Eigen Huis (VEH) onlangs weer eens aangetoond. Wijdemeren is dit jaar in de Regio Gooi en Vechtstreek het duurst voor een bouwvergunning met een kleine bouwsom (Eigen Huis ging uit van 10.000 euro). In andere regiogemeenten is dat een beetje tot heel veel goedkoper. Dat wekt de indruk van willekeur. Daarom een nadere blik op de toch wel eigenaardige cijfers.

(Foto Nationaal Archief – CC0)

In het vorige stuk op Rading Nul over de bouwleges had ik het over twee soorten: die voor een verbouwing (10.000 euro in het VEH-onderzoek) en die voor een nieuwbouwwoning (VEH koos daarvoor het standaardbedrag van 170.000 euro). Nu klopt het dat Eigen Huis heeft gekeken naar een kleine en een grotere bouwsom. Maar twee verschillende categorieën bouwleges betreft het niet. Per gemeente gaat het steeds om dezelfde legesverordening en om hetzelfde onderdeel: de bouwleges. Het enige verschil is dat het in het ene geval gaat om een vrij klein bedrag en in het andere geval om een veel hogere bouwsom.

Niet zo raar

Hoe gemeenten met uiteenlopende bouwsommen omgaan, kan echter wel degelijk verschillen al hoeft dat niet het geval te zijn. Beginnen we bij Wijdemeren. Eind vorig jaar heeft de gemeenteraad besloten de bouwleges over de hele linie te verhogen met 1,4 procent. Een bouwvergunning is dit jaar in Wijdemeren dus 1,4 procent duurder dan vorig jaar. Dat is niet zo’n rare verhoging, want die 1,4 procent zit niet zo ver van de inflatie, dus het percentage waarmee ook veel andere prijzen omhoog zijn gegaan.

De gemeenteraad in Gooise Meren koos voor een iets gematigder verhoging van de bouwleges: 1,1 procent. In Hilversum en Weesp is besloten de bouwleges zelfs helemaal niet te verhogen. Dat is een politieke keuze, net als de Wijdemeerse beslissing om te kiezen voor 1,4 procent verhoging.

Eigenaardige zaken

Nu komen we bij de eigenaardige zaken, te beginnen in Huizen. Daar staat in de begroting 2021 dat voor tarieven in het algemeen wordt gekozen voor een verhoging met 2,3 procent vanwege inflatie. Daarnaast wordt bij de bouwleges, wat gebruikelijk is, een deel van de bouwsom meegerekend: voor bouwsommen tot 10.000 euro is dat 2 procent, voor hogere bouwsommen 2,5 procent. Mwah, zult u denken, een peuleschil.

Maar nu de cijfers van Eigen Huis. Die geven aan dat in Huizen de bouwleges voor een bouwsom van 10.000 euro dit jaar met 1,2 procent zijn gestegen en voor een bouwsom van 170.000 met liefst 22,3 procent. Dat kan ‘m zitten in dat halve procentje (2,5 procent van de bouwsom meerekenen in plaats van 2 procent). Zouden raadsleden in Huizen zich eind vorig jaar hebben gerealiseerd dat dat halve procentje waartegen ze ‘ja’ zeiden zulke gevolgen zou hebben? Overigens blijven die Huizer leges voor een hogere bouwsom met 4.411 euro nog altijd de laagste in het Gooi en de Vechtstreek. Ter vergelijking: een inwoner van Wijdemeren is daarvoor 5.323 euro kwijt ofwel 20,7 procent meer dan in Huizen.

Pittige verhogingen

Nog opvallender is wat we zien gebeuren in Laren en Blaricum. Daar zijn volgens Eigen Huis de leges bij een bouwsom van 10.000 euro met een pittige 12,5 procent verhoogd ten opzichte van 2020 (naar 539 euro) en de leges voor de grotere bouwsom (170.000 euro) met een nog pittiger 14,1 procent, namelijk tot liefst 8.239 euro. Daarmee zijn Laren en Blaricum met leges voor grotere bouwsommen meteen het duurst geworden in de regio en met die voor de kleine bouwsom opgerukt naar plaats 2 – vlak achter koploper Wijdemeren.

Die scherpe tariefsverhogingen in Laren en Blaricum worden pas begrijpelijk als we net buiten de Regio Gooi en Vechtstreek kijken naar Eemnes. Daar besloot de raad de bouwleges dit jaar niet te verhogen. Maar daar lagen ze al op het hoge niveau waarbij nu Laren en Blaricum zich aansluiten. Zoals bekend werken deze drie BEL-gemeenten nauw samen. Samen hebben ze één ambtenarenapparaat. Het zijn dus dezelfde ambtenaren die voor de drie gemeenten werken aan de bouwvergunningen. Alleen was de rekening die ze tot nu toe schreven voor Eemnessers veel hoger dan voor Laarders en Blaricummers. Hoe raar wil je het hebben.

Rommeltje

Het wekt al met al de indruk van een rommeltje. Een inwoner hoeft niet eens zo heel wantrouwig te zijn om hier simpelweg willekeur te vermoeden. Want waarom is Wijdemeren gewoon een middenmoter bij bouwleges voor de hogere bouwsom van 170.000 euro en voor een kleine bouwsom (10.000 euro) de allerduurste? Een wél wantrouwige inwoner zou daaruit zelfs kunnen concluderen: in Wijdemeren wordt de ‘kleine man’ naar verhouding forser aangeslagen dan iemand die meer te besteden heeft, de kleine Wijdemeerder (m/v/x) wordt gepakt!

Dat (rommeltje, willekeur, onrecht) zou allemaal waar kunnen zijn. Maar misschien ook niet, of slechts voor een deel. Het vervelende is dat alle bovengenoemde cijfers te weinig informatie geven om spijkerharde conclusies te kunnen trekken. Wat we op zijn minst nog meer nodig hebben, is enig inzicht in hoe de hoogte van bouwleges tot stand komt en wat een gemeente op dat punt wel en niet mag. Dat is een kleine wetenschap op zichzelf. Een van de komende dagen komen we daarop terug. Wel gaat hier  alvast een tipje van de sluier omhoog: uit die volgende bijdrage over bouwleges zal blijken dat de gemeente Wijdemeren niet meestrijdt voor de schoonheidsprijs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.