Komt dat zien (of beluisteren): politiek theater over Cannenburgerpark

Voor de ontwikkelaar (geld) en woningzoekenden (woonruimte) hangt er natuurlijk veel meer vanaf. Maar zelfs wie alleen maar houdt van politiek theater zou komende dinsdagavond kennis moeten nemen van wat zich gaat afspelen rond bouwplan Cannenburgerpark. Gaat het college op z’n gezicht? Gaat het zich onsterfelijk belachelijk maken? Of beide? Meer opties lijken er niet. Tenzij de wethouder zegt: we hebben ons vergist, sorry, er mag toch worden gebouwd.

Bouwplan Cannenburgerpark. (Illustratie JeeGee Vastgoed/Building Design Architectuur)

De vergadering van de raadscommissie ruimte en economie belooft dinsdag boeiend te worden. Er staan ook andere dingen op de agenda, maar ik doel nu op het bouwplan Cannenburgerpark in Ankeveen. Burgemeester en wethouders willen dat de nek omdraaien, omdat er te weinig parkeerplekken zouden zijn ingetekend.

Gezien het voorafgaande zou het al interessant kunnen worden, maar nu ik ook de laatste beschikbaar gekomen stukken heb gelezen ben ik daarvan eens te meer overtuigd.

Eerder gaf de gemeenteraad op voorstel van het (vorige) college voor het bouwplan een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen (ontwerp-vvgb) af. Het ging toen om 32 woningen en 60 parkeerplaatsen. Inmiddels zijn het 34 woningen en 63 parkeerplaatsen geworden en nu stelt het college dat er 17 parkeerplaatsen te weinig in het plan zitten.

Juridische argumenten

Het college voert daarvoor juridische argumenten aan. Het zegt: we hebben onze parkeernormen uit 2015, daarvan mogen we afwijken als er bijzondere omstandigheden zijn, maar zulke omstandigheden zijn er niet dus mogen we niet afwijken, dus zijn er te weinig parkeerplaatsen, dus moet er een streep door het bouwplan. In een raadscommissie en op Rading Nul kwam het allemaal al eerder aan de orde.

Nieuw zijn nu echter een paar dingen. Om te beginnen heeft ontwikkelaar JeeGee Vastgoed de raadsleden een betoog gestuurd van een advocaat. Ten tweede liggen er nu de antwoorden op de technische vragen van de politieke fracties (of weigeringen te antwoorden omdat het ‘geen technische vraag’ zou betreffen). Beide documenten zijn onthullend.

Aan het betoog van advocaat Michiel van Driel van het Amsterdamse kantoor Stijl Advocaten zal ik weinig woorden wijden. Van Driel is gespecialiseerd in dit soort kwesties en zijn betoog kunt u hier lezen (vooraf gegaan door een brief van de ontwikkelaar). Kort samengevat maakt Van Driel gehakt van de bewering van het college dat het vanwege de parkeerkwestie juridisch onmogelijk is dit bouwplan groen licht te geven.

‘Juridisch onjuist’

Ik heb wel betogen van advocaten onder ogen gehad waarvan ik dacht: tsjonge, u blaast wel heel hard en hoog van de toren, maar dat komt uw argumentatie niet per se ten goede en het kan niet verhullen dat uw betoog niet sterk is. Bij dit epistel van Van Driel is het anders. Dat ziet er ijzersterk uit. Ik ben geen jurist, maar ik heb na lezing het donkerbruine vermoeden dat hij gelijk heeft met de conclusie dat ‘het standpunt van het college (. . .) juridisch onjuist (is) en ook overigens in het licht van alle omstandigheden onbegrijpelijk’. Waarna hij afsluit met: ,,Mijn verwachting is dan ook dat een eventuele weigering van de omgevingsvergunning zal worden vernietigd door de bestuursrechter.’’

‘Nauw overleg’

Ook de begeleidende aanbiedingsbrief van Johan Zijtveld van JeeGee Vastgoed is op enkele punten pikant. Hij meldt dat hij twee sociale koopappartementen aan het project heeft kunnen toevoegen door elk appartement te verkleinen van 55 naar 49 vierkante meter. Interessante is het zinnetje dat hij daaraan toevoegt: ,,Deze aanpassing is in nauw overleg met het ambtelijk apparaat doorgevoerd’’.

Nu is dat verkleinen nog niet eens zo’n punt. Ja natuurlijk, voor fracties in de gemeenteraad kan dat wel een kwestie zijn. Die kunnen, als ze willen, zich erop beroepen dat de raad eerder heeft vastgesteld dat een sociaal koopappartement ten minste 55 vierkante meter moet zijn en dus niet 49. Maar op dat punt maakt het college geen bezwaar. Waar het wel om gaat is dat Zijtveld schrijft dat hij hierover in nauw overleg met een of meer ambtenaren heeft gestaan.

Dat komen we nog een keer tegen. Namelijk waar hij noteert dat hij bij de planvorming voor de sociale koopappartementen de parkeernorm heeft gehanteerd van 1,2 parkeerplek per appartement. Waaraan hij toevoegt: ,,Dit is ook in nauw overleg met de ambtelijke organisatie tot stand gekomen (. . .).’’

Zandbergen zweeg

Twee keer: in ‘nauw overleg’ met ambtenaren. Opvallend. Waarom? Omdat het sterke gerucht gaat dat voor deze zaak verantwoordelijk wethouder, Alette Zandbergen, (en in haar kielzorg het college) nu ‘nee’ zegt tegen woningbouwplan Cannenburgerpark, terwijl ambtenaren iets anders hebben geadviseerd. Toen raadslid Rosalie van Rijn (CDA) vorige maand vroeg of het ambtelijk advies anders luidt dan het besluit van het college, hield Zandbergen daarover haar mond stijf dicht.

Geloofwaardigheid

Inmiddels liggen er ook de antwoorden op de technische vragen van de fracties. De eerste van het CDA luidt: ,,Om eerst maar in te gaan op de geruchten die op straat liggen. Is er ambtelijk anders geadviseerd, zo ja wat was het advies?’’ Het ‘antwoord’: ,,Geen technische vraag’’. Nou, dan kunnen we erop wachten hè. Dan gaat of al dinsdag in de raadscommissie of anders op 15 november in de raad Van Rijn die vraag opnieuw stellen – niet als technische, maar als politieke vraag. Zwijgt Zandbergen opnieuw, dan gooit ze haar eigen geloofwaardigheid en die van het college in deze zaak alleen maar meer te grabbel.

Eerder al schreef ik dat in de ‘Nota van beantwoording van zienwijzen’ over plan Cannenburgerpark niet staat dat het college niet kan afwijken van de volgens b&w geldende parkeernorm, maar dat het college dat niet wil. Kortom dat er een keuze was: het woningbouwplan laten doorgaan of de woningen laten sneuvelen – en dat het college heeft besloten die woningen te willen laten sneuvelen.

En kijk nu eens wat we zien in de technische vragen. Oppositiepartij CDA vraagt ‘Klopt het dat in de beantwoording van de zienswijze staat dat het college niet wil afwijken?’ Beetje open deur waaraan het CDA rammelt, want dat is simpel op te zoeken. Hoe dan ook, het antwoord op de CDA-vraag luidt ‘ja’. Daarop kunnen de christendemocraten vast wel voortborduren.

Scherper

Aardig te zien is dat coalitiefractie VVD de vraag scherper stelt: ,,Kan of wil het college niet meewerken?’’ Antwoord: ,,Geen technische vraag’’. Nee, maar we mogen aannemen dat ook deze vraag dinsdag in de commissie of op 15 november in de raad wel terugkomt.

Verder zag ik nog een aantal vragen naar de juridische onderbouwing van het collegestandpunt. Die worden gekwalificeerd als niet technisch. Ik mag aannemen dat ook die in raad of commissie terugkomen. Ze zijn trouwens niet alleen afkomstig van opposanten CDA, DorpsBelangen en ChristenUnie, maar ook van coalitiepartijen VVD en PvdA/GroenLinks.

3 gedachten op “Komt dat zien (of beluisteren): politiek theater over Cannenburgerpark”

  1. Natuurlijk stelt de ontwikkelaar dat alles in nauw overleg met het ambtelijk apparaat is gebeurd, maar interessant is wat het ambtelijk apparaat daar over zegt. En is het niet eigenaardig dat het ambtelijk apparaat blijkbaar kan afwijken van een vastgestelde norm van 55 vierkante meter zonder dat het college of raad daarover besluit. En is de brief nu van Jeegee of van Stijl Advocaten? Beetje verwarrend (maar vooral slordig) dat logo van Stijl Advocaten op het tweede blad van de brief van JeeGee. Dat het een boeiende commissie- en raadsvergadering wordt dat lijdt geen twijfel.

  2. Onontwarbare juridische knoop of niet? Moet er partieel, dus bv alleen op basis van het parkeerbeleid, worden getoetst of integraal, lettend op ALLE aspecten? Ik denk het laatste. Maar waar is dan de toetsing ten opzichte van het stikstofbeleid? Is er nog een saldo? Of ruilt dit project met een ander stikstofruimte? Of had het niet gemogen? Maar nam de vorige wethouder dapper een voorsprong op wat er ging gebeuren!
    En dan: op basis van welk moment toets je als wet en regelgeving permanent op de schop gaat. Bv op basis van wat er gold tijdens de oude Provinciale Omgevings
    Verordening of die gold in de nieuwe of die gold in de overgangsperiode? Voer voor juristen, wij burgers snappen het niet meer. En hoe houd je ambtenaren buiten de discussie als wethouder? Ik geef het je te doen. Hoog tijd voor één landelijke Omgevingswet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.