Oeioei! Een interpellatiedebat, spoorslags naar Rading 1!

Het leek een saaie raadsvergadering te worden, donderdagavond. Maar ’s middags kwam als een duveltje uit een doosje dat er een interpellatiedebat zou zijn over de financiële toestand van de gemeente. Interpellatie, altijd spannend!

Thuis luisteren naar de raadsvergadering leek me wel genoeg. Wat hamerstukken en de installatie van commissieleden, spannender zou het niet worden. Hoewel zo’n installatie voor de betrokkenen (en vaak familieleden) altijd een feestelijk moment is. Bloemen en felicitaties – dat werk.

Maar toen zag ik ’s middags ineens dat er ook een interpellatiedebat zou worden gehouden over de financiële toestand. Aanvragers: De Lokale Partij (DLP), PvdA/GroenLinks en de ChristenUnie. Dus toch maar met gezwinde spoed naar Rading 1!

Heel zwaar middel

Een interpellatiedebat is immers niet zomaar iets. Het is een heel zwaar middel van de raad. Zulke debatten gaan altijd over heikele politieke kwesties. De precaire financiën in Wijdmeren zijn zeker zo’n onderwerp. De drie aanvragers hadden bovendien zeventien pittige vragen aan het college geformuleerd. Hoewel de interpellatie op een eigenaardig moment kwam – na de verkiezingen is het college demissionair en de formatie in volle gang – zou het misschien toch wel eens spannend kunnen worden. Interpellaties immers lopen vaak uit op ferme moties, met eentje ‘van wantrouwen’ als heftigste variant.

Toen ik nog in loondienst was bij De Gooi- en Eemlander zei ik wel eens gekscherend hoezeer ik het waardeerde dat enkele malen per maand enige tientallen mensen naar een raad- of gemeentehuis in de regio kwamen om voor mij een avondvullend politiek theaterprogramma op te voeren. Maar donderdag in Loosdrecht was het niet avondvullend, geen politiek theater en al helemaal niet spannend. Wel kwamen er een paar heel zorgelijke dingen aan het licht.

Al meteen de eerste inleider/vragensteller, Gert Zagt (DLP), maakte duidelijk dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen. De drie fracties, verklaarde hij, wilden met het interpellatie-middel ‘voorzichtig’ omgaan. Een ‘motie of iets dergelijks’ hadden ze niet in de achterzak. Ze wilden slechts informatie. De inleidingen van Stan Poels (PvdA/GroenLinks) en Esther Kaper (ChristenUnie) wekten evenmin de indruk dat er geslepen messen klaar lagen.

Te zwaar

Jan Willem Nienhuis (CDA) had volkomen gelijk met zijn oordeel dat de vragen uitstekend waren, dat interpellatie een te zwaar middel was en dat de initiatiefnemers het college gewoon vragen hadden kunnen stellen. Maar goed, dat is een ‘dingetje’ voor raadsleden onderling en voor inwoners van weinig belang.

Als ik het resultaat ultrakort samenvat: wethouder Jos Kea (financiën) en burgemeester Crys Larson beantwoordden de vragen afdoende en dat was het. Maar ietsje meer inzoomend waren toch een paar dingen te horen om buikpijn van te krijgen.

Geheel los van de interpellatie had wethouder Joost Boermans overigens een opbeurende mededeling. Voor het uitvoeren van maatregelen die voortvloeien uit het klimaatakkoord krijgt Wijdemeren van de rijksoverheid bijna een ton extra geld. Daartegenover stond zijn melding dat de drie hevige februaristormen nogal hebben huisgehouden. Snoeien, kappen en herplanten van bomen (62 zijn of worden gekapt) kost de gemeente meer dan 75 mille en daarop had uiteraard niemand gerekend.

De vragen over vluchtelingen uit Oekraïne en de daarmee gemoeide kosten beantwoordde burgemeester Larson. Daarmee zijn zo’n 15 ambtenaren (8 fte, voltijdsbanen) in de weer. Tot nu toe zo’n duizend uur per maand, maar dat zal de komende maanden oplopen naar rond 1250 uur. Het legt andere werkzaamheden plat en daarom gaat de gemeente voor het Oekraïne-werk mensen van buiten inhuren. Als het goed is, vergoedt de rijksoverheid alle ‘Oekraïne-kosten’.

Rode cijfers

Zwaarwegender waren de vragen voor wethouder Kea. Die moeten we zien tegen de achtergrond dat Wijdemeren 2021 is geëindigd met ruim 1,1 miljoen euro in het rood. Dat geld moet uit de algemene reserve komen en daarin resteert dan nog een schamele half miljoen euro. Het financiële weerstandsvermogen van de gemeente is afgezakt naar ‘ruim onvoldoende’.

Kea beantwoordde de vragen zakelijk en begrijpelijk. Maar hij ontkwam er niet aan hier en daar aan te geven dat er financieel-technische fouten zijn gemaakt (nu eens voor 110.000 euro, dan weer voor 75.000 euro), dat ambtelijke capaciteit (zijn er wel genoeg ‘handjes’?) een fors vraagstuk is en dat het college van het eindresultaat over 2021 op 15 maart zo geschrokken was dat op 17 maart (de dag na de verkiezingen) een extra collegevergadering was ingelast.

Los van de interpellatie had hij ook al meegedeeld dat alles op alles wordt gezet om bepaalde financiële stukken de komende maanden op tijd bij de gemeenteraad te krijgen, maar dat hij zijn hand daarvoor niet in het vuur kan steken. Op de gemeentelijke afdeling financiën zijn op twee belangrijke plekken vacatures (heel moeilijk in te vullen) en die afdeling kampt ook nog met twee langdurige ziektegevallen.

Hopeloos maar . . .

Kortom: het kraakt en piept aan Rading 1 steeds erger en met de constatering dat de gemeente vervaarlijk wankelt, had ik het in een eerdere bijdrage blijkbaar bij het rechte eind. Het interpellatiedebat was dan wel een stuk minder spectaculair dan verwacht, het beeld is en blijft erg somber. Opnieuw moet ik denken aan het ooit populaire Vlaamse satirische radioprogramma De Toestand is Hopeloos maar niet Ernstig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.