Toch nog even over die verkiezingen

De provinciale verkiezingen liggen alweer maanden achter ons, maar toch kom ik er nog even op terug. Aan de uitslag in Wijdemeren valt namelijk iets op wat ik niet eerder had gezien.

De aanleiding voor deze bijdrage is tweevoudig. Om te beginnen valt op dat er in Wijdemeren wat betreft beleid maken – actuele politiek dus – al een flinke tijd vrijwel niets gebeurt. We kunnen het dus best een keertje over iets anders hebben.

Kleiner dan dorpspolitiek

Deze week moet de politiek even formeel goedkeuren dat twee woonboten met wat afwijkende maten het groene licht krijgen. Het zijn onderwerpjes van een veel kleiner formaat dan gewone dorpspolitiek. Bovendien zijn het twee zaakjes die zijn aangedragen door particulieren. Met het maken van gemeentelijk beleid ten bate van inwoners heeft het niets te maken.

Sinds de jaarwisseling was er eigenlijk maar één onderwerp dat de gemoederen flink beroerde: het idee om in en rond het Nera-gebouw in de Horstermeerpolder een asielzoekerscentrum te vestigen. Maar ook dat initiatief kwam van buiten Wijdemeren, van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) namelijk.

Beleidsmatige leegte

Vanuit het eigen gemeentehuis is het al lang oorverdovend stil. Toen hij nog wethouder was, liet Maarten Hoelscher blijken dat haarfijn aan te voelen. In de vergadering van een raadscommissie sprak hij op 10 mei over ‘de leegte’ op beleidsgebied in Wijdemeren. Hij probeerde daar nog een punt aan te draaien (‘achter de schermen gaat de uitvoering door’), maar zo is het wel: wat betreft gemeentelijk beleid voor de inwoners is het in Wijdemeren al behoorlijk lang stilte en leegte wat de klok slaat.

Goed is dat niet, goed verklaarbaar wel. Burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en ambtenaren hebben hun handen eraan vol om voor de komende jaren aanvaardbare financiële lijnen uit te zetten. Ze zijn ook druk met het bedenken van scenario’s voor de bestuurlijke toekomst van de gemeente. Tot nu toe gebeurt dat alles vrijwel uitsluitend achter de schermen. Hopelijk krijgen gewone inwoners er binnenkort eindelijk ook iets over te horen of te lezen. Dat is wel de bedoeling, liet wethouder Gert Zagt recent weten. We gaan het zien.

Pijlers versus populistisch rechts

De tweede aanleiding voor deze bijdrage is een beschouwing die ik las in De Groene Amsterdammer. Een van de dingen die ervaren parlementair verslaggever Marcel ten Hooven in dat verhaal doet, is de traditionele pijlers van het Nederlandse politieke bestel cijfermatig vergelijken met  populistisch rechts van tegenwoordig.

Hij constateert dat ‘de partijen die de oude politieke orde droegen’ (PvdA, VVD en CDA inclusief voorgangers KVP, ARP en CHU) bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1977 gezamenlijk nog oppermachtig waren. Bij elkaar scoorden ze 130 van de 150 Kamerzetels.

Bij de jongste provinciale verkiezingen reikten de traditionele volkspartijen samen dit jaar nog maar tot ongeveer een derde van de stemmen, aldus Ten Hooven. Daar zal een rekenfoutje in het spel zijn, want VVD, CDA en PvdA bij elkaar haalden in maart slechts 25,9 procent van de stemmen. Ten Hooven zal D66 wel hebben meegerekend (ontstaan immers uit de sferen van VVD en PvdA). Inclusief de 6,3 procent van die partij kwam ‘de oude politieke orde’ inderdaad tot ongeveer een derde van de stemmen: 32,2 procent.

Ook populistisch rechts telde Ten Hooven op. Daarbij bracht hij tevens een term van historicus Remieg Aerts voor deze hoek van het politieke spectrum onder de aandacht: ‘de ondernemers van de onvrede’. Daartoe rekent hij BBB, JA21, PVV en FvD. Waarom hij BVNL (Van Haga) niet meerekent, is me een raadsel, dus heb ik dat wel gedaan, al maakt het voor het totaalbeeld slechts een klein verschil (1-1,3 procent). Die (zeer) rechtse verzameling kwam in maart landelijk tot 33,4 procent van de stemmen.

En in Wijdemeren?

Hoe, vroeg ik me af, lag dat in Wijdemeren? Enorme verschillen met het landelijke beeld zijn er niet – wel enigszins op partijniveau, maar niet bij vergelijking van genoemde twee hoofdgroepen. In Wijdemeren vergaarden VVD, CDA, PvdA en D66 samen 35,4 procent van de stemmen. BBB + JA21 + PVV + FvD + BVNL telden in Wijdemeren op tot 37,2 procent.

Beide groepen partijen scoorden in Wijdemeren dus wat hoger dan landelijk. Dat kwam vooral doordat VVD, BBB en JA21 in Wijdemeren hoger uitkwamen dan landelijk, met de VVD als de opvallendste (landelijk 11,2 procent, in Wijdemeren 16,4 procent).

We zien dus dat de ‘traditionele’ partijen in Wijdemeren iets beter standhouden dan landelijk, terwijl ook ‘de ondernemers van de onvrede’ in Wijdemeren wat hoger scoren dan landelijk. Een verklaring is niet zo eenvoudig te geven. Je zou kunnen denken: Wijdemeren, dat zijn dorpen, dus platteland, dus zal BBB wel enorm hebben gescoord. Op zichzelf is dat zo, maar met 20,8 procent kwam deze partij toch niet dramatisch veel hoger uit dan de landelijke 19,2 procent.

Dorpen in de Randstad

Een andere benadering is misschien vruchtbaarder. Wijdemeren is weliswaar een gemeente van dorpen, maar het zijn wel dorpen in de Randstad, met bijvoorbeeld aardige aantallen inwoners die in pakweg Amsterdam of Utrecht werken – of daar vandaan kwamen voordat ze in een van de Wijdemeerse dorpen gingen wonen.

Wijdemeren is dus geen verzameling dorpen zoals je die hebt in pakweg Overijssel. Het Wijdemeerse plattelandsaspect zou dan kunnen verklaren waarom populistisch rechts – en dan met name de BBB – hier wat hoger scoorde dan landelijk. Tegelijk zou de ligging in de Randstad kunnen verklaren waarom ‘traditionele’ partijen hier wat beter standhielden dan landelijk.

Hypothese

Ik weet het: dit is een hypothese en onbewezen. Deze beredeneerde veronderstelling is slechts gebaseerd op globale – om het eens plechtig te zeggen – demografische en sociaal-geografische kennis over de Wijdemeerse dorpen. Wie denkt het beter te weten mag het zeggen.

Eén gedachte op “Toch nog even over die verkiezingen”

  1. ik begrijp wel waarom het akelig stil is vwb. “beleid” Wijdemeren
    want: de ambtelijke organisatie heeft er geen tijd voor. Deze is nog steeds onderbezet (-/- 20 % – klopt dat nog steeds?). nog steeds met een verslechterde verhouding “vast vs interim” . nog steeds bezig met brandjes blussen, achterstanden in te halen, vertragingen , nieuwe vragen bij oude/ bestaande projecten , niet goed functionerende systemen. en schat ik zo in: de meerjaren begroting en/of andere cijfers die gevraagd zijn , opnieuw berekend moeten worden . misschien ook wel (mijn aanname) te weinig goede leiding/aansturing vanuit B&W.
    die ontzettend bezig zijn met de provinciale curator in Haarlem.
    Logisch toch?

    en voor de rest: ach… geef het (wijdemeerse ) volk brood en spelen.
    als je het goed doet – dan komen de traditionele partijen bovendrijven.
    als je het slecht doet (icm dat de regering het slecht doet) dan heeft dat ook z’n invloed op de keuze bij de verkiezingen van de Wijdemeerders – die kiezen dan opportunistisch “de tegenpartij”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.