Toeristenbelasting gaat met 32 tot 165 procent omhoog

In Wijdemeren gaat de toeristenbelasting volgend jaar omhoog met 32,6 tot 165,2 procent. Dat laatste is een nog forsere stijging dan de 140 procent waarover eind 2021 veel ophef ontstond en die uiteindelijk niet doorging.

(Foto gemeente Wijdemeren)

De verhogingen zijn voorstellen die het college nog in december ter goedkeuring gaat voorleggen aan de gemeenteraad. De voornemens voor verhoging van de toeristenbelasting, de watertoeristenbelasting en de forensenbelasting staan in een brief van burgemeester en wethouders aan de raad.

Groot rumoer

Het vorige college mikte op draconische verhogingen van toeristen- en forensenbelasting om financiële gaten in de begroting te dichten. De toeristenbelasting zou met 140 procent omhoog moeten, de forensenbelasting met 100 procent. In de recreatiesector én in de plaatselijke politiek ontstond daarover eind 2021 (het ging om de begroting 2022) groot rumoer. Er ging een streep door deze voorstellen.

Maar ook het huidige college wil dat bezoekers meer gaan bijdragen aan de (recreatieve) voorzieningen in Wijdemeren. Daarom is in het door de raad goedgekeurde financieel herstelplan eerder dit jaar aan extra ‘inkomsten bezoekers en recreanten’ voor volgend jaar vijf ton ingeboekt, in stappen oplopend naar een miljoen euro extra ingaande 2028.

Wethouder Els Kruijt stichtte  verwarring. (Foto Douwe van Essen)

Een deel van de extra inkomsten uit toeristenbelasting zou inmiddels al zijn gerealiseerd, maar hoe dat precies zit, werd in een commissievergadering op 18 oktober niet duidelijk. Wethouder Els Kruijt (recreatie en toerisme) stichtte toen vooral verwarring. De brief van het college schept nu wel duidelijkheid.

Van de vijf ton die in 2024 extra moet worden binnengehaald, blijkt al 90.000 euro te worden gerealiseerd. Nog te gaan: 410.000 euro, ter verdelen over toeristenbelasting, watertoeristenbelasting en forensenbelasting.

Verschil in tarieven

Het college wil bij de toeristenbelasting de tarieven differentiëren. Dat wil zeggen dat het tarief bij kamperen en groepsaccommodaties veel minder omhoog gaat dan bij ‘overige vormen van verblijf’. Het college noemt overigens wel concrete bedragen, maar vermijdt aan te geven met welk percentage tarieven omhoog gaan.

Bij kamperen en groepsaccommodaties gaat het per persoon per nacht omhoog van 1,32 naar 1,75 euro. Dat is een stijging van 32,6 procent – veel minder dan de gewraakte 140 procent van eind 2021. Voor ‘overige vormen van verblijf’ stijgt het tarief van 1,32 naar 3,50 euro. Dat is een verhoging met 165 procent – een stuk meer nog dan de 140 procent waarover in 2021 rumoer ontstond.

Voorgesteld wordt ook de watertoeristenbelasting (voor vaartuigen) op te hogen. Voor vaartuigen tot 7 meter lang gaat hert tarief 31 procent omhoog, voorvaartuigen van 7-9 meter 33 procent, voor vaartuigen van 9-12 meter 34 procent en voor vaartuigen langer dan 12 meter bedraagt de tariefsverhoging 37 procent.

De forensenbelasting tot slot. Die wordt geheven bij mensen die niet in Wijdemeren staan ingeschreven, maar wel ‘op meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning binnen de gemeente beschikbaar houden voor zichzelf’. Eind 2021 was het plan deze belasting met 100 procent te verhogen, nu ligt het anders. De belasting wordt geheven als percentage van de WOZ-waarde van de woning. Dat was 0,27 procent en het moet 0,30 procent worden. Dat betekent een verhoging met 11 procent. Het oude minimumbedrag per woning is 378 euro en dat gaat volgens het plan naar 393 euro – een verhoging met 4 procent.

Nog zoeken naar een ton

Zegt de raad ‘ja’ tegen deze voorstellen, dan levert de toeristenbelasting volgend jaar 160.000 euro meer op dan nu, de watertoeristenbelasting 70.000 euro meer en de forensenbelasting 80.000 euro extra. Samen is dat 310.000 euro. Tel daarbij op dat al 90.000 euro meer binnenkomt dan eerder gedacht en het totaal stijgt naar precies vier ton. Maar voor volgend jaar is al vijf ton ingeboekt, dus wordt nog gezocht naar een ton aan extra inkomsten.

Als de raad de nieuwe tarieven volgende maand heeft goedgekeurd, dan wil het college daarna ‘samen met het Adviesorgaan namens de recreatiesector’ gaan bekijken waar die nog ontbrekende ton kan worden gevonden (het college spreekt over ‘alternatieve inkomstenbronnen’).

Maar ook als dat lukt, is de klus bepaald nog niet geklaard. Uit ‘alternatieve inkomstenbronnen’ zal in 2025 nog eens 2,5 ton extra moeten worden afgetapt, oplopend naar 3 ton (2026), 4 ton (2027) en uiteindelijk 5 ton (2028 en daarna). Het is immers de bedoeling uiteindelijke (ingaande 2028) bij bezoekers en recreanten een miljoen euro per jaar meer te innen dan nu het geval is.

Realisatie ongewis

Hoe het college dat denkt te realiseren is ongewis. In de brief aan de raad staat dat het denken daarover gaat beginnen nadat de raad in december de nieuwe tarieven heeft vastgesteld. Het wordt boeiend te zien wat ze gaan bedenken en ook wat die bedenksels in harde euro’s gaan opleveren. Het moet uiteindelijk allemaal optellen tot een miljoen extra inkomsten per jaar, maar of dat bedrag ook wordt gehaald is nog maar de vraag. Ook op dit onderdeel is het financieel herstelplan boterzacht.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.