Wethouder Kea haalt ’n listigheidje uit

Als politiek ‘spel’ vond ik het wel lollig om te zien hoe wethouder Jos Kea (financiën) met een kleine list afgelopen week althans op één onderdeel van de Wijdemeerse financiën een bezorgde raadscommissie stil kreeg. Hij deed dat behendig, van wat hij zei was geen woord gelogen, maar hij liet voldoende weg om te bereiken dat de commissieleden er genoegen mee namen.

Wethouder Jos Kea. (Foto VVD Wijdemeren)

Vooraf overigens even dit. Zoals lezers van Rading Nul weten, kijk en luister ik pas sinds heel recent weer mee naar wat zich in de Wijdemeerse politieke arena afspeelt. Wethouder Kea was me, toen ik die draad weer oppakte, nog onbekend en ik was dus benieuwd naar zijn optreden. Wat ik tot nu toe waarneem, is bepaald niet slecht – al is dat uiteraard een nog zeer voorlopig oordeel. Kea is pas een paar maanden wethouder, maar dient raads- en commissieleden doeltreffend van repliek. Hij heeft zich kennelijk razendsnel ingewerkt. Daar gaan we weer: chapeau!

Buikpijn

Maar nu dan die raadscommissie van afgelopen week over de Wijdemeerse centjes. Het gezelschap besprak eerst de jaarcijfers waarop de gemeente eind 2020 is uitgekomen. In de woorden van Jan Willem Nienhuis (CDA): ,,Iedereen heeft er buikpijn van’’. Daarna boog de commissie zich over de ‘Voorjaarsnota 2022’. Daarin geeft het college aan wat de financiële mogelijkheden en onmogelijkheden zijn voor 2022, plus alvast een doorkijkje naar de volgende paar jaren.

In iets wat aardig in de buurt kwam van een filippica wees Olivier Goetheer (De Lokale Partij) er onder meer op dat de zogeheten ratio weerstandvermogen bedenkelijk daalt. Dat lijkt voer voor financiële ‘nerds’, maar dat valt gelukkig wel mee als we er alledaags Nederlands op loslaten.

Elke gemeente loopt financiële risico’s, want er kunnen altijd dingen mis gaan die dan geld kosten. Elk jaar telt elke gemeente de mogelijke financiële gevolgen van alle risico’s  bij elkaar op. Daaruit rolt een bedrag dat de gemeente achter de hand moet hebben om klappen op te vangen. Daarnaast inventariseert elke gemeente jaarlijks hoeveel geld er werkelijk beschikbaar is om tegen de risico’s opgewassen te zijn. Die twee bedragen worden op elkaar gedeeld en daar rolt een getalletje uit: de ratio weerstandvermogen. Is dat getalletje 1,0 dan is er precies genoeg geld om de klappen op te vangen als risico’s werkelijkheid worden. Is het getal hoger dan 1,0 dan is dat mooi, is het lager dan is er een probleem.

Terug nu naar de Wijdemeerse voorjaarsnota. Daarin komt dit zinnetje voor: ,,In onze gemeente begint een dergelijke situatie (een getal onder de 1,0, RF) langzaamaan werkelijkheid te worden.’’ De zorgen daarover pareerde wethouder Kea door te zeggen dat ‘de ratio 1,0 niet iets wettelijks is, maar daarvoor heeft de gemeenteraad gekozen’. Geen commissielid viel hem er verder nog over lastig.

Kort van memorie

Nu was aan die uitleg van de wethouder ook geen woord gejokt. Maar het slimmigheidje dat hij uithaalde, was dat hij ook een aantal dingen niet vertelde. Wat hem daarbij hielp, is dat de commissie blijkbaar kort van memorie was.

Inderdaad is er geen wet die voorschrijft dat de ratio weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Maar elk jaar drukt elke gemeente in ieder geval in de begroting ook een tabelletje af dat duidelijk maakt hoe goed of slecht die ratio er bij staat. Ook in de begroting 2021 van Wijdemeren komt het voor. We zien onder meer dat een ratio van 2,0 of meer geldt als ‘uitstekend’, tussen 1,0 en 1,4 als ‘voldoende’, tussen 0,8 en 1,0 als ‘matig’ en nog lagere getalletjes als ‘onvoldoende’ en ‘ruim onvoldoende’.

Richtsnoer

Dat tabelletje komt uit het artikel ‘Een norm voor weerstandsvermogen’ dat Dick Smorenberg, adviseur bij het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement, in 2006 publiceerde. De grenzen en kwalificaties uit dat tabelletje zijn sindsdien gemeengoed. Dus Kea heeft gelijk: ze staan niet in een wet. Maar, en dat vertelde hij er niet bij, vrijblijvend zijn ze beslist niet. Die grenzen en kwalificaties zijn inmiddels een in het openbaar bestuur algemeen aanvaard richtsnoer.

Ook gelijk heeft Kea dat elke gemeente zijn eigen doelstelling in dat tabelletje mag kiezen. De Wijdemeerse raad heeft (door vaststelling van de ‘Nota risicomanagement 2019’) gekozen voor 1,0 als minimaal richtgetal. Het ook door financiële zorgen geplaagde Eemnes mikt overigens hoger: tussen de 1,0 en 2,0.

Wijdemeren zakt snel af

Wat Kea dan weer wegliet, is wat hij zelf recent heeft gemeld in antwoord op vragen van het CDA. Uit die gegevens blijkt niet dat het in Wijdemeren, zoals in de voorjaarsnota staat, ‘langzaamaan werkelijkheid (begint) te worden’ dat de ratio weerstandsvermogen zakt onder de grens van 1,0. Uit de cijfers die de wethouder verstrekte en uit de begroting 2021 blijkt dat Wijdemeren in hoog tempo afzakt van niveau ‘uitstekend’ naar ‘onvoldoende’. Door Kea’s wat sussende listigheidje leek de raadscommissie dat even te vergeten.

Toch liegen de cijfers er niet om. Eind 2019 stond de ratio weerstandvermogen nog op een heel fraaie 2,29 (‘uitstekend’) en volgens de begroting 2021 zou het getal eind dit jaar uitkomen op 1,68 (‘ruim voldoende’). Wordt de voorjaarnota meegenomen, dan zakt het naar nu 0,97 (‘matig’). Voor later dit jaar wordt een verder afglijden verwacht naar 0,78 of zelfs 0,72 (beide ‘onvoldoende’). In slechts twee jaar is dan van de  Wijdemeerse ratio weerstandsvermogen om klappen op te vangen ongeveer tweederde als sneeuw voor de zon verdwenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.