Gemeente Wijdemeren int geld voor ontoegankelijke joodse begraafplaats

Wethouder Els Kruijt mag dan zeggen dat de gemeente in feite buiten de onenigheid staat over de toegankelijkheid van de joodse begraafplaats in Kortenhoef, maar de gemeente Wijdemeren is niet te beroerd jaarlijks wél geld te innen van de eigenaar van het begraafplaatsje. Hoe wrang wilt u het hebben?

Wethouder Els Kruijt in 2022 bij de joodse begraafplaats. (Foto gemeente Wijdemeren)

Zoals eerder besproken is de kleine joodse begraafplaats in Kortenhoef sinds enkele jaren ontoegankelijk voor publiek (en was dat een tijdlang ook voor gemeentewerkers die onderhoud zouden moeten plegen). Het laatste wat we van de wethouder vernamen, is dat ze zich gaat inspannen om toch een beperkte openstelling voor elkaar te krijgen. En ook dat ze uiterlijk half april komt met een brief waarin ze de gemeenteraad bijpraat over de stand van zaken rond het begraafplaatsje.

Niet waar

Tegelijk merkte ze afgelopen dinsdagavond tegen een raadscommissie op dat de gemeente eigenlijk buiten de onenigheid over de toegankelijkheid van de begraafplaats bij de Koninginneweg staat – zoals haar ambtsvoorganger Jan Jaap de Kloet al eerder deed. Daaruit zou je kunnen concluderen dat de gemeente – los van het overeengekomen periodieke onderhoud – dus met de kleine dodenakker niets van doen heeft. Maar dat blijkt niet waar.

Op een eerder stuk over deze kwestie reageerde Rik Jungmann met de opmerking dat op de foto van wethouder Kruijt bij de ingang van de begraafplaats een nummerbordje te zien is: 75A. Hij stelde dat het maar raar is dat een begraafplaats die blijkbaar wel een adres heeft, toch ontoegankelijk is.

Naar aanleiding daarvan liet een lezer van Rading Nul ons iets interessants weten. Om te beginnen meldde hij dat het niet nummer 75A maar nummer 73A betreft. Een nauwkeuriger blik op die foto leerde me dat hij gelijk heeft. Kijkt u maar:

Daarnaast had deze lezer iets nog interessanters te melden: het begraafplaatsje heeft niet alleen een adres (Koninginneweg 73A), maar het is onder dat adres ook bekend en vastgelegd bij het Kadaster. Zie daarvoor deze link.

Geen ozb

Hm, een adres, een registratie bij het Kadaster – wat kan dat nog meer betekenen? Nou, in elk geval niet dat de begraafplaats wordt aangeslagen voor onroerendezaakbelasting (ozb). Eind vorig jaar stelde de gemeenteraad de jongste versie vast van de Wijdemeerse verordening op de onroerendezaakbelastingen. Net als eerdere jaren staat daarin dat begraafplaatsen zijn vrijgesteld van ozb-betaling, tenzij er op hetzelfde perceel een dienstwoning staat. De Joodse Gemeente Hilversum, eigenaar van de begraafplaats in Kortenhoef, hoeft aan de gemeente Wijdemeren dus geen ozb te betalen.

En rioolheffing?

Maar in de Wijdemeerse verordening over kwijtschelding van gemeentelijke belastingen staat dat een andere belasting, de rioolheffing, is uitgesloten van kwijtschelding. Zou voor de begraafplaats aan de Koninginneweg 73A dus wel rioolheffing verschuldigd zijn? Indien ja, dan zal het niet gaan om het gebruikersdeel. Dat is verschuldigd in verhouding tot de hoeveelheid afvalwater die een perceel op het riool loost. Het begraafplaatsje loost geen afvalwater.

Maar de rioolheffing kent ook het eigenarendeel. Een eigenaar van onroerend goed (een woning bijvoorbeeld) betaalt daarvoor dit jaar het vaste tarief van 367 euro (vorig jaar nog 235 euro trouwens, maar dat terzijde). Maar voor sommige eigenaren is er een ander, lager tarief. Dat geldt volgen de jongste verordening (vroeger was het iets anders geformuleerd) ‘voor een perceel waar geen water naar wordt toegevoerd’. Dat vat ik in gewone mensentaal maar op als: een perceel zonder waterleiding. Daarvan zou bij de begraafplaats sprake kunnen zijn. Voor zoiets rekende de gemeente vorig jaar 70,50 euro en dit jaar 110 euro.

Bij woordvoerder Hans Roos van de Joodse Gemeente Hilversum heb ik het nagevraagd. Hij kon niet zo snel melden hoeveel dit jaar moet worden betaald, maar noemde heel precies het bedrag van vorig jaar: 70,50 euro.

Juist ja. De gemeente Wijdemeren zegt (afgezien van het periodieke onderhoud) met de joodse begraafplaats eigenlijk geen bemoeienis te hebben, maar de wethouder vertelt er niet bij dat de gemeente de eigenaar  wél jaarlijks rioolheffing laat betalen. Nogal wrang, lijkt me.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.