College rijdt gemeenteraad in de wielen, democratie is het slachtoffer

Burgemeester en wethouders maken het de gemeenteraad onmogelijk om zijn werk goed te doen op het belangrijke terrein van het sociaal domein. Dat concludeert de Wijdemeerse rekenkamercommissie na onderzoek. De aanbevelingen van de rekenkamer neemt het college over. Daarmee beloven burgemeester en wethouders beterschap. Tegelijkertijd erkennen ze daarmee dat ze de raad vanaf 2017 in de wielen hebben gereden.

Het is maar een dun rapportje (‘Rapportage inzicht kosten sociaal domein’) dat de rekenkamercommissie heeft afgeleverd, slechts zeven pagina’s. En het gaat ook over nogal technische dingen (rubricering, taakvelden, Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, IV3-opgaven CBS). Voer dus voor alleen de financiële fijnproevers? Nou nee, beslist niet.

Snoeihard

De conclusie van de rekenkamercommissie is even duidelijk als snoeihard: ,,We hebben geconstateerd dat de inrichting van en de verantwoording in de begroting en jaarrekening zodanige gebreken vertoont dat de raad hiermee onvoldoende in staat wordt gesteld invulling te geven aan zijn kaderstellende (begroting) en controlerende (jaarrekening) taak.’’ Dat is nogal wat. Vermoedelijk heeft het college die scheve schaats onbedoeld gereden, uit onoplettendheid waarschijnlijk, maar ook daarvoor is een college ten volle verantwoordelijk.

Het is aan de gemeenteraad om de koers van het openbaar bestuur uit te zetten. Maar al sinds ten minste 2017 wordt dat de raad voor wat betreft het sociaal domein  onmogelijk gemaakt door de manier waarop de begroting in elkaar zit. En het gaat niet om kattenpis hè: in 2019 kostte het sociaal domein de gemeente iets meer dan 13 miljoen euro. Verder is het aan de raad om te controleren of het college het door de raad vastgestelde beleid goed uitvoert. En ook dat wordt de raad op het gebied van het sociaal domein onmogelijk gemaakt, namelijk door de manier waarop de jaarrekeningen in elkaar zitten. Ook dat is al zo sinds ten minste 2017. Misschien was het trouwens al eerder mis, maar de rekenkamercommissie is het onderzoek begonnen met 2017.

Onbetrouwbaar

De onderzoekers noemen de cijfers ‘onbetrouwbaar’. Van vier ondervraagde functionarissen in de financiële hoek van het ambtenarenapparaat heeft de rekenkamercommissie vernomen dat ‘de verklaring hiervoor (is) dat (in) de inrichting van het financiële pakket onjuistheden zijn opgetreden in de verantwoording van de kosten van het sociaal domein. Hierdoor zijn de beschikbaar gestelde bedragen van 2017 tot en met de begroting 2021 niet op de juiste wijze opgenomen in de begroting en jaarrekening’. Behoorlijk foute boel dus.

Bovendien worden grote afwijkingen in de cijfers niet of onvoldoende verklaard. Als voorbeeld noemen de onderzoekers het zogenoemde taakveld 6.4 (begeleide participatie, onder meer sociale werkvoorziening). In 2019 is daaraan 667.997 euro uitgegeven. In de begroting 2021 staat ineens een veel hoger bedrag: 1.771.000 euro. Hoe kan dat? Waarom is dat? De begroting geeft geen verklaring.

Een eerste gedachte die daarbij te binnen schiet: geen wonder dat de gemeenteraad nogal veel vragen stelt. Waar raadsleden door het college een donker bos in worden gestuurd, is het logisch dat ze om zaklantaarntjes vragen om nog enigszins hun weg te kunnen vinden.

Aantasting lokale democratie

Maar op de keper beschouwd is wat het college doet/nalaat veel ernstiger dan een vraagstuk over zaklantaarntjes. Door de beroerde informatievoorziening maken burgemeester en wethouders de raad het werken op het terrein sociaal domein heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Daardoor zaagt het college aan de poten van de gemeenteraad. Daardoor tast het college de lokale democratie aan.

Burgemeester en wethouders schrijven deemoedig dat ze alle vier de aanbevelingen van de rekenkamercommissie overnemen. Kortom: ze beloven beterschap. Daarmee erkennen ze dus dat ze de afgelopen jaren zwaar in de fout zijn gegaan.

Wethouders

Uiteraard spreekt het college met één mond (bij mijn weten althans loopt er op Rading 1 geen ‘Mona Keijzer-achtige’ rond) en draagt het collectieve verantwoordelijkheid. Maar in de praktijk is het ene collegelid toch wat rechtstreekser verantwoordelijk voor wat er volgens het rekenkamer-rapport al jaren mis gaat dan het andere. Het gaat hier in eerste instantie om de wethouders financiën en sociaal domein, op dit moment Jos Kea (VVD) en Rosalie van Rijn (CDA). Maar eerder waren de financiën het pakkie-an van Jan Klink (VVD). En in het eerste onderzochte jaar (2017), dus nog in de vorige raadsperiode en met het vorige college, was Jan-Jaap de Kloet (DorpsBelangen) de financiële man, terwijl Betske van Henten (CDA) en Sandra van Rijkom (PvdA/GroenLinks) zich toen over het sociaal domein ontfermden.

Al met al is of was bij het gesignaleerde probleem op enigerlei manier betrokkenheid van de huidige coalitiepartijen (DorpsBelangen, CDA, VVD en  D66, met elk een afgevaardigde in het college) plus PvdA/GroenLinks. Waar vijf van de zes partijen in de raad in enige vorm bij deze kwestie betrokken zijn (alleen De Lokale Partij leverde in de onderzochte jaren geen wethouder) valt hierover weinig politiek vuurwerk te voorzien.

Dualisme

Dat is jammer en niet terecht bovendien. Wethouders die de gemeenteraad het werken op een belangrijk beleidsterrein vrijwel onmogelijk maken en maakten, gooi(d)en immers niet alleen de raad als geheel een stok tussen de benen, maar daarmee ook de eigen politieke geestverwanten in die raad. Het dualisme zou juist moeten ingeven dat partijen pal staan voor de rechten van de raad, ongeacht de vraag of ze zelf een wethouder in het college hebben of hadden.

Voorts: raadsleden en -fracties zitten er niet in de eerste plaats voor hun eigen ‘lol’, maar als afgevaardigden van hun kiezers – zonder ‘last’ weliswaar, zoals dat heet, maar toch. Namens hun kiezers horen ze het beleid te bepalen en de uitvoering te controleren. Maken burgemeester en wethouders dat onmogelijk, dan maakt het college niet alleen inbreuk op de rechten van de raad, maar betekent het tevens een ‘dikke vinger’ richting de kiezers. Fracties die zichzelf serieus nemen, kunnen dat niet over z’n kant laten gaan. Ambtelijk zijn er kennelijk fouten gemaakt, maar hoe kan het dat wethouders dat jarenlang hebben laten passeren?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.