Ik schreef eerder dat ik, in de vijftig jaar dat ik de lokale politiek volg, nooit eerder had meegemaakt dat drie fractievoorzitters een weekend lang moesten werken aan een Tegen-amendement om een raadsvoorstel 180 graden om te kunnen draaien. Ik sprak daar mijn niet geringe verbazing over uit in “Het Toverbal-amendement”.
Even voor alle duidelijkheid. Dit artikel gaat NIET over een eventuele voorkeur van mij inzake het wel of niet bouwen van Nederhorst Noord. Ik sta daar neutraal in. Het gaat wél over de, door de voorzitter van de gemeenteraad, gekozen route om het eventuele tegen stemmen van de Raad te bemoeilijken, om niet te zeggen te dwarsbomen.
Tegenwerking
In zijn uitleg tijdens de gemeenteraad van 10 februari j.l. sprak Jan Verbruggen (CDA) ook al enigszins bitter over de tegenwerking die hij ondervond bij het ontwikkelen van het standpunt over de kwestie NdB-Noord van zijn fractie. (Nb. ieder raadslid zit op zijn zetel zonder last of ruggespraak, belemmeringen zijn dan ook uit den boze, iets wat de voorzitter van de Raad uit eigen ervaring als raadslid weet, mogen wij hopen.)
Daar was ik het niet mee eens.

Tijdens de verkiezingsavond van afgelopen donderdag vroeg ex-Burgemeester Wim Kozijn aan lijsttrekker en wethouder voor het CDA, Rosalie van Rijn, hoe zij zich in het college van B&W had gevoeld, toen duidelijk was geworden na de commissievergadering, dat haar CDA fractie tegen het bouwplan NdB-Noord zou gaan stemmen. “Moeilijk. Niet leuk.” :was haar antwoord. Op de daarop volgende vraag of ze in het college een minderheidsstandpunt had ingenomen kwam geen echt antwoord. Ze zeilde er langs.
Op de vraag van Wim Kozijn of ze het niet raar had gevonden dat “de fractievoorzitters van CDA, DLP en PvdA/GL een heel weekend hadden zitten zwoegen op “hun strafwerk”, terwijl raadsleden normaal nooit raadsvoorstellen schrijven, antwoordde zij: “ Daar was ik het niet mee eens!”
Analyse
Laat ik dit even analyseren. Het college wist na de commissievergadering van 2 februari 2022 dat ook het CDA TEGEN het voorstel voor “het ter inzage leggen van het voornemen om een verklaring van geen bezwaar af te geven voor de bouw van NdB-Noord” zou gaan stemmen. (Sorry voor deze woordenbrij, maar dat moest even.) Waarmee de meerderheid voor het voorstel WEG was. Sneu voor de voorstanders van het plan en wethouder Jan-Jaap de Kloet, maar het was niet anders.
Dat moet binnen het college geleid hebben tot de discussie wat kunnen we nu en wat doen we nu? Onder normale omstandigheden zou het college uitstel hebben gegeven aan het indienen van het raadsvoorstel in de raad en intussen mogelijk nog een poging gedaan hebben om gedeputeerde Loggen tot andere gedachten te brengen. Of, als dat pad echt onbegaanbaar leek, zou het college ook in voorbereiding op de behandeling in de raad een plan B in de achterzak kunnen hebben. I.c. het raadsvoorstel definitief terug nemen, dan wel het tijdelijk terug nemen om tijd te winnen.
Eén na laatste raad
Maar het was de op één na laatste raad van deze raad. Er komt er nog maar één. Het is niet gebruikelijk om in de allerlaatste vergadering van de oude raad, na de verkiezingen nog zo’n zwaar besluit te nemen. Er stond dus veel tijdsdruk op het besluit van het college.
(Hoewel dat in ‘s-Graveland eind april 1994, pal voor de installatie van de nieuwe raad, wel gebeurde in de allerlaatste raad onder het bewind van wethouder Gerard Torsing en burgemeester Wim Kozijn inzake de bouw van de wijk Zuidsingel fase 1, kan ik uit de eerste hand schrijven. Maar dat terzijde.)
In het college zullen de burgemeester en de wethouders van VVD, DB en D66 zeer waarschijnlijk voor het handhaven van het raadsvoorstel gestemd hebben. Rosalie van Rijn (CDA) zal haar twijfels hebben gehad, zoals zij vrijdag verklaarde. Klem tussen haar loyaliteit aan het bestuursakkoord en het standpunt van haar partij, die tegen het raadsvoorstel zou stemmen.
Strafwerk
Toen is kennelijk de ongelukkige keuze gemaakt om geen plan B op te stellen, noch het raadsvoorstel terug te nemen vóór het weggestemd zou worden. Er moet toen wel bedacht zijn om de (waarschijnlijk) tegenstemmende fracties van CDA, DLP en PvdA/GL op te zadelen met een hele hoop werk, het schrijven van een in te dienen amendement waarin voor ieder werkwoord het woordje “niet” geplaatst zou worden en dat te laten toetsen door het ambtelijk apparaat. En dat in de hoop dat de tegenstemmers daardoor afgeschrikt zouden worden.
Toelichting Griffie
Onzin, schreef ik al in ”mijn artikel “Toverbal-amendement”. Intussen heb ik met diverse betrokkenen gesproken en aan de afdeling communicatie vragen gesteld over deze gang van zaken. De algemene mening was dat dit niet zo had moeten gaan. De raadsleden hadden gewoon hun stem uit moeten brengen en het college had moeten beoordelen wat ze daar mee deed. Punt.
Van griffier Elske Hörchner kreeg ik onderstaand uitgebreid antwoord, waarvoor mijn hartelijke dank. Dat antwoord overtuigde mij echter niet. Met name vanwege deze laatste paragraaf in haar antwoord:
“Wanneer de gemeenteraad een ander besluit wil nemen dan het college heeft voorbereid, dan ontbreekt de ruimtelijke onderbouwing van dat besluit. Het college heeft immers het voorliggende voorstel onderbouwd en niet het tegengestelde besluit dat de gemeenteraad wil nemen. Het is dan aan de gemeenteraad een deugdelijke ruimtelijke onderbouwing te leveren bij het te nemen besluit.”
College wist wat er aan kwam
In dit geval wist het college vooraf dat de raad niet een ander besluit zou nemen dan het raadsvoorstel, maar er zou besloten worden om het voorstel niet uit te voeren. Dus het voorstel had van de agenda gehaald of teruggenomen kunnen worden, of het was verworpen en niet uitgevoerd. Het is aan het college om te anticiperen vooraf of te repareren achteraf. Het strafwerk voor de raadsleden was belachelijk. En de fractievoorzitters hadden zich deze gang van zaken niet moeten laten aanleunen.
Maar daar zijn ze inmiddels ook wel achter.
De toelichting van griffier Elske Hörchner:
“Via via is de vraag bij de griffie terecht gekomen. Hieronder vind je het antwoord op de door jou gestelde vraag.
De verklaring dat een eenvoudige tegenstem bij een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen niet mogelijk is, komt voort uit het feit dat het besluit van de gemeenteraad juridische gevolgen heeft. In de vergadering heeft de burgemeester hierover ook iets gezegd. Dat vat het antwoord mooi samen.
Deze besluitvorming vloeit voort uit de wettelijke bepaling (artikel 6.5) van het besluit omgevingsrecht.
Wanneer iemand een bouwplan wil uitvoeren waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan nodig is, legt het college de raad een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen voor. De raad besluit tegelijkertijd dat het besluit ter inzage wordt gelegd, zodat alle belanghebbenden het plan kunnen inzien en hun zienswijze kunnen geven. In een eerder stadium heeft de raad al aangegeven bij welke verklaringen de gemeenteraad deze procedure wil volgen.
Het college beoordeelt de zienswijzen op de ruimtelijke merites en legt uiteindelijk de gemeenteraad een definitieve verklaring van geen bedenkingen voor, samen met een nota van beantwoording op de zienswijzen. De definitieve verklaring van geen bedenkingen kan een andere inhoud hebben dan het ontwerp, gebaseerd op de inzichten die het college heeft opgedaan naar aanleiding van de zienswijzen.
De verklaring van geen bedenkingen is onderdeel van de procedure van bouwplan naar een omgevingsvergunning. Elk onderdeel van die procedure moet juridisch goed in elkaar zitten en voldoen aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Voldoet de besluitvorming niet aan deze voorwaarden, dan brengt dat juridische en financiële risico’s met zich mee voor de gemeente.
Wanneer een rechtelijke procedure volgt op een genomen besluit, dan toetst de rechter het proces op de ruimtelijke toetsing van het voorliggende plan. Heel nadrukkelijk hoort daar de participatieprocedure niet bij. Dat is geen ruimtelijke voorwaarde. Wanneer geen goede ruimtelijk onderbouwing is geleverd bij de verlening, dan wel weigering van de verklaring van geen bedenkingen, dan zal de rechter waarschijnlijk (en daar is jurisprudentie over) oordelen dat de gemeente niet heeft gehandeld conform de beginselen van behoorlijk bestuur.
Wanneer de gemeenteraad een ander besluit wil nemen dan het college heeft voorbereid, dan ontbreekt de ruimtelijke onderbouwing van dat besluit. Het college heeft immers het voorliggende voorstel onderbouwd en niet het tegengestelde besluit dat de gemeenteraad wil nemen. Het is dan aan de gemeenteraad een deugdelijke ruimtelijke onderbouwing te leveren bij het te nemen besluit.
Ik hoop dat ik je zo voldoende heb geantwoord. Wanneer je nog vragen hebt, dan hoor ik dat graag.
Met vriendelijke groet,
Drs. Elske B. Hörchner
Griffier Wijdemeren

Voor de Griffier:
Geachte mevrouw,
Met enige verbazing heb ik uw reactie gelezen in de column van Rik Jungmann, waarin u de stelling verkondigt dat raadsleden zelf een juridische onderbouwing moeten leveren, wanneer zij een voorstel van het College wegstemmen. Daar begrijp ik niets van en geeft naar mijn mening op een onjuiste manier de verhouding tussen college en Raad weer.
In het onderhavige geval is het volgende aan de orde: Het college bereidt een voorstel voor om een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de bouw van Nederhorst-Noord. Het college kon dat doen in goed vertrouwen dat hiervoor een meerderheid in de raad bestond. Tijdens de cie vergadering bleek echter dat het CDA “de kar had gekeerd” waardoor er in de raad geen meerderheid voor het voorstel meer bestond. Wat te doen?
Dan neem je als college het voorstel terug en kom je met een nieuw voorstel, dat op een meerderheid in de Raad kan rekenen.
Aan het hoofd van de gemeente staat de Gemeenteraad en Ben W bereiden de voorstellen voor, de Raad beslist en het College voert uit.
Dat nieuwe voorstel wordt in opdracht van B en W door ambtelijke medewerkers gemaakt. Ook al is het contrair aan het vorige voorstel.
Als er geen medewerkers zijn die daar tijd voor hebben of verklaren daartoe niet in staat te zijn, dan huur je er toch gewoon iemand voor in.
Raadsleden behoeven nooit onderbouwing voor een raadsvoorstel te schrijven. Dat is een ambtelijke taak in opdracht en onder verantwoording van BenW. Raadsleden moeten dit gewoonweg niet accepteren.
Hoe zit het dan met de met een simpele stemming 180 graden omgedraaide wél bedenkingen tegen een hooiberg omzetten in een soort Tiny zorgwoning? Hoefde de raad daar geen enorm verhaal te schrijven om het van wél bedenkingen van B&W om te draaien in géén bedenkingen?
Willekeur toegepast? Alweer?
Hier gaat nog een onopgeloste vraag aan vooraf:
Waarom neemt het college in sommige gevallen onvolledig uitgewerkte aanvragen in behandeling en moeten andere aanvragers tot op de vierkante centimeter aanleveren?
En ook: waarom krijgt de gemeenteraad twee weken de tijd om deze aanvragen vergezeld van een onvolledig voorstel van het college te beoordelen terwijl ze al anderhalf jaar bij Rading 1, het gemeentehuis, op tafel liggen?
Nog een vraag: wie/ welke instantie bewaakt dat de gemeenteraad zijn werk naar behoren kan doen?
Me dunkt dat de raad daar in de laatste vergadering duidelijk van zich over heeft laten horen: dit klopt van geen kanten!